Yvonne Keuls - De moeder van David S.

Ambo bv, Baarn (1980)

Titelverklaring:

De schrijfster heeft voor deze titel gekozen, omdat ze vindt dat ouders van drugsverslaafden onpersoonlijk worden behandeld. De titel komt in het boek voor als de moeder van David door de politie gebeld wordt.

De auteur:

Yvonne Keuls wordt geboren op 17 december in 1931 in Batavia, in het toenmalige Nederlands-Indie. In 1938 keert het gezin weer terug naar Nederland. Na de Kweekschool heeft ze als onderwijzeres gewerkt. Ze trouwt in 1954 met R. Keuls. Ze begint met het schrijven van gedichten en verhaaltjes. Ze maakt ook bewerkingen van romans van een aantal bekende schrijvers voor de televisie. Ze wordt bekend met Jan Rap en zijn maat (1977). De schrijfster gebruikt meestal een sobere stijl.

Meest recente werk:

Lowietjes Smartegeld, of het gebit van mijn moeder (1995)

Keulsiefjes (1996, columns).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

De moeder van David S. is een psychologische roman/verslag.

Samenvatting:

Het oudste kind van de familie S., David, hun zoon van zestien, raakt aan de drugs verslaafd. Dit gebeurt eerst met wierook, maar later ook met drugs.

 

In het begin van het verhaal krijgt de lezer de indruk dat het erg goed gaat met de familie S.. Maar langzamerhand gaat het steeds slechter met David.  Hij gaat steeds minder naar de sportclub en maakt ook bijna geen huiswerk meer. Hij komt ‘s avonds laat thuis en brandt wierook op zijn kamer. Hij doet eigenlijk alleen nog maar die dingen waar hij zelf zin in heeft.

De grote problemen beginnen, wanneer de familie van vakantie terugkomt en in het hele huis vreemden liggen te slapen. David zegt tegen de politie dat ze hem hebben bedreigd.

 

De rest van de familie is nooit in aanraking met drugs geweest en weet ook niet wat de gevolgen daarvan zijn. Het duurt daarom erg lang voordat Len doorheeft wat er aan de hand is. Het gezin heeft geleerd om David los te laten, maar Len, de moeder van David, weigert hem los te laten. Haar huwelijk lijkt stuk te lopen en voor de andere kinderen in het gezin heeft ze al tijden geen aandacht.  Doordat David zelf ook ziet dat het leven van zijn ouders, broer en zusjes door hem ondraaglijk is geworden, gaat hij steeds meer drugs gebruiken. Hij heeft dus een soort schuldgevoel. David krijgt hulp van Kees, een psycholoog, hij begeleidt David, ook al is dit zeer moeilijk.

Davids vriend Bennie, met wie David soms dagenlang weg is, gebruikt samen met hem drugs. Eerst wierook, daarna hasj en marihuana. Later stelen ze samen fietsen en geld om aan drugs te komen. Als de ouders van beide jongens samen over hun problemen praten, wil David’s moeder nog steeds niet geloven dat hun zoon (ook) aan de drugs is. David geeft aan zijn moeder toe dat hij Speed gebruikt en dat hij geld van haar steelt om het te kunnen kopen. Maar hij belooft haar daarmee te stoppen en weer naar school te gaan. Maar al na een paar weken loopt hij weg en belt meer dan drie weken later vanaf het Centraal Station op om te vragen of zijn ouders hem willen komen ophalen.

Dit gaat nog een paar weken zo door. Dan worden de ouders van David op een dag opgebeld door een politieagent, die een slechte mededeling voor hen heeft: David is opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis. Als zijn ouders hem de volgende dag opzoeken, smeekt David hen om hem mee te nemen. Maar ze doen het niet. Het gaat langzamerhand weer wat beter met David en zijn ouders weten hem over te halen om vrijwillig naar een afkickcentrum te gaan. Al na een paar weken loopt David ook hier weg en komt hij bij zijn ouders om geld bedelen. Zijn vader geeft hem wat geld en stuurt hem weg.

Het keerpunt in het verhaal is de reis van Len naar Amerika, waar ze in contact komt met een organisatie voor ouders van drugsverslaafden. Terug in Nederland begint Len samen met haar man net zo’n groep voor ouders van drugsverslaafden en ze hebben veel steun aan elkaar.

Aan het einde van het verhaal, als blijkt dat David waarschijnlijk ‘clean’ is, hoort Len dat David het huis verlaat. Len blijft de hele nacht wakker, maar weet ‘s ochtends dat David het huis heeft verlaten om een shot te gaan halen.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal wordt chronologisch verteld. De vertelde tijd is ongeveer twintig jaar. Het verhaal begint met de geboorte van David. De laatste zeven jaar worden uitgebreider beschreven, omdat deze periode voor David het belangrijkste is in verband met zijn drugsprobleem. De schrijfster maakt in dit boek ook gebruik van enkele flash-backs.

Plaats/ruimte:

De voornaamste plaatsen van handeling zijn: de huizen waar David geleefd heeft (in Den Haag en in Delft), de Amsterdamse drugsscène, de afkickboerderij en het politiebureau.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

De hoofdpersoon, David, is zestien jaar en raakt verslaafd aan de drugs. Doordat hij onder invloed van deze verdovende middelen is, heeft hij nergens zin in. Hij is een rond karakter.

Len, David’s moeder, wil haar zoon koste wat het kost van de drugs afhebben. Dit gaat ten koste van het gezin. De personages in dit boek veranderen overigens in twintig jaar nauwelijks. Zij is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Len:

Zij is de moeder van David.

Simon:

Hij is de vader van David.

Julietje:

Zij is Davids zusje van dertien.

Josientje:

Zij is Davids zusje van negen.

Bernhard:

Hij is Davids beste vriend, hij is ook verslaafd.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Hoofdthema van dit boek is drugsverslaving en de verhouding tussen een gezin en een verslaafde zoon/broer.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het boek is voor een breed publiek geschreven; het is gemakkelijk leesbaar. Eigenlijk kan dit boek niet tot literatuur gerekend worden, omdat het een soort ooggetuigenverslag van de moeder van de hoofdpersoon is.

Opdracht:

Het boek is opgedragen aan alle ouders van drugsverslaafden.

Vertelsituatie:

Het verhaal/verslag wordt verteld door de moeder van David S., door haar ogen wordt het verhaal/verslag verteld. Ik-vertelsituatie.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit vier ongenummerde hoofdstukken die geen titels hebben.

Eigen mening:

….