Jos Vandeloo – Het gevaar

Manteau, Brussel (1960)

Titelverklaring:

De titel verwijst naar het enorme gevaar, kernenergie, dat de hoofdpersonen voortdurend achtervolgt. Daarnaast verwijst de titel naar de relaties tussen mensen en de vervreemding in de moderne samenleving. Alfred en Harry staan hier model voor.

De auteur:

Josephus Albertus Vandeloo wordt op 5 september 1925 geboren in Zonhoven, Belgisch Limburg. Na de lagere school volgt hij middelbaar onderwijs aan het St. Jozef College in Hasselt. Van de fraters in Zonhoven krijgt hij les in Frans en algemene ontwikkeling. In die tijd schrijft Jos bij tijd en wijle bijdragen voor de schoolkrant.

In het najaar van 1944 meldt Jos zich aan als vrijwilliger voor het tweede Britse leger. Bij de opmars door Nederland en Duitsland wordt hij voornamelijk als tolk ingezet. Als hij na drie maanden betrokken raakt bij een ongeval en weer thuis belandt, zet Jos zijn studie voort. Hij volgt een opleiding tot steenkooldeskundige in Luik, Charleroi en Duitsland. In 1947 onderbreekt hij zijn studie om zijn dienstplicht te vervullen. Tijdens zijn dienstplicht is Jos redacteur van de Soldatenpost.

In 1953 besluit Jos, in het licht van de dreigende crisis in de mijnbouw, zijn werkterrein te verleggen naar de letteren. Hij treedt in dienst bij de uitgeverij Manteau te Brussel. Inmiddels is Jos getrouwd en vader van een zoon (Ferdy). Later volgen nog een dochter (Anita) en een zoon (Dirk).

In 1955 verschijnen zijn eerste boeken. Hij heeft dan drie jaar Nederlandse en Franse letterkunde gestudeerd aan de Koninklijke Academie en het Hoger Instituut voor Schone Kunsten te Antwerpen. Hij is nog lange tijd werkzaam geweest voor uitgeverij De Standaard, maar wijdt zich sinds 1983 geheel aan het schrijven.

Recent werk:

De weg naar de Ardennen (1988, roman), De beklimming van de Mont Ventoux (1990, roman), De vogelvrouw (1993, roman), De man die niet van deurwaarders hield (1995, roman)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Novelle.

Samenvatting:

De proloog beschrijft hoe een ongure, zwarte man zich opdringt aan Alfred Benting, als hij in de trein zit. Dat doet hij met zijn naam, Edward Lava, en zijn blikken. Plotseling neemt hij zijn oog uit de oogkas en legt hem voor zich op tafel. Vervolgens stapt Edward Lava uit. Het oog blijft liggen en blijft naar Alfred kijken. Als het oog valt, valt Alfred.

Door een onbegrijpelijke fout lekt het gevaar van de kernreactor in het studiecentrum voor kernsplitsing, de wijde wereld in. Drie mannen, Alfred Benting, Harry Dupont en Martin Molenaar, raken besmet met de vrijgekomen radioactieve straling. Als blijkt dat water, zeep, zalfjes en diverse chemische producten de radioactiviteit niet doen afnemen, worden ze naar een speciale afdeling van het academisch ziekenhuis overgebracht. De drie mannen leven in een vreemde wereld. Ze zijn afgesloten van de buitenwereld en mogen geen bezoek ontvangen. Iedereen die wel in de buurt komt, is uitgerust met isolerende pakken. Opeens zijn de drie mannen medische studieobjecten geworden.

 

Martin Molenaar is er het slechtste aan toe. Ondanks zijn narcose hoort hij, tijdens een onderzoek, de doktoren vertellen dat hij geen dag meer te leven heeft. De andere twee hebben maximaal nog acht dagen. Terug van zijn onderzoek deelt hij zijn ervaringen met zijn lotgenoten. De volgende dag is Martin overleden. Harry Dupont wil zijn lot ontvluchten, hij weigert in stilte en afzondering weg te moeten rotten. Alfred Benting probeert hem tegen te houden: hij voorspelt dat er een grote zoekactie insteld wordt, wegens hun gevaar voor de bevolking. Hoewel Alfred bewondering heeft voor Harry’s rebellie, laat hij zich met moeite overtuigen. Ze besluiten om er kort na het eten vandoor te gaan, ze hebben dan nog vier dagen te gaan. De vlucht heeft succes. Uiteindelijk overlijden beide vluchtelingen. Harry overlijdt in een café als hij zijn hand aan een glasscherf snijdt. Alfred verblijft twee dagen bij zijn oude, onhartelijke tante. Het verhaal eindigt als hij zijn tante verlaat en op weg is naar het station.

De epiloog beschrijft hoe Alfred Benting zich voelt wegglijden in een vochtige gang. Een dokter constateert zijn dood en hij wordt weggebracht. Als Alfred weer wakker wordt, ligt hij op een blauwe steen. Dichtbij hem in de buurt liggen nog twee figuren. Eén van hen is Edward Lava. De hoop van Alfred vervliegt. Hij heeft de tijd verlaten.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal is, met uitzondering van de proloog, chronologisch opgebouwd. De proloog is een flash-forward. In de proloog is Alfred Benting al op de vlucht, terwijl het verhaal vervolgens begint met de gebeurtenissen in het ziekenhuis.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in het Academisch Ziekenhuis en beslaat enkele dagen. De precieze tijd waarin het verhaal speelt is niet uit het boek op te maken. Aangezien het thema kernenergie is, kan het boek zich afspelen tussen 1960 en de verre toekomst.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Alfred Benting:

Alfred Benting is getrouwd en heeft één kind. In het verhaal speelt het huwelijk, dat niet erg gelukkig is, geen belangrijke rol. Alfred houdt zichzelf staande in zijn ziekte door te accepteren dat het ongeluk altijd één van de risico’s van zijn werk is geweest. Hij is een rond karakter

Harry Dupont:

Harry Dupont heeft een sterk karakter, maar is wat opvliegend van aard. Zijn vrouw Eva betekent enorm veel voor hem. Harry kan zich ontzettend kwaad maken over de gebeurtenissen. Hij is een rond karakter.

Martin Molenaar:

Martin Molenaar is van de drie slachtoffers het ergste besmet en overlijdt al snel. Hij is een vlak karakter.

Professor Wens:

Professor Wens vertegenwoordigt de medische wereld. Hij is vooral geïnteresseerd in zijn onderzoeksresultaten, het welzijn van zijn patiënten interesseert hem niet. Hij is een type.

Edward Lava:

Alleen Alfred Benting ziet de verschijning Edward Lava. Het is onduidelijk of Alfred hem verzint of dat hij een passagier anders weergeeft. Alfred ziet in de ongure, zwart geklede Edward de Dood. Hij is een type.

Onderlinge relaties:

Alfred Benting, Harry Dupont, Martin Molenaar:

Alfred, Harry en Martin zijn alle drie slachtoffer van een kernramp en zijn doodziek. Als Martin overlijdt, besluiten Alfred en Harry het ziekenhuis waar ze verblijven te onvluchten. Uiteindelijk overlijden Alfred en Harry ook.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

De belangrijkste thema’s zijn angst en de dood. Direct in de proloog komt de Dood al om de hoek kijken, in de persoon van Lava. Uiteindelijk achterhaalt de dood alle drie de hoofdpersonen, ondanks hun vlucht en valse hoop van doktoren.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik in Het gevaar is eenvoudig, waardoor het prettig leest.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Alwetende (auctoriale) verteller.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek begint met een proloog. Alfred Benting is op de vlucht voor iets verschrikkelijks. In de drie volgende hoofdstukken, Praten met populieren, De glanzende tunnel van de nacht en Wonen in steen, blijkt snel wat er gebeurd is. Na de gebeurtenissen volgt een epiloog, waarin Benting weer in de trein zit. Deze keer is hij toeschouwer bij zijn eigen sterven.

Eigen mening: