Collumfractuur

definitie: fractuur (breuk) van de hals van het femur (dijbeen). Mediale collumfractuur is een intra-capsulaire fractuur waarbij de doorbloeding
van het proximale fragment via de kapselvaten is gecompromitteerd.

Oorzaken:
Osteoporose, ongevallen.
De fractuur wordt als geïnclaveerd (zonder verplaatsing) beschouwd als op de AP (voor-achterwaardse) foto de mediale trabeculae een hoek van minimaal 160° maken met de mediale cortex van het femur en het been klinisch niet verkort is. De positie van het kophalsfragment op de axiale foto is niet van belang. Alle overige fracturen zijn als gedisloceerd, instabiel te beschouwen.
Men spreekt van een Pauwels 1 fractuur bij een helling van de fractuurlijn (femurzijde) die niet groter is dan 30°. Men spreekt van een Pauwels 2 fractuur bij een helling van de fractuurlijn (femurzijde) die niet groter is dan 50°.Alle fracturen met een grotere hoek dan 50° worden als Pauwels 3 geclassificeerd. De steilheid van de fractuurlijn is pas na repositie te bepalen.

Frequentie:
Vooral bij oudere mensen, vaker bij vrouwen dan bij mannen. Na de polsfractuur de meest voorkomende botbreuk.

Risicofactoren:

Verschijnselen:
Pijn in de lies, ook drukpijn in de lies
Het been lijkt korter
Been staat naar buiten gedraaid (exorotatie)
Bewegen van het been is onmogelijk
Patiënt kan niet op het been staan

Complicaties:
− Bij bejaarde patiënten: decubitus (doorligplekken), urineweginfecties, embolieën en andere met immobilisering
gepaard gaande problemen.
− Uitbreken van het osteosynthesemateriaal.
− Doorbreken van de schroef in het gewricht.
− Pseudo-arthrose en/of femurkopnecrose (een niet genezende breuk of afsterven van de dijbeenkop).
− Persistentie van pijn, vaak musculogeen (spiergebonden).
− Knieklachten ten gevolge van het opspannen op de tractietafel (iatrogeen dus).
− Onvoldoende functie. Meestal herwinnen bejaarden niet hun volledige functie.
− Sterke achteruitgang, geestelijk en lichamelijk door de vaak lange opnames ten gevolge van
onvoldoende plaatsingsmogelijkheden in verpleeg- en verzorgingsinrichtingen.
− Bij conservatieve behandeling: secundaire dislocatie.

Diagnostiek:
Altijd X-foto AP-bekkenopname en axiale heupopname.

Behandeling:
Conservatief:
Valgusstand zowel als retroversie beide <20°. Alleen bij patiënten jonger dan 70 jaar. Daarboven is de
kans van slagen te klein. Direct belasten op geleide van de pijn onder fysiotherapeutische begeleiding.

Operatief:
Repositie door tractie en endorotatie. Lukt dit niet, dan de handgreep van Leadbetter
Als bij oudere patiënten de repositie onvoldoende lukt, kop-halsprothese overwegen.
Bij jonge patiënten als de repositie niet lukt open of half open repositie.
Osteosynthese d.m.v. gecanuleerde schroeven of DHS (=dynamic hip screw) (beoordeling keuze na repositie met
doorlichting).
Kop/halsprothese bij:
• Onvoldoende geslaagde repositie.
• M. Parkinson.
• Ernstige osteoporose.
• Comminutie.
• Pathologische fractuur.
• Niet bij patiënten onder de 60 jaar. Er kan dan een totale heupprothese worden overwogen.
• Bij jongere patiënten liever een kopsparende behandeling.
Kop-hals prothese kan direct belast worden gemobiliseerd.

Controle:
2 (hechtingen verwijderen huisarts), 6, 12 weken, 6, 12 en 24 maanden. Bij alle controles een X-foto heup maken.

Extra informatie:
Genezing 8 tot 12 weken. Arbeidsongeschiktheid 12 tot 16 weken.
 

Terug <<