Het boek kort samengevat:

De ikpersoon wordt in 9 dagen zwaar dement en laat daarbij zijn wanhopige vrouw achter.

Tijd en Ruimte:

Het verhaal speelt zich af in ongeveer 9 dagen. Er komen ook veel flashback's in voor. Het verhaal speelt zich af rond het huis van de ikpersoon in Gloucester, aan de kust boven Boston in de VS.

Vertel wijze:

Het boek wordt verteld door de ikpersoon, Maarten. Het boek is een soort verslag van wat de ikpersoon in die 9 dagen doet, denkt en zegt.

Spanning

Het boek is absoluut niet spannend omdat het ook heel voorspelbaar is. Zodra je weet dat hij aan het dementeren is weet je dat hij aan het einde van het boek helemaal dement is geworden en dat gebeurt ook.

Thema en motieven

Eenzaamheid als gevolg van dementie.

Personages:

Maarten Klein - hoofdpersoon, is 72 jaar oud en bijna 50 jaar getrouwd met Vera. Hij was geboren in Zeeland en was als kind erg stil. Tijdens zijn studie leert hij Vera kennen en drie maanden later zijn ze al getrouwd. Hij is haar erg trouw behalve één keer in Parijs. Hij was secretaris bij het IMCO dat een organisatie is die zich bezig houd met het opstellen van quota voor de visserij. Hij woont al lang in Gloucester, een plaatsje in de buurt van Boston in de VS. Hij heeft twee al volwassen kinderen maar hij ziet ze niet meer. Hij lijd na zijn pensioen een rustig leven waar in de hond uitlaten, lezen en piano spelen een belangrijke bezigheid is. Omdat hij niet meer goed weet tijdens zijn dementie in welke tijd hij zit raakt hij in een isolement, dit kan hij niet goed verdragen maar kan het niet stoppen.



Vera Klein - vrouw van de ikpersoon Maarten, we leren haar kennen door de ogen van de ikpersoon, voor Maarten lijkt ze nog steeds trekken te hebben van een jong meisje,

Titel, ondertitel en motto, samengevat titelverklaring:

Het motto dat de schrijver aan het boek mee geeft is een deel van de gedichtbundel 'The Building' van Philip Larkin:

'A touching dream to wich we are lulled

But wake from separatly'

'Een mooie droom waar iedereen wordt ingewiegd

en elk apart uit wakker wordt'

Hersenschimmen zijn droombeelden, onberedeneerde gedachten of iets dat in de verbeelding bestaat.

Maarten Klein in het boek heeft verbeeldingen waarin hij leeft en waarin het verleden door heen speelt. Daarom de titel 'Hersenschimmen'

Samenvatting:

Het verhaal begint als de hoofdpersoon zich afvraagt waarom de kinderen van de buurt niet op de schoolbus staan wachten. Maarten woont samen met zijn vrouw Vera in Gloucester, aan de kust boven Boston in de VS. hij denkt aan zijn vader die gestorven is.

Maarten vraagt maar aan zijn vrouw Vera waar de kinderen uit de buurt toch blijven en zij antwoord hem dat het zondag is en na drieën. Maarten laat zijn koffie koud worden en vergeet Vera's vraag of hij hout zou willen gaan halen. Hij wijt zijn slechte geheugen aan de sneeuw: 'Door die monotonie vallen alle verschillen weg'.

Als hij plotseling aan zijn vroegere school denkt klimt hij in het washok om potloden te pakken. Als zij hem daar aantreft vind hij dat Vera nog trekken van een jong meisje heeft. Dan schiet Maarten het hout weer in het hoofd en hij wil het hout gaan halen, Vera wijst hem er echter op dat zij zelf dat al heeft gedaan. Als hij de woonkamer in gaat ziet hij een boek dat hij niet herkent, hij had het echter die dag nog gekocht.

Even is hij bij volle bewustzijn afwezig en denkt hij er aan hoe het in zijn werk was. Hij denkt aan een collega, Karl Simic die zelfmoord pleegde. Als hij weer denkt aan zijn school herinnert hij het 'matjes vlechten' zich daarom schuurt hij een krant in stukken. Hij kan ook niet meer goed lezen want zijn gedachten dwalen af. Als Vera tijdens het eten het heeft over de vakantie naar Rome in 1937, herinnert hij zich er niets meer van. Dan begint hij te beseffen dat zijn geheugen het lootje zit te leggen.

De volgende dag is hij vroeg op en wil Vera verrassen op bed met koffie zoals hij dat vroeger ook deed. De koffie is echter veel te zoet en dat stelt hem een beetje teleur. Maarten gaat dan maar even de hond uit laten maar gaat veel te ver weg en vergeet de hond die zelf terug naar huis komt. Vera is ongerust en toert met de auto de stad af. Intussen drinkt Maarten een pilsje in de Tavern. Het meisje in de Tavern doet hem denken aan zijn oude verloofde Karen. In de boekhandel koopt hij een nieuw boek: 'Our man in Havanna' als de winkelier hem vraagt hoe hij het boek van vorige keer vond weet hij het niet meer. Vera vind hem uiteindelijk.

Later op de dag hoort hij Vera praten met de buurvrouw, Ellen Robbins, door de telefoon, ze maakt zich vreselijk ongerust om Maarten: 'Soms verteld hij dingen over ons die ik helemaal niet heb meegemaakt. En dan weer herinnert hij zich een heel stuk van zijn eigen verleden niet meer. Praktisch van de ene dag op de andere werd hij zo.'

De volgende dag is Vera weg en plundert hij de koelkast. Hij denkt dan dat hij naar zijn werk moet. Het kantoor is inmiddels opgeheven ener wonen gewone mensen in. Hij kraakt met een hamer en bijtel de deur open. Als hij daar even heeft gezeten moet hij overgeven. Dan beseft hij dat het goed mis is (van zijn vorige keer dat hij het besefte weet hij het niet meer)

Als Vera thuis komt weet hij niet meer wat er is gebeurd. Vera was bij dokter Eardly geweest en heeft daar gevraagd naar wat ze voor Maarten kan doen. Als geheugen training gaan ze in de fotoalbums kijken maar hoe recenter de foto's hoe onbekender ze voor Maarten lijken. Als hij de TV aanzet is er een programma op over WOII en dat brengt hem met zijn geheugen terug naar zijn jeugd toen hij met Karen verloofd was.

De dag daarop mag Maarten niet naar buiten. Hij denkt dan aan de dag waarop hij voor het eerst loog: 'Als ik het moet zal ik van minuut tot minuut mijn leven verzinnen en er in geloven'. Hij liegt tegen Vera waardoor ze overstuur raakt.

Als Vera weg gaat later die dag merkt hij dat zijn hond Robert buiten loopt. Hij wil het beestje binnen halen maar de deur zit dicht en daarom gooit hij maar een ruit aan diggelen. Bij terugkomst van Vera herinnert hij zich niks meer. William, de zoon van de buurman, komt het raam repareren. Maarten vraagt naar de hond van William, Kiss die dood is (dat weet Maarten niet meer). William doet daar heel gespannen over want hij was erg gebonden aan het hondje. 'Goede kanaap die William, maar naar een pilsje komt hij wel los hoor.'

's Avonds komt de dokter. Maarten is op dat moment heel wantrouwend en slaat een spuit uit dokter Eardly's handen. 'Eerst vriendelijk doen en daarna fel uithalen, de methode Simic, werkt altijd.' Hij krijgt alsnog een injectie en valt uiteindelijk in slaap.

De volgende dag kijkt maarten naar de oude thermometer van zijn vader en denkt aan zijn weergrafieken, die geen enkele regelmaat hadden. Hij beseft die dag dat hij in de war is: 'Ik blijf doorvechten tegen die golven, die branding in mijn hoofd.' Maarten hoort tegen de nieuwe verpleegster zeggen dat hij in de war is. 'Ik wil het niet horen, maar ik weet het waar is wat er gezegd wordt.'

Later die dag wandelt hij met de verpleegster, Phil Taylor. Hij vergeet de hele tijd haar naam en als ze piano speelt denkt hij dat ze zijn vroegere pianolerares is en legt zijn hooft in haar schoot.

De dag daarna is hij erg in de war. Zinnen kan hij niet goed formuleren en alleen vaste uitdrukkingen komen er nog het beste uit. 's Nachts gaat hij het bed uit en loopt dan naar de kamer waar een van zijn kinderen, Kitty, woonde en waar nu de verpleegster sliep. Hij loopt er naar binnen en zij zit er te lezen met een ontbloot bovenlijf. Ze schrikt en als reactie daarop zegt hij dat ze zich niet moet schamen voor haar eigen vader. Ze stoppen hem in bed. Even later gaat hij weer uit bed en gaat piano 'spelen', hij gaat toetsen indrukken omdat hij de melodie is vergeten. Uiteindelijk stoppen Vera en de verpleegster hem samen in bed en binden hem daar ook vast.

Die morgen als hij wakker word heeft hij in zijn bed gepoept en als hij in bad wordt gewassen door de verpleegster en zijn vrouw houd hij een monoloog over seksualiteit. Hij is compleet in de war en wil heel erg graag naar buiten. Hij voelt het voorjaar aankomen en breekt uit, hij verdwaalt. Gelukkig word hij thuis gebracht door een bekende en daar krijgt hij een pil. Zijn toestand verslechtert steeds en daarom word hij grofweg in een inrichting geplaatst.

Het laatste wat hij daar ervaart is het bezoek van zijn eigen vrouw…

Over de schrijver:

J. Bernlef is een pseudoniem voor Henrik Jan Marsman, die in 1937 te Sint Pancas in Noord-Holland werd geboren.

Hij heeft een uitgebreid oeuvre op zijn naam staan. Zijn debuut maakte hij in 1959 met de dichtbundel 'Kokkels' waarvoor hij een prijs kreeg. Daarna verschenen zowel verhalenbundels als romans. Bekende romans zijn 'Sneeuw', 'De maker', 'Onder ijsbergen' en 'De man in het midden' Verschillende romans spelen zich af in Noord-Europa en vooral in Zweden.

Bernlef heeft ook meegewerkt aan befaamde literaire tijdschriften. In de zeventiger jaren is Bernlef medewerker van het tijdschrift Raster.

Ondanks de vele boeken die Bernlef schreef, is hij niet zo bekend als bijvoorbeeld Wolkers of Mulisch. Misschien heeft dit te maken met zijn schrijfstijl die nogal sober en nuchter is.

Bernlef heeft boeken geschreven over allerdaagse problemen. Hiertoe kan je ook onder anderen 'Hersenschimmen' toerekenen.