A. den Doolaard – De herberg met het hoefijzer

Querido, Amsterdam (1933)

Titelverklaring:

Erwin Raine, de hoofdpersoon van het boek, overnacht in een herberg, Grand Hotel London, omdat het grote hotel in Scutari vol is. Deze herberg staat in de volksmond bekend als “De herberg met het hoefijzer”, omdat boven de ingang een hoefijzer hangt. Hier werd eens een opstand beraamd, die goed is afgelopen en grote gevolgen voor Albanië heeft gehad. Leonard neemt dit hoefijzer mee en gebruikt het als geluksamulet. Na zijn dood wordt het weer teruggehangen en sindsdien is het hoefijzer een teken van vrijheid voor de Malissoren .

De auteur:

A. den Doolaard is het pseudoniem van C.J.G. Spoelstra, geboren in 1901 in Hoenderloo. Zijn vader is Nederlands-hervormd-predikant en is veel van huis: hij reist rond in Zuid-Afrika. Spoelstra zelf is hierdoor erg zelfstandig en omstreeks zijn zeventiende besluit hij te breken met kerk en geloof. Wel behoudt hij zijn ethisch-christelijke bevlogenheid. Na zijn eindexamen aan de HBS in Den Haag en het overlijden van zijn vader gaat hij als boekhouder werken bij BPM. Hij vindt dit werk saai, maar houdt vol door zijn vrije tijd door te brengen met literaire vrienden als Albert Kuyle en Jan Campert. Vanaf 1921 tot 1932 schrijft hij vitalistische verzen en in die tijd kiest hij voor het pseudoniem ‘A. den Doolaard’. In dit pseudoniem is het zwerven en dolen, wat kenmerkend is voor Spoelstra, verborgen. In 1928 besluit hij van de pen te gaan leven. Nadat hij al zijn spaargeld opgemaakt heeft tijdens plezierreisjes, zwerft hij door Frankrijk en de Balkan, waar hij verschillende baantjes aanneemt. Hij schrijft romans die op zijn ervaringen aldaar gebaseerd zijn. Tijdens de Tweede Wereldoorlog is hij fel tegen het fascisme en antisemitisme als lid van de SDAP. Vanuit Engeland is hij een bekend spreker van Radio Oranje. Na de oorlog maakt hij reizen naar onder andere Joegoslavië, dat hij zijn ‘tweede vaderland’ noemt, en Thailand, India en de Verenigde Staten. Op latere leeftijd is hij bestuurslid en vice-voorzitter van de schrijversorganisatie International PEN, waarbij het hem vooral gaat om de persvrijheid.  Hij is twee keer getrouwd geweest en heeft drie dochters. Zijn werk staat bekend om de avontuurlijke en spannende, emotionerende verhalen. In 1994 overlijdt hij in Hoenderloo.

Ander werk: de gedichtenbundel De verliefde betonwerker (1926), de romans De druivenplukkers (1931); Orient Express (1934); Wampie. De roman van een zorgeloze zomer (1938) en De bruiloft der zeven zigeuners (1939). Verder schrijft Den Doolaard een serie politiek geladen reportages over nazi-infiltratie en –intimidatie, die wordt gebundeld onder de titel Het Hakenkruis in 1937. In 1971 komt het autobiografische Ogen op de rug uit en in 1984 schrijft hij Ik ben er tegen dat een aantal artikelen tegen kernwapens bevat.

Literaire stroming:

Er zitten elementen in van de Neoromantiek: zwerflust, vlucht uit de werkelijkheid en verzet tegen de maatschappij. 

Genre:

Avonturistische novelle.

Samenvatting:

Edwin Raine werkt als geoloog en explorateur bij de Trepca Mining Company. Hij wordt naar de Noordalbanese Alpen gestuurd om daar de koperlagen in het gebied van de Joegoslavische grens te onderzoeken. Raine heeft daar geen problemen mee, omdat hij pas zijn verloving heeft verbroken. Zijn bagage bestaat alleen maar uit een rugzak met daarin onder andere een Steyr-revolver. Als hij in Albanië aankomt, blijkt het grote hotel in Scutari vol te zitten en hij gaat naar een kleine herberg. Daar ontmoet hij de jongen Leonard, een Malissoor uit de stam van Sjosj. Als hij zich laat scheren door Leonard, komt deze erachter dat Raine een revolver bij zich heeft.

’s Avonds verlaat Raine de herberg, die in de volksmond bekend staat als de ‘herberg met het hoefijzer’. Wanneer hij terugkomt, is het hoefijzer echter verdwenen en op de plaats van zijn revolver ligt een briefje met wat geld: ‘Dit is het spaargeld van Leonard als pand voor de revolver’. De volgende dag neemt Raine een gids aan die hem vertelt over de rijkdommen van het land: de eer en de vrouwen, die elke Malissoor verdedigt met zijn geweer. De dag daarna hoort Raine van zijn gids een verhaal over een moord. Een man, de gids noemt hem Raouf, is naar Joegoslavië om daar te werken. Zijn 15-jarige broer, ‘Remzi’, moet op zijn bezittingen en zijn vrouw passen. Toen ‘Remzi’ de avond ervoor ontdekte dat zijn schoonzus een verhouding had, schoot hij haar minaar neer. Raine beseft dat ‘Remzi’ Leonard moet zijn en hij zegt dat de revolver van hem is. De gids vertelt daarop dat Leonard verraden is, maar inmiddels is bevrijd door de Malissoren. Nu is hij voortvluchtig.

Raine en zijn gids worden ontvangen door pastoor Jozef in Teth. Zij hebben een goed gesprek over het werk van de pastoor. Deze heeft de Malissoren gedreigd met hel en vagevuur tegen bloedwraak, maar sinds de invoering van de nieuwe wet, die bloedwraak verbiedt, is het aantal juist weer toegenomen. Hij prijst Leonard, al is hij tegen bloedwraak. Het blijkt dat Leonard ook van zijn schoonzus hield. Deze vrouw, Katharina heeft bij de priester haar zonden opgebiecht.

Een boer komt die avond melden dat Leonard zijn verrader gedood heeft en dat de volgende dag begonnen wordt met een klopjacht. Ze vinden hem niet en Leonard komt die avond bij de pastoor. Bij zijn vertrek geeft Raine hem nog een paar patronen mee. De volgende ochtend gaat Raine met de pastoor naar hem op zoek. De gendarmes zijn hem op het spoor en Leonard zit verscholen tussen de rotstorens. Er wordt geschoten door beide partijen: één gendarme wordt gedood en Leonard is zwaargewond. Pater Jozef bedient hem en Leonard fluistert Raine toe: “De smaad is gewroken en de pater heeft mij bediend en mij zijn zegen gegeven. Uw revolver is terug en ook het hoefijzer is terug…Nu ben ik vrij!”. De pater draagt hem naar huis en voor zonsondergang sterft hij.

Twee weken later kan Raine naar Engeland telegraferen: “Good health”. Dit is het teken dat er mineralen gevonden zijn. In de herberg nemen de Malissoren, wanneer ze over de drempel treden, hun kapje af en leggen hun hand plechtig op het hart: het hoefijzer is voor hen voorgoed het teken van vrijheid geworden. 

Tijd en tijdsvolgorde:

Het verhaal speelt zich af tussen de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Een exact jaartal kan niet gegeven worden. De vertelde tijd is ongeveer drie weken.

Het boek is geschreven in chronologische volgorde.

Plaats /ruimte:

De herberg met het hoefijzer speelt zich af in de Noord-Albanese Alpen. De stad waarin de herberg staat, is Scutari.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling:

Erwin Raine:

Raine is de hoofdpersoon. Hij is geoloog en explorateur in dienst van de Trepca Mining Company in Londen. Hij heeft pas zijn verloving verbroken en is daar geestelijk kapot van. Hij is intelligent en heeft een talenknobbel. Hoewel zijn karakter slechts vaag wordt beschreven, is uit het boek op te maken dat hij avontuurlijk is. Het avontuur dat hij meemaakt in Noord-Albanië leidt tot een ‘bewustwording van zijn geweten’. Hij leert zijn eigen ziel te doorgronden en deze ontwikkeling maakt hem een rond karakter.

Leonard:

Leonard is 15 jaar en is als knecht in dienst bij de herberg met het hoefijzer, waar Raine logeert. Hij is een trotse Malissoor uit de stam van de Sjosj. Wanneer hij bloedwraak pleegt omdat zijn schoonzus een minnaar heeft, wordt hij doodgeschoten door de gendarmes. Hij is een vlak karakter.

De gids:

De gids is een trotse Malissoor uit het Skelzengebergte. Hij wordt aangenomen door Raine om de weg te vinden in de bergen, waar hij naar delfstoffen zoekt. Ook de gids is een vlak karakter.

Pater Jozef:

De franciscaan Pater Jozef is een sterke persoonlijkheid. Hij heeft ook zwakke kanten, maar is zelf de eerste die daarop wijst. Hij zit al twintig jaar in de Noordalbanese Alpen en heeft verandering gebracht in het leven van de Malissoren. Ze verbouwen nu betere groenten, hebben betere huizen en de bloedwraak komt nauwelijks nog voor. Alleen bij ontrouw wil hij bloedwraak rechtvaardigen. Hij is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Erwin Raine kent Leonard, omdat hij zich laat scheren door de jongen. Vervolgens neemt Leonard de revolver van Raine mee. Raine spoort hem samen met zijn gids op. Het werkterrein van pater Jozef ligt in het gebied waar het verhaal zich afspeelt. Hij is dan ook de vertrouwenspersoon van zowel Leonard als Raine.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

……

Thematiek:

Het thema van het boek is de tegenstelling tussen eer en wet. Leonard en de Malissoren staan tegenover de stadsmensen, de regering en de gendarmes.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik stamt uit 1933, het is dus enigszins verouderd.

Opdracht:

Het boek is opgedragen aan Dick.

Vertelsituatie:

Auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Hij-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het verhaal is opgebouwd uit zes genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

…….