Gerard Reve – De Avonden

De Bezige Bij, Amsterdam (1947)

Titelverklaring:

De titel en ondertitel, ‘een winterverhaal’, suggereren zachtheid, warmte en gezelligheid, maar zijn ironisch bedoeld. De Avonden slaat op de avonden zoals de hoofdfiguur (Frits van Egters) en met hem, zo blijkt uit de reacties in de jaren vijftig, vele andere jongeren, die in het verhaal beleeft. Verveling en ergernis voeren de boventoon.

De auteur:

Gerard Kornelis van het Reve wordt geboren op 14 december 1923 in Amsterdam. Hij groeit op in de wijk Betondorp in de Watergraafsmeer. Na het voortijdig afbreken van zijn opleiding aan het Vossiusgymnasium, bezoekt hij de Grafische School in Amsterdam. Tot 1947 werkt hij onder andere als rechtbankverslaggever voor het Parool. Gerard debuteert in 1946 met De ondergang van de familie Boslowits in Criterium. Een jaar later publiceert hij onder de naam Simon van het Reve de sterk autobiografische roman De Avonden, die bekroond wordt met de Reina Prinsen Geerligsprijs. Tijdens zijn huwelijk met de dichteres Hanny Michaelis (van 1948 tot 1956) verblijft hij een aantal jaren in Groot-Brittannië, waar hij een cursus drama volgt en The acrobat and other stories (1956) schrijft. In 1957 keert hij terug naar Nederland en wordt hij redacteur van Tirade. Terug in Amsterdam gaat hij samenwonen met Wilhelm Johann Schumacher die in zijn werk terugkomt als Wimie. In 1964 verhuist hij naar het Friese Groenterp, waar hij samenwoont met Willem Bruno van Albeda en later tevens met H. van Maanen. In 1974 vestigt Gerard zich in Frankrijk waar hij vanaf 1975 samenwoont met Joop Schafthuizen, die tevens zijn zakelijke belangen behartigt. In 1993 vestigen ze zich in België.

De persoon Gerard Reve en zijn werk hebben regelmatig aanleiding gegeven tot rellen. Zo moest de auteur in 1966 (het jaar van zijn toetreding tot de rooms-katholieke kerk) voor de rechtbank verschijnen na een aanklacht wegens godslastering. De aanklacht is gericht tegen zijn beschrijving van gemeenschap met een als ezel geïncarneerde God, in het boek Nader tot U. In 1968 wordt hij vrijgesproken. In datzelfde jaar ontvangt Gerard de P.C. Hooft-prijs en in 1974 wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau. In 1993, op zijn zeventigste verjaardag, volgt een bevordering tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. De Avonden wordt in 1989 verfilmd en in 1991 integraal (gedurende tien uur) voorgelezen door Gerard.

Recent werk: Brieven van een aardappeleter (1993, brieven), Op zoek (1995, novelle), Zondagmorgen zonder zorgen (1995, korte stukken en brieven), Het boek van violet en dood (1996, roman), Ik bak ze bruiner (1996, sprookjes), Brieven aan Matroos Vosch 1975-1992 (1997, brieven).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Psychologische roman.

Samenvatting:

I.                     Het is zondag, een verloren dag. Joop komt even op bezoek, zonder de zieke Ina. Nadat hij ontdekt dat Jaap Elderer niet thuis is, gaat Frits op bezoek bij Louis. Om kwart over negen, als Louis naar bed gaat, keert Frits huiswaarts. Eenmaal thuis aangekomen gaat hij uit verveling naar bed.

II.                   Maandag vertrekken Frits’ ouders naar Haarlem. Samen met Joop en Ina gaat Frits naar het Berendgymnasium, dat 20 jaar bestaat. Frits voert een aantal onbenullige gesprekken en verveelt zich.

III.                 Ter ere van de eerste verjaardag van hun zoon, gaat Frits op bezoek bij Jaap en Joosje. Totdat Jaap thuiskomt verveelt Frits zich bij Joosje en twee oudere dames. Als Jaap thuiskomt, zeurt Frits eerst over haaruitval. Daarna maken ze grappen over een halfdronken man, die om elf uur binnenkomt, en over invalide mensen. Op het moment dat hij thuis komt heeft Frits’ moeder een zenuwaanval.

IV.                 Eerste Kerstdag. Frits’ ouders gaan weg. Lande bezoekt Frits en beschuldigt Maurits Duivenis ervan tweehonderd gulden van hem gestolen te hebben. Samen met Louis Spanjaard gaat hij vervolgens naar de bioscoop. ‘s Avonds gaat Frits naar Walter Graafse. Terwijl ze samen muziek maken, ligt er iemand, een verdieping hoger, op sterven. ‘s Nachts heeft Frits angstdromen.

V.                   Tweede Kerstdag. Frits’ ouders gaan weer weg. Frits luistert naar muziek en voelt zich gelukkig. Als hij Maurits Duivenis in de stad tegenkomt, bekent hij dat hij de tweehonderd gulden heeft gestolen. ‘s Avonds bezoekt Frits Viktor, een student klassieke talen, en spreekt met hem over geestelijke afwijkingen bij mensen.

VI.                 Na zijn werk koopt Frits twee kaartjes voor de bioscoop. Door drukke werkzaamheden kan Viktor echter niet mee. Als Frits vervolgens bij Louis langsgaat, treft hij Viktor aan. Uiteindelijk verkoopt hij het tweede kaartje aan Maurits. Na de film praten ze na in de kamer van Maurits.

VII.               Frits’ moeder gaat naar Haarlem, waardoor hij samen met zijn vader moet eten. ‘s Middags gaat hij even naar bed. ‘s Avonds gaat hij samen met Jaap, Joosje en Viktor naar een café. Ze hebben het onder andere over de vakantie, kostgangers in de oorlog en de school die Frits niet afgemaakt heeft. De dronken Frits komt met veel hulp thuis. Nadat hij overgegeven heeft, valt hij in slaap.

VIII.             ‘s Ochtends wordt Frits wakker met een kater. ‘s Middags gaat Frits naar Adelaar, de vader van Ina. Daar aangekomen blijkt dat Joop en Ina naar de schouwburg zijn. Als Frits weer thuis is, komen Joop en Ina langs. Frits plaagt Joop met zijn kaalheid. Hij gaat naar Bep Spanjaard, die last heeft van eczeem aan haar been. Ze vertelt over haar achtervolgingswaanzin uit de oorlog en geeft Frits een speelgoedkonijn, dat zijn troeteldier wordt. Thuis hebben vader en moeder ruzie.

IX.                Samen met Jaap, Joosje, Bep en Eduard Hoogkamp gaat Frits naar de religieuze negerfilm De Groene Weiden. Voordat ze naar de nachtvoorstelling gaan, praten ze over ziekten en begrafenissen. De film maakt veel indruk op Frits. Hij gaat direct na afloop alleen naar huis, om te voorkomen dat de zinloze gesprekken met zijn vrienden afbreuk doen aan het effect van de film.

X.                  Oudejaarsdag. Frits viert oudejaarsdag thuis met zijn ouders. Frits ergert zich aan de eetgewoonten van zijn ouders en aan zijn moeder, die is opgelicht en vruchtensap heeft gekocht in plaats van wijn. Als het gesprek stokt, gaat Frits naar boven. Hij wil zijn konijn martelen, maar wordt geroepen door zijn moeder. Nog voor twaalf uur wil hij zijn vader vertellen hoe hij over hem denkt. Het lukt niet. Na twaalf uur gaat Frits naar zijn vrienden. Nergens wordt opengedaan. Op weg naar huis noemt Frits alle slechte eigenschappen van zijn ouders en vraagt God om vergiffenis voor hen. Uiteindelijk accepteert hij wat hem overkomt en is hij blij te leven.

Tijd en tijdvolgorde:

De Avonden is een chronologische beschrijving van de laatste tien dagen van 1946. Elk hoofdstuk beschrijft één dag.

Plaats/ruimte:

In het verhaal spelen Frits’ woning en zijn woonplaats een rol. Uit de vervormde namen (Cementwijk voor Betondorp) is op te maken dat het verhaal zich in Amsterdam afspeelt.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Frits van Egters:

Frits is 23 jaar en woont bij zijn ouders. Frits observeert zijn wereld en ziet daarin vooral lelijkheid en verval. Zijn neurotische belangstelling voor lichamelijk verval uit zich in zijn obsessie met kaalheid. Hij is een rond karakter.

Frits’ Ouders:

De namen van de ouders van Frits worden in het boek niet genoemd. Frits’ moeder is lief en zorgzaam. De vader van Frits is zwijgzaam en enigszins doof. Hij is licht gedraggestoord en gedraagt zich wat vreemd. Ondanks zijn doofheid is hij overgevoelig voor enig geluid uit de radio. Frits ergert zich regelmatig aan zijn ouders. Frits’ ouders zijn vlakke karakters.

Onderlinge relaties:

De vriendenkring van Frits

De vrienden van Frits gaan afstandelijk met elkaar om en vertellen elkaar vooral sterke verhalen. Viktor Poort weerspiegelt het het goede (Viktor = overwinnaar en Poort verwijst naar de hemelpoort). Hij heeft geen negatieve (lichamelijke) kenmerken en bestempelt Frits’ ouders als ‘goede mensen’. Maurits staat voor het kwade (Duivenis verwijst naar duivel). Maurits is een bekende van Frits, is erg sadistisch en steelt. Maurits mist een oog.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

Centraal in het boek staan (de angst voor de) dood, ergernis en verveling. De angst voor de dood komt terug in Frits’ neurotische obsessie voor lichamelijke gebreken en Frits’ angst voor oudejaarsdag.. De beschreven periode, tien dagen, symboliseren de lijdensweg van Christus. De ergernis en verveling tekenen Frits’ bestaan.

Motto:

Geen. De schrijver wil wel afstand doen van het autobiografische karakter van het boek (‘Elke gelijkenis van figuren of voorvallen in dit verhaal met werkelijke personen of gebeurtenissen is toevallig.’). Weinig mensen hechten hier waarde aan; De Avonden wordt alom gezien als een sterk autobiografisch boek.

Taalgebruik:

Opvallend is de formele taal waarin Frits zich uitdrukt. Het effect is vaak (tragi)komisch: de onmacht van Frits om zijn gevoelens te uiten, drukt hem in onpersoonlijk, officieel taalgebruik.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Personaal medium.

Perspectief:

Het perspectief ligt bij Frits van Egters (hij-perspectief). Frits geeft een nauwkeurige omschrijving van en mening over zijn omgeving en de gebeurtenissen in de omgeving.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit tien genummerde hoofdstukken, zonder titel. Ieder hoofdstuk beschrijft één dag in het leven van Frits van Egters. Behalve de zevende en tiende dag eindigen alle hoofdstukken met een droom.

Eigen mening: