Jan Wolkers - Brandende liefde

De Bezige Bij, Amsterdam (1981)

Titelverklaring:

Brandende liefde is de volksnaam voor het plantje Lychnis, dat de schilder aan mademoiselle Bonnema voor haar verjaardag geeft. Deze naam heeft absoluut niets te maken met de gevoelens die hij voor haar koestert. Hij geeft het plantje ook aan Anna, voor wie hij wel een ‘brandende liefde’ voelt.

De auteur:

Jan Wolkers wordt op 26 oktober 1925 in Oegstgeest geboren. Hij groeit op in een streng gereformeerd gezin, als derde van elf kinderen. Hij wordt vanwege slechte resultaten van de MULO gestuurd. Hij helpt eerst zijn vader in de winkel en heeft daarna een aantal verschillende baantjes: bijv. dierenverzorger, tuinman en lampenkappenschilder.

In de oorlog duikt hij onder. In 1944 sterft onverwacht zijn oudste broer. Dit grijpt hem erg aan, omdat hij zijn broer bewonderde vanwege diens protesten tegen hun vader. Na de oorlog studeert hij beeldhouwkunst in Den Haag, Amsterdam en Salzburg. In 1957 krijgt hij een beurs voor een stage bij Ossip Zadkine in Parijs. Hij debuteert in 1961 als schrijver met de verhalenbundel Serpentina’s petticoat. Kort Amerikaans (1962) is zijn eerste roman. Jan Wolkers roept met de ongeremde beschrijvingen van thema’s als sexualiteit, dood en geloof veel weerstanden op. In 1963 ontvangt hij de Novelleprijs van de stad Amsterdam, maar drie jaar later geeft hij het geld terug uit protest tegen het politieoptreden tegen de provo’s. Vervolgens weigert hij in 1982 de Constantijn Huygensprijs en in 1989 de P.C. Hooftprijs. Het Auschwitzmonument in Amsterdam is zijn bekendste sculptuur.

 

Een selectie uit zijn omvangrijke oeuvre:

Romans: Terug naar Oegstgeest (’65), Turks fruit (’69) en Brandende liefde (’81); evenals Kort Amerikaans alle drie verfilmd.

Verhalen: Gesponnen suiker (’63), 22 Sprookjes, verhalen en fabels (’85).

Essays: Tarzan in Arles (’91), Mondriaan op Mauritius (’97).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Liefdesroman.

Samenvatting:

De ik-figuur is student aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam. Hij krijgt Franse les van mademoiselle Bonnema. Deze les is gratis, maar haar studenten moeten in ruil daarvoor allerlei klusjes opknappen in haar huis. De oude vader van mademoiselle Bonnema, die bij de ongetrouwde vrouw op zolder woont, lijdt aan de ziekte van Parkinson. In het huis woont ook een violist met zijn beeldschone vrouw Anna. De ik-figuur wordt helemaal verliefd op haar en weet haar zover te krijgen, dat zij voor hem gaat poseren. Na een tijdje wil ze zelfs naakt poseren, maar dan wil ze de ik-figuur wel aan een ketting vastleggen. Als ze even pauzeren, trekt Anna hem boven de gootsteen af.

Met Sinterklaas krijgt de ik-figuur een wollen vest van zijn lerares. Hij vindt het niet mooi en durft zich niet met het vest bij Anna te vertonen. Daarom doet hij het uit en legt hij het op de trap. De vader van mademoiselle Bonnema vindt het daar en neemt het mee. Hij wil het vest niet teruggeven, maar zijn dochter pakt het af en geeft het woedend aan de ik-figuur terug.

In ruil voor woonruimte in het souterrain, gaat de ik-figuur de oude Bonnema verzorgen. Hij blijkt vrij koppig te zijn, maar wordt wat meegaander wanneer de ik-figuur hem zijn wollen vest teruggeeft. Om ervoor te zorgen dat hij zich laat wassen, belooft de ik-figuur dat Anna daarna even zal komen. Dan krijgt hij een idee: hij wil een schilderij van een naakte Anna met de oude man maken. Dit past volgens hem in het thema ‘Suzanna en de grijsaard’. In zijn souterrain schildert hij deze situatie ‘uit zijn hoofd’. Wanneer Anna zwanger blijkt te zijn, wil hij de twee mensen graag laten poseren.

Uiteindelijk wil Anna wel meewerken, maar vlak voor het ‘moment suprème’ overlijdt de oude man. De ik-figuur besluit net te doen of er niets aan de hand is, hij zegt dat de man in een diepe slaap is. Hij doet zijn werk zo snel mogelijk. Als Anna weg is, wil de Van Gogh-baard, een medestudent van de ik-figuur, een schets van een naakte overledene maken. Als hij boven komt, moet hij echter overgeven. Als mademoiselle Bonnema hoort dat haar vader overleden is, reageert ze niet geschokt. Ze is wel kwaad omdat de oude man het wollen vest aanheeft. De ik-figuur krijgt het vest weer terug.

Anna moet van mademoiselle Bonnema verhuizen, omdat ze een kind krijgt. Daarom gaat ze nog één keer naar het souterrain om te poseren. Tijdens het poseren wordt haar dochtertje geboren. Mademoiselle Bonnema komt kijken wat er aan de hand is. Ze ziet het schilderij van Suzanna en de grijsaard, dat onafgedekt in de kamer staat. Nu gaat ze helemaal door het lint en de ik-figuur slaat een portret van zichzelf op haar hoofd kapot. Hij bedreigt haar met een broodmes, zodat ze niets tegen de violist zegt. Anna geeft hem een kus en zegt: ‘Je hebt me als een man verdedigd’.

Tien jaar later vindt de ik-figuur een rouwkaart in zijn bus, waarin staat dat mademoiselle Bonnema overleden is. Hij is pas terug uit Parijs, de plaats waar hij jaren geleden heeft gestudeerd. Hij belt Anna op om te vragen of ze met hem naar de begrafenis meegaat. Haar dochtertje is inmiddels tien jaar en de violist heeft haar verlaten.

De Van Gogh-baard is ook op de begrafenis. Hij is een echte patser geworden, die zijn oude ideeën over kunst opzij heeft gezet. Hij laat nu zijn schilderijen door zijn assistenten maken.

Na de begrafenis gaan ze naar het huis van mademoiselle Bonnema. Hij heeft namelijk een witte kan geërfd, die hij goed voor zijn stillevens kan gebruiken. Hij schenkt de Van Gogh-baard het wollen vest, dat dankbaar in ontvangst wordt genomen. Anna kleedt zich nog één keer uit in het souterrain. Samen verlaten ze het huis.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal is van hoofdstuk 2 tot en met hoofdstuk 27 één grote flash-back. Binnen deze flash-back wordt het verhaal chronologisch verteld. De andere hoofstukken spelen ongeveer 10 jaar later. De ik-figuur weet dus wat de afloop van de afgesloten periode is, maar houdt de spanning zo veel mogelijk vast. Na hoofdstuk 27 weet ook de ik-figuur niet wat er gaat gebeuren.

De vertelde tijd bedraagt in totaal ongeveer 12 jaar. Het verhaal speelt in de jaren vijftig af.

Plaats /ruimte:

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het huis aan de Sarphatiastraat in Amsterdam.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling /onderlinge relaties:

Ik-figuur:

De ik-figuur is de centrale figuur in de roman. Hij is een jonge schilder, die aan de Academie voor Beeldende Kunsten in Amsterdam studeert. Hij is een knappe man, die bovendien erg romantisch is. Zo is hij helemaal verliefd op Anna, een getrouwde vrouw. Hij schildert vooral stillevens en wordt daarbij gedreven door lichamelijke liefde. Hij is een rond karakter.

Anna:

Anna is de vrouw van een violist. Ze is een zeer mooie vrouw, ze is vrij mollig en heeft rossige krullen. Ze is zeer trouw aan haar man, die later zelf niet trouw aan haar blijkt te zijn.  Ze wil graag bewonderd worden. Daarom heeft ze er geen enkel probleem mee om naakt voor de man, die verliefd op haar is, te poseren. Zij is een rond karakter.

Mademoiselle Bonnema:

Mademoiselle Bonnema is de Franse lerares van de schilder. Zij is een zeer saai mens, dat alles wat losbandig is, verafschuwt. De ik-figuur vindt later echter wel boeken van Rabelais  in haar kast. Ze is altijd vrijgezel geweest en kijkt niet veel naar haar vader om, die op zolder woont. Zij is een rond karakter.

De oude Bonnnema:

De oude Bonnema is vroeger een beroemd chirurg geweest, maar lijdt op 96-jarige leeftijd aan de ziekte van Parkinson. Hij is de vader van mademoiselle Bonnema. De ik-figuur verzorgt hem tijdens zijn laatste dagen. Geestelijk is hij nog helemaal bij. Hij is een vlak karakter.

De Van Gogh-baard:

De Van Gogh-baard heet eigenlijk Kees van der Plasse. Hij is een studievriend van de ik-figuur en is nog een tikkeltje brutaler. Hij ziet er groot en wild uit, maar heeft een heel klein hartje. Na tien jaar heeft hij zijn oorspronkelijke ideeën vaarwel gezegd. Hij laat zijn schilderijen nu door zijn assistenten maken en verdient daar handenvol geld mee. Hij is een vlak karakter.

De violist:

De violist is de man van Anna. Hij is een zeer beschaafde heer, die vaak van huis is. Hij is een

type.

 Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Leven en dood:

In het huis aan de Sarphatiastraat staan leven en dood dicht naast elkaar. Op de bovenste verdieping woont de oude Bonnema, die in de loop van het verhaal overlijdt. De schilders vinden hem een interessant ‘object’. Mademoiselle Bonnema is geestelijk dood. Ze heeft een zeer saaie, doodse levenswijze. Aan de andere kant staan de jonge studenten, aan wie mademoiselle Bonnema les geeft. Zij zitten vol met plannen en dynamiek, wat zich vaak uit in absurde kunstideeën en een brutale houding. Ook Anna is een symbool voor het leven. Zij is jong en zwanger: het begin van een nieuw leven.

Naast leven en dood spelen ook erotiek en kunst een grote rol in het boek. Vooral de Van Gogh-baard slaat vaak erotisch getinte taal uit. De erotiek tussen de ik-figuur en Anna uit zich in de schilderkunst van de ik-figuur.

Motto:

Het motto luidt: ‘As for the story itself it is true enough in its essentials. The sustained invention of a really telling lie demands a talent which I do not possess. (Tales of Unrest / Autor’s Note, Joseph Conrad)

Waarschijnlijk bedoelt Wolkers hiermee, dat het boek in essentie op waarheid berust. Hij bezit niet het talent om ‘leugens’ te verzinnen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik in Brandende liefde wordt gekenmerkt door lange zinnen, waarin vaak overdrijving voorkomt. Er wordt veel gebruikgemaakt van Franse citaten, die niet altijd vertaald zijn.

Opdracht:

‘Voor Eric’.

Vertelsituatie:

Ik-vertelsituatie, de schilder vertelt het verhaal.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

30 genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

…..