Theo Thijssen – Kees de jongen

Van Dishoeck, Bussum (1923)

Titelverklaring:

Het boek vertelt over Kees Bakels, die in het verhaal een deel van zijn jeugd beleeft.

De auteur:

Theodorus Johannes Thijssen wordt geboren op 16 juni 1879 in Amsterdam, en overlijdt op 23 december 1943, in diezelfde stad. Van 1898 tot 1921 is Theo onderwijzer in Amsterdam en is vervolgens hoofdbestuurder van de Bond van Nederlandse Onderwijzers. In 1933 wordt hij tweede kamerlid voor de Sociaal Democratische Arbeiderspartij (SDAP).

Theo Thijssen schrijft vooral novellen en romans over het school- en kinderleven. Het poëtische element en zijn inlevingsvermogen worden pas na zijn dood ten volle erkend. Kees de jongen is het meest bekende werk van Theo Thijssen en wordt in 1971 met veel succes door Gerben Hellinga voor het toneel bewerkt.

Ander werk:

Egeltje (1929, roman), Het taaie ongerief (1932, roman), Een bonte bundel (1935, roman), In de ochtend van het leven (1941, autobiografie).

Literaire stroming:

Realisme.

Genre:

Autobiografische roman.

Samenvatting:

Kees Bakels woont samen met zijn ouders, zijn jongere zusje Truus en zijn jongere broertje Tom in Amsterdam. Zijn ouders hebben een schoenenwinkel. Kees zit in de zesde en laatste klas van de lagere school. Het gaat goed op school. Kees wordt benoemd tot ‘jongen-van-de-bel’, hij moet de deur openen voor laatkomers en ouders. Kees wil anders zijn dan de anderen. Als de kinderen op school prijzen mogen kiezen, kiezen de meisjes voor een naaidoos en de jongens voor een figuurzaag, atlas of een postzegelalbum. Kees niet. Kees kiest een schaakspel. Een prijs die nog nooit iemand heeft gekozen. In de loop van het verhaal komt Rosa Overbeek bij Kees in de klas. Ze komt van een rijk instituut en Kees vindt haar al vanaf het eerste moment bijzonder. Hij vindt dat ze samen boven de medeleerlingen uitsteken en fantaseert regelmatig over haar.

 

Thuis gaat het minder goed. Zijn vader is ernstig ziek en de armoede staat voor de deur. Net als zijn vader weigert Kees de armoede en de ziekte van zijn vader te accepteren. Ondanks de armoede geeft zijn vader Kees een nieuwe atlas en een mooi pak in plaats van een vermaakte oude mantel. De cadeaus zijn een aderlating voor het gezin, maar leven voort als hoogtepunten in de herinnering van Kees. Zijn vader sterft als Kees met zijn broertje en zusje bij een oom en tante is. Op school ontfermt Rosa zich over hem. Ze schudt haar hoofd als de leraar voorstelt om te gaan zingen. Zingen in een klas waarin een jongen zit die net zijn vader heeft begraven, dat gaat toch niet? Kort daarna geeft ze Kees een pen. Kees vlucht ermee zijn fantasie in.

Thuis gaat het na de dood van zijn vader steeds slechter. Ze verhuizen en krijgen een nieuwe kamergenote: juffrouw Dubois. De moeder van Kees begint samen met haar een koffie- en theehandeltje om aan geld te komen. Kees helpt hen door de nieuwe voorraden op te halen. Als de koude winter en hoge stookkosten het gezin verder de armoede in drijven, accepteert Kees de neergaande lijn. Hij besluit een baas te gaan zoeken en de school te verlaten. Zijn moeder gelooft hem eerst niet, maar is hem later vooral dankbaar.

In de slotscène van het boek ontmoeten Kees en Rosa elkaar. Op aandringen van Rosa, die merkt dat hij ergens mee zit, vertelt Kees dat hij gaat werken. Rosa kust hem op zijn wang en vlucht dan weg. Kees voelt zich dan zielsgelukkig.

Tijd en tijdvolgorde:

Kees de Jongen speelt aan het einde van de 19e eeuw. Rond 1890, in de tijd dat de schrijver zelf de leeftijd van Kees Bakels heeft.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt in de Jordaan, in Amsterdam.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Kees Bakels:

Kees voelt zich boven de andere jongens van zijn leeftijd verheven, ‘een eenzame, wijze denker’. Hij leeft gedeeltelijk in een droomwereld, zijn variatie op de werkelijkheid. In zijn fantasie blijkt zijn verhevenheid boven de massa. In de nuchtere werkelijkheid worden de fantasieën met regelmaat ontkracht. Aanvankelijk ontkent Kees de verslechterende situatie van zijn vader en de toenemende armoede. Later aanvaardt hij de situatie en offert hij zichzelf op. Hij stopt met school en gaat werken. Theo Thijssen heeft ongetwijfeld een deel van zijn eigen ervaringen in Kees verwerkt. Hij is een rond karakter.

Rosa Overbeek:

Rosa Overbeek wordt door Kees aanbeden. Ze komt van een rijk instituut en ze staat, volgens Kees, boven de overige leerlingen. Al vanaf het begin heeft ze een oogje op Kees. Als Kees’ vader overlijdt, ontfermt ze zich over Kees en aan het einde van het boek troost ze Kees als hij huilend op de brug zit. Zij is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Kees’ ouders:

De ziekte van zijn vader en de slechte winkelresultaten brengen het gezin in een neergaande spiraal. Net als Kees protesteert zijn vader tegen de armoede door die te ontkennen. Hij geeft Kees een dure atlas en een nieuw pak. Kees en Rosa zijn vrienden van elkaar.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

Het boek beschrijft de twee werelden waarin een kind leeft: de realiteit en zijn fantasie.

Motto:

Tous les enfants ont des imagination heroïques: ils se voient accomplissant des actions d’éclat qui leur valent la reconnaissance et l’admiration publiques.

Léon Frapié, Les Contes de la Guerre.

Alle kinderen hebben heldhaftige fantasieën. Zij zien zichzelf heldendaden verrichten, die hun erkenning en bewondering van hun omgeving bezorgen.

Taalgebruik:

Theo Thijssen beschrijft de gebeurtenissen door de ogen van een twaalfjarige. Het taalgebruik is eenvoudig en goed te volgen.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

De gebeurtenissen worden beschreven door de ogen van Kees Bakels (hij-perspectief).

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit een proloog en 30 genummerde hoofdstukken. Theo Thijssen is een realist. Zijn beschrijving van de fantasieën van Kees zijn reëel, zijn weergave van het leven van Kees komt uit de werkelijkheid. Het boek beschrijft niet alleen de dingen die misgaan, maar ook vele grootse momenten. De laatste scène, waarin Kees troost vindt in de woorden en daden van Rosa, tekent het optimisme van Theo; alsof hij wil zeggen dat de liefde alles overwint.

Eigen mening: