Ferdinand Bordewijk - Karakter

Roman van zoon en vader

Nijgh & van Ditmar, ís-Gravenhage (1938)

Titelverklaring:

De hoofdpersoon, Jacob Willem Katadreuffe, toont karakter door zijn wilskracht en doorzettingsvermogen. Hierdoor kan hij zijn idealen realiseren en zijn problemen oplossen. Ook wordt gewezen op de harde karakters van Dreverhaven, de moeder van Jacob en Lorna te George. De ondertitel heeft betrekking op de relatie tussen de hoofdpersoon en zijn vader.

De auteur:

Ferdinand Bordewijk (voluit: Ferdinand Johan Wilhelm Christiaan Karel Emiel Bordewijk) wordt geboren op 10 oktober 1884 in Amsterdam. Aan het Hoge Westeinde, een school met een ouderwetse tucht, wordt hij leerling op het gymnasium. Hij studeert rechten in Leiden en promoveert in 1912 tot doctor. Een jaar later wordt hij beŽdigd als advocaat en gaat hij werken bij een advocatenkantoor in Rotterdam. In 1914 trouwt Bordewijk met Johanna S.H. Roepman. Uit dit huwelijk worden een dochter en een zoon geboren. Zijn echtgenote krijgt bekendheid als componiste van orkest- en koorwerken, beiaardmuziek en de opera Rotonde. Onder het pseudoniem Ton Ven maakt hij in 1916 zijn debuut als schrijver met de gedichtenbundel Paddestoelen. Van 1918 tot 1920 doceert Bordewijk handelsrecht aan de Handelsschool in Rotterdam. Bij een bombardement in maart 1945 worden al zijn bezittingen vernield en verhuist de familie tijdelijk naar Leiden. Uiteindelijk wordt een woning gevonden in Scheveningen. Van 1946 tot 1955 schrijft Bordewijk literaire kritieken in het Utrechts Nieuwsblad. In 1947 wordt hij voorzitter van de Ereraad voor Letterkunde, die oordeelt over het gedrag van schrijvers in WO II. Collaborateurs worden veroordeeld tot een publicatieverbod. Vanaf 1949 werkt Bordewijk voor de gemeente als juridisch adviseur mee aan diverse saneringsprojecten. In 1953 ontvangt hij de PC. Hooftprijs en een jaar later wordt hij benoemd tot Officier in de Orde van Oranje Nassau. In 1957 ontvangt Bordewijk de Constantijn Huygensprijs voor zijn totale oeuvre. In 1965 overlijdt hij op tachtigjarige leeftijd in Den Haag.

Zijn werk varieert van poŽzie en romans tot novelles en korte verhalen. Zijn bekendste werken zijn Blokken (1931), Knorrende beesten (1933), Bint (1934) en Karakter (1938). De roman Karakter wordt verfilmd door regisseur Mike van Diem en ontvangt in 1998 een Oscar voor de beste buitenlandse film.

Literaire stroming:

Karakter is op een nuchtere en afstandelijke manier geschreven en kan worden toegekend aan de stroming van de nieuwe zakelijkheid.

Genre:

Karakter kan een ontwikkelingsroman genoemd worden. De geestelijke rijping van de hoofdpersoon staat in het boek centraal. Door zijn doorzettingsvermogen en zijn wilskracht bereikt de hoofdpersoon zijn doelen. De hoofdpersoon ontwikkelt zich van mislukte ambachtsman tot succesvol jurist.

Samenvatting:

De achttienjarig dienstbode Jacoba Katadreuffe heeft een kortstondige verhouding met de deurwaarder A.B. Dreverhaven. Uit deze relatie wordt een zoon geboren, genaamd Jacob Willem Katadreuffe. Jacoba weigert met Dreverhaven te trouwen en erkent hem niet als de vader van haar zoon. Zelfs zijn financiŽle steun weigert zij.

De kleine Jacob groeit op in een arme wijk van Rotterdam, zonder te weten wie zijn biologische vader is. Jacoba verdient wat geld met de verkoop van handwerk en zodoende kunnen ze naar een minder arme wijk verhuizen. Na de lagere school heeft Jacob verschillende baantjes en enkele jaren later neemt hij een sigarenwinkeltje in Den Haag over. Hiervoor leent hij geld bij de kredietbank, niet wetende dat zijn vader de eigenaar is. Op een dag komt zijn vader de sigarenwinkel bezoeken, samen met Mr. de Gankelaar. Om zijn zoon te harden, verklaart Dreverhaven de zaak failliet, moet Jacob zijn bezittingen verkopen en weer bij zijn moeder in Rotterdam gaan wonen. Bij de taxatie blijkt dat zijn bezit bestaat uit een serie boeken ter waarde van slechts vijftien gulden. Door dit geringe bedrag wordt het faillissement opgeheven. Jacob weet de sympathie van de curator, Mr. de Gankelaar, te winnen en krijgt, als hij 21 jaar is, een baantje als bediende op het advocatenkantoor van Mr. Stroomkoning. Het is een groot advocatenkantoor waar vijf naamborden naast de deur hangen. Als Jacob dit ziet, besluit hij dat hij zelf ook advocaat wil worden.

Met zijn eigen inkomen gaat hij op zichzelf wonen (op de zolder van de conciŽrge van het advocatenkantoor) en volgt hij een zelfstudie. Opnieuw vraagt zijn vader het faillissement van Jacob aan. Beseffende dat het zijn vader betreft gaat Jacob bij hem langs voor opheldering. Dreverhaven maakt voor zijn eigen zoon geen uitzondering; deze is immers ook debiteur en moet gewoon betalen. Hij biedt Jacob een mes aan, om hem dood te steken, maar Jacob weigert en verlaat het kantoor. De volgende dag treft Jacob een financiŽle regeling met Mr. Stroomkoning. Na al zijn schulden te hebben afbetaald trotseert Jacob zijn vader, door bij de Voorschotbank van Dreverhaven geld te lenen voor zijn studie. Jacob volgt bij het advocatenkantoor de personeelschef op die, op advies van Dreverhaven, geld heeft verduisterd. Kort voor het beŽindigen van zijn studie, vraag Dreverhaven opnieuw het faillissement van zijn zoon aan. Deze wordt echter afgewezen. Bij een ontmoeting biedt de vader zijn zoon opnieuw het mes aan. Jacob laat het echter in de put vallen, tot grote woede van Dreverhaven.

Jacob slaagt voor zijn staatsexamen en krijgt van alle medewerkers de felicitaties. Kort daarna trouwt Lorna te George, secretaresse bij het advocatenkantoor, met een andere man. Jacob zag zijn relatie met haar slechts als een manier om hogerop te komen. Lorna neemt ontslag. Later beseft hij dat zij zijn grote liefde was. In een simpele rechtszaak staan vader en zoon vervolgens tegenover elkaar. Hun laatste ontmoeting hebben zij als Jacob tot advocaat is beŽdigd. Mr. Schuwagt maakt tegen de beŽdiging op vier gronden bezwaar. Deze bezwaren worden echter nietig verklaard. Daarop stapt Jacob voor de laatste maal naar zijn vader toe. Op een koele en zakelijke manier maakt hij hem duidelijk: "Ik erken u niet meer als mijn vader, u bestaat niet meer voor mij.".

Het verhaal eindigt met een merkwaardig voorval. Jacob vindt in de naaimand van zijn moeder een spaarrekeningboekje. Het blijkt dat zijn vader elke maand geld heeft gegeven aan zijn moeder. Al het geld komt hem, na haar overlijden, toe. Hij bedenkt dat zijn vader hem toch niet alleen heeft willen tegenwerken. Zijn vader verklaart dat hij het allemaal deed om zijn zoon te harden.

Tijd en tijdvolgorde:

Karakter speelt zich af van WO I tot aan de tweede helft van de jaren í30. De vertelde tijd is in totaal plm. 20 jaar. De gebeurtenissen worden in chronologische volgorde verteld, afgewisseld met enkele flash-backs (zoals de verwekking van Jacob).

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt in Den Haag (sigarenzaak van Jacob) en Rotterdam (jeugd van Jacob en advocatenkantoor).

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

Jacob Willem Katadreufffe:

Als ambachtsman heeft Jacob weinig succes. Zelfs zijn sigarenwinkel wordt failliet verklaard. Hij krijgt bij het advocatenkantoor de kans zich te ontwikkelen en sluit uiteindelijk zelfs zijn studie rechten succesvol af. Zijn grote droom - advocaat worden - kan hij, dankzij zijn doorzettingsvermogen en wilskracht, realiseren. Jacob is een rond karakter.

Jacoba (Joba) Katadreuffe:

Jacoba werkt als dienstbode bij Dreverhaven. Ze raakt zwanger van hem, maar weigert met hem te trouwen. Ze verleent hem geen vaderrechten en weigert alle financiŽle steun. Ondanks hun afstandelijke relatie (Jacob praat over Ďzijí en Ďhaarí) houden moeder en zoon veel van elkaar. Jacoba is een rond karakter.

A.B. Dreverhaven:

Dreverhaven is de onwettige vader van Jacob. Hij is een machtige man, die werkzaam is als deurwaarder bij een advocatenkantoor. Hij staat bekend als een man die ongenadig is en altijd zijn geld krijgt. Dreverhaven geniet van alle huisuitzettingen en faillissementsverklaringen. Om zijn zoon te harden, werkt hij hem zoveel mogelijk tegen. Hij biedt hem zelfs een mes aan zodat Jacob hem neer kan steken. Achteraf blijkt dat hij zelfs geld voor zijn zoon heeft gespaard. Dreverhaven is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

Jacob Katadreuffe is de onwettige zoon van Jacoba Katadreuffe en A.B. Dreverhaven. Jacoba wil niets van Dreverhaven weten en weigert alle steun. Jacob heeft een liefdesrelatie met Lorna te George, maar zij trouwt uiteindelijk met een andere man. Jan Maan is een goede vriend van Jacob.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Ö.

Thematiek:

Het hoofdthema van Karakter is de strijd tussen vader en zoon. Onderliggende motieven zijn wilskracht en doorzettingsvermogen.

Motto:

A sadder and a wiser man

He rose the morrow morn

(S.T. Coleridge)

Taalgebruik:

Bordewijk hanteert eenvoudig taalgebruik.

Opdracht:

ĎAan mijn kinderen Nina en Robert.í

Vertelsituatie:

Karakter: auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Het verhaal is geschreven in hij-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het verhaal is chronologisch opgebouwd. De 28 hoofdstukken zijn niet genummerd, maar wel voorzien van een titelnaam. Aan het begin van het verhaal wordt na Jacobs geboorte teruggeblikt naar zijn verwekking.

Eigen mening:

Ö.