J.H. Wolkers - Kort Amerikaans

Meulenhoff, Amsterdam (1962)

Voor dit verslag is gebruikgemaakt van de 31ste druk (1972). In de 40ste druk (1979) zijn een aantal wijzigingen aangebracht.

Titelverklaring:

De hoofdpersoon, Erik, moet in zijn jeugd zijn haar Kort Amerikaans dragen, omdat dit goedkoop is. Hierdoor is zijn litteken, reden van zijn isolement, goed te zien.

De auteur:

Jan Wolkers wordt op 26 oktober 1925 in Oegstgeest geboren. Hij groeit op in een streng gereformeerd gezin, als derde van elf kinderen. Hij wordt vanwege slechte resultaten van de MULO gestuurd. Hij helpt eerst zijn vader in de winkel en heeft daarna een aantal verschillende baantjes: bijv. dierenverzorger, tuinman en lampenkappenschilder.

In de oorlog duikt hij onder. In 1944 sterft onverwacht zijn oudste broer. Dit grijpt hem erg aan, omdat hij zijn broer bewonderde vanwege diens protesten tegen hun vader. Na de oorlog studeert hij beeldhouwkunst in Den Haag, Amsterdam en Salzburg. In 1957 krijgt hij een beurs voor een stage bij Ossip Zadkine in Parijs. Hij debuteert in 1961 als schrijver met de verhalenbundel Serpentina’s petticoat. Kort Amerikaans (1962) is zijn eerste roman. Jan Wolkers roept met de ongeremde beschrijvingen van thema’s als sexualiteit, dood en geloof veel weerstanden op. In 1963 ontvangt hij de Novelleprijs van de stad Amsterdam, maar drie jaar later geeft hij het geld terug uit protest tegen het politieoptreden tegen de provo’s. Vervolgens weigert hij in 1982 de Constantijn Huygensprijs en in 1989 de P.C. Hooftprijs. Het Auschwitzmonument in Amsterdam is zijn bekendste sculptuur.

 

Een selectie uit zijn omvangrijke oeuvre:

Romans: Terug naar Oegstgeest (’65), Turks fruit (’69) en Brandende liefde (’81); evenals Kort Amerikaans alle drie verfilmd.

Verhalen: Gesponnen suiker (’63), 22 Sprookjes, verhalen en fabels (’85).

Essays: Tarzan in Arles (’91), Mondriaan op Mauritius (’97).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Zowel een psychologische als een existentialistische roman.

Samenvatting:

Bij een razzia in Leiden in 1944 wordt Peter, een vriend van Erik van Poelgeest, opgepakt. Erik zelf ontloopt dit lot, omdat hij net op dat moment het postkantoor binnengaat. Erik is 18 jaar, en hij duikt onder voor de arbeidsdienst. Hij geeft zich op voor de tekenacademie bij de kunstschilder Van Grouw. Hij krijgt werk op het door jonkheer d’Ailleurs geleide atelier, waar hij 17de eeuwse zeeslagen op lampenkappen schildert. Hier werkt ook Elly, een 20-jarig blond joods meisje, dat ondergedoken is bij de familie d’Ailleurs. De 60-jarige jonkheer bezoekt Elly ‘s nachts, en ook op het atelier hebben ze contact. Op een gegeven moment ontdekt Erik in het atelier een schilderij, waarop een schedel met een litteken staat afgebeeld. Erik denkt nu dat hij in gevaar is, omdat hij ook zo’n litteken heeft. Dit litteken veroorzaakt spanningen bij hem, omdat hij er altijd mee gepest is en het hem in een isolement geplaatst heeft. Als hij later een gipsen tors van Venus ontdekt, beschouwt hij deze als zijn vrouw, omdat hij zich voor haar vanwege zijn litteken niet hoeft te schamen.

 

Erik, die uit een streng calvinistisch milieu komt, heeft een vriendinnetje, Ans. Erik neemt haar mee naar zijn zolderkamertje en ze gaan voor het eerst met elkaar naar bed. Ans, die Rooms-Katholiek is, biecht dit op aan de pastoor, die haar de verdere omgang met Erik verbiedt. Na een tweede bezoek laat ze Erik in de steek. Erik heeft inmiddels op het atelier nader contact met Elly gezocht, als de jonkheer er niet is. Op de academie ontmoet Erik de zonderling ‘De Spin’; deze is, evenals Van Grouw, een N.S.B.er.

Eriks moeder komt elke dag met de tram uit Oegstgeest om Erik een pannetje eten te brengen. Op een avond vertelt ze zeer bedroefd, dat Eriks oudste broer Frans, die bij de ondergrondse zit, difterie heeft. Als duidelijk is, dat Frans het niet haalt, gaat Erik ‘De Spin’ om raad vragen. Deze geeft hem een briefje van honderd, waarvoor Erik een krans voor Frans’ graf koopt. ‘De Spin’ pleegt later zelfmoord, en Van Grouw vlucht op D-Day voor de geallieerden. Hij laat Erik in de academie wonen en na enkele maanden trekt Elly bij hem in. Hij weigert lichamelijk contact met haar omdat hij al die tijd met de gipsen tors leeft. Als hij die nacht weer naar de tors gaat, betrapt Elly hem, als hij zich bevredigt. Uit woede gooit ze de tors kapot. Erik grijpt haar daarop naar de keel en vermoordt haar in een vlaag van waanzin. Op de dag van de bevrijding wordt Erik doodgeschoten, omdat de bevrijders denken, dat hij een verrader is.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal speelt in de jaren 1944 en 1945. Het is chronologisch opgebouwd, met tijdsverdichting en bevat enkele flash-backs.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich voor het grootste deel af in Leiden.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

Erik van Poelgeest:

Hij is erg onzeker en geïsoleerd, en wijt dit aan het litteken op zijn slaap. Hij probeert zich aan zijn sexuele remmingen en calvinistische opvoeding  te ontworstelen. Hij is ondergedoken voor de arbeidsdienst, en zoekt de zin van zijn leven in de kunst. Hij is de enige, die een rond karakter heeft, hoewel er ook bij hem weinig ontwikkeling te bespeuren valt.

Ans:

Een streng rooms-katholiek meisje. Vrij naïef, schuw en niet erg wereldwijs. Zij is een vlak karakter.

Paul d’Ailleurs:

Een 60-jarige meester in de rechten, die ontevreden is met zijn leven, omdat hij geen praktijk heeft kunnen opbouwen. Hij maakt misbruik van Elly’s afhankelijkheid en heeft sexueel contact met haar. Hij is een vlak karakter.

Elly:

Een ondergedoken joods meisje, met een vrij onopvallend uiterlijk. Ze aanvaardt de toenadering van D’Ailleurs om niet helemaal eenzaam te hoeven zijn. Zij is een vlak karakter.

‘De Spin’:

Een 45-jarige man, die nog steeds bij zijn doofstomme moeder woont. Heeft nog nooit vrienden gehad. Zijn hond heeft hij gedood, omdat deze niet wilde praten. Hij is lid van de N.S.B.. Hij is een vlak karakter.

Bij de meeste hoofdpersonen worden bepaalde karaktertrekken zo sterk benadrukt, dat het bijna typen lijken.

Onderlinge relaties:

Ans:

Aanvankelijk het (eerste) vriendinnetje van Erik.

Elly:

Werkt op hetzelfde atelier als Erik. Ze trekt later bij hem in, en wordt tenslotte door hem vermoord.

Van Grouw:

Kunstschilder, heeft een teken- en schilderacademie.

D’Ailleurs:

Beheerder van het atelier waar Erik en Elly werken.

‘De Spin’:

De enige andere ‘leerling’ op de academie.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

....

Thematiek:

Het centrale thema is isolement; bijv. als gevolg van de oorlog, gebeurtenissen in de jeugd, opvoeding of uiterlijk.

Motto:

‘There is no trap so deadly as the trap you set for yourself’.

Een duidelijk existentialistische uitspraak. Het leven is een val, waarin je gevangen zit, en die uiteindelijk dodelijk is. Erik zet zijn eigen val door in een N.S.B.-gebouw te gaan wonen, en de bevrijders met een antiek geweer te bedreigen.

Taalgebruik:

Het boek is gemakkelijk te lezen, omdat er veel korte zinnen worden gebruikt en het geheel geschreven is in ‘alledaags’ Nederlands.

Opdracht:

‘Voor Karina en Rosita’.

Karina is de huidige vrouw van Wolkers.

Vertelsituatie:

Deze zijn wisselend. In bepaalde gedeelten treft men een auctoriale vertelinstantie aan, die commentaar geeft. Op andere plaatsen is het Erik zelf of een van de andere hoofdpersonen, die het gebeuren vertelt.

Perspectief:

Hij-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek is onderverdeeld in 21 genummerde hoofdstukken zonder titel, die allemaal een afgerond geheel vormen.

Eigen mening:

...