Marga Minco - De glazen brug

Bert Bakker, Den Haag (1986)

Titelverklaring:

De titel is afgeleid van het spreekwoord ´op het glazen bruggetje geweest zijn` en dat betekent volgens Van Dale `zich aan iets hachelijks hebben gewaagd of in doodsgevaar verkeerd hebben`. Dit is van toepassing op Stella, de Joodse vrouw, die het hoofdpersonage in dit boek is.

De auteur:

Marga Minco is het pseudoniem van Sara Minco, die op 31 maart 1920 geboren wordt in Ginneken. Ze is de enige die het wegvoeren van haar familie in de oorlog overleeft. De voornaam Marga is een overblijfsel van haar onderduikersnaam Marga Faes. Ze trouwt met de schrijver/dichter Bert Voeten, waar zij na enkele jaren van scheidt. Haar werk wordt grotendeels door oorlogservaringen gekleurd. Haar debuut is Het bittere kruid uit 1957, dat in 1985 wordt verfilmd door Kees van Oostrum. Marga Minco distantieert zich echter volledig van deze verfilming. Als haar verhalen niet over de oorlog gaan, dan spelen eenzaamheid en isolement een grote rol. Het toeval is ook belangrijk in haar boeken. Ze schrijft ook korte verhalen en kinderboeken, onder andere Kijk ´ns in de la (1963) en De verdwenen bladzij (1994). Ze krijgt in 1957 de Multatuli-prijs voor het verhaal Het adres en in 1958 ontvangt ze de Vijverbergprijs voor Het bittere kruid.

Meest recente werk:

Maart (1979)

Verzamelde verhalen 1951-1981 (1982)

De glazen brug (1986; boekenweekgeschenk)

De zon is maar een zeepbel (1991)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

De glazen brug is een novelle. Het beschrijft niet alleen de gebeurtenissen die Stella meemaakt in de Tweede Wereldoorlog maar ook wat die met haar kijk op het leven doen en wat die voor invloed op haar verstand hebben.

Samenvatting:

De glazen brug is het levensverhaal van de 22-jarige Stella, die jodin is. Zij vertelt over het oppakken van haar ouders en hoe zij via het dak ontsnapt. Het toeval speelt hierbij een grote rol. Eerst duikt ze met behulp van Roelofs onder op een boerderij. Dan komt ze bij een kinderloos echtpaar in Haarlem. Op haar derde onderduikadres komt ze pas tot rust. Ze ontmoet daar Carlo en hij geeft haar een ander persoonsbewijs, dat van Maria Roselier uit het Zeeuwse dorpje Avezeel. Ze begint van Carlo te houden, maar dan moet Carlo onderduiken. Voor de oorlog ten einde is moet Stella door een periode van grote verwarring en onzekerheid, van onnoembaar verdriet heen. Van haar familie blijkt bijna niemand meer te leven. Haar huwelijk met de oudere Reinier houdt maar een paar jaar stand. Tenslotte besluit ze naar Avezeel te reizen om er achter te komen wie Maria Roselier was. Dit verneemt ze van de huisarts Zegelrijke en ook dat Carlo, die in het echt Laurens heet, samen met  de zoon van de dokter is gestorven.

Tijd en tijdvolgorde:

Het eerste deel van het verhaal speelt zich af in de Tweede Wereldoorlog. Het tweede deel speelt zich jaren later af als Stella Avezeel bezoekt, het geboortedorp van Maria Roselier. Tijdens het verhaal wordt er nogal eens van het heden naar het verleden gesprongen en weer terug.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich af in Nederland, vooral in de steden Haarlem en Amsterdam en het dorp Avezeel. Als plaats is ook de brug belangrijk. Op een gegeven moment komt haar vader de brug niet over en blijft aan de andere kant van de doodsrivier staan. Ook de brug van het verleden naar het heden staat centraal.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

Stella:

Stella is een 22-jarige Joodse vrouw. Ze had een erg sterke band met haar vader. Stella heeft het moeilijk gehad in de oorlog en na de oorlog heeft ze weinig over om een toekomst op te bouwen. Toch gloort er licht voor haar aan het einde van het verhaal. Ze is een rond karakter.

Carlo:.

Carlo is degene die ervoor zorgt dat Stella in Amsterdam kan onderduiken en dat ze een nieuw persoonsbewijs krijgt. Carlo wordt Stella´s vriend. Toevallig is Carlo een vriend van de zoon van dokter Zegelrijke, die Stella over Maria vertelt en haar mededeelt dat Carlo dood is. Hij is een vlak karakter.

Maria:

Maria Roselier is een overleden vrouw, van wie Stella het persoonsbewijs krijgt. Stella probeert haar identiteit aan te nemen. Ze is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Stella:

Stella is Carlo´s vriendin en krijgt het persoonsbewijs van de dode Maria Roselier.

Carlo:

Carlo, die werkelijk Laurens heet, is de vriend van Stella en helpt haar bij het onderduiken.

Maria:

Maria Roselier is de dode vrouw van wie Stella het persoonsbewijs krijgt.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Het hoofdthema van De glazen brug is de verloren identiteit. Er vindt, evenals in Een leeg huis, een soort afsplitsing van de hoofdpersoon plaats. Stella raakt haar persoonlijkheid kwijt: dit wordt heel duidelijk als haar oude persoonsbewijs verbrand wordt. Vanaf dat moment wil ze een ander zijn. Stella kan niet echt verder leven na de oorlog. Ze gaat op zoek naar Maria Roselier, maar die blijkt heel anders geweest te zijn dan Stella gedacht heeft. Ze besluit verder te gaan en in de haven waar ze aankomt, hangt licht in de nevel.

Taalgebruik:

Het taalgebruik van Marga Minco is sober. Vooral het tweede deel kenmerkt zich door afstandelijkheid. De beschrijvende zinnen maken het verhaal vrij van sentimentaliteit, maar juist rijk aan emoties, die achter het haast zakelijke verslag te vinden zijn. Verder zijn er veel vingerwijzingen naar de toekomst, die pas gaandeweg als zodanig herkend worden.

Vertelsituatie:

In deel I is Stella zelf aan het woord en is er dus een ik-vertelsituatie. In deel II wordt er door een auctoriale vertelinstantie over Stella verteld.

Perspectief:

Deel I: ik-perspectief.

Deel II: hij-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek  is verdeeld in twee delen. Beide delen hebben respectievelijk 12 en 6 genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

….