Boudewijn Büch - De kleine blonde dood

De Arbeiderspers, Amsterdam (1985)

Titelverklaring:

Boudewijn wil voorkomen dat er een ongeluk gebeurt met zijn zoontje, Micky. Als Mieke hem mee wil nemen waarschuwt Boudewijn haar: “… dan is die kleine blonde dood.”.

De auteur:

Boudewijn Maria Ignatius Büch wordt op 14 december 1948 geboren in geboren in Den Haag en groeit met zijn ouders en vijf broers op in Wassenaar. Op elfjarige leeftijd wordt de onhandelbare Boudewijn naar een psychiatrische inrichting in Brabant gestuurd. Hij ondervindt veel problemen van het slechte huwelijk van zijn ouders. Zijn vader heeft grote trauma’s overgehouden aan de oorlog. Als hij in 1960 weer thuiskomt, zijn zij gescheiden. Vader Büch pleegt na enkele mislukte pogingen uiteindelijk zelfmoord. Na een onafgeronde gymnasiumopleiding studeert Boudewijn Duitse en Nederlandse Letteren in Leiden. Hij schrijft poëzie, romans, reisverslagen en essays.

In 1976 debuteert hij met de gedichtenbundel Nogal droevige liedjes voor de kleine Gijs. Zijn prozadebuut maakt hij in 1981 met De blauwe salon. Hij krijgt landelijke bekendheid met zijn reisverslagen. Daarnaast is hij een bekend criticus, schrijft hij columns en presenteert hij zijn eigen televisieprogramma. Bekende motieven in zijn werk zijn de vroege dood van zijn zoontje, homoseksualiteit en psychiatrie. Ook is hij een grote fan van Mick Jagger. Zijn werk De kleine blonde dood (1985) wordt in 1993 succesvol verfilmd, met Antonie Kamerling in de hoofdrol.

Ander werk van Büch is onder andere Dood kind (1982), Literaire omreizen: een idioticon (1983), Weerzien, een verhaal (1984), Blauw: een reisverhaal (1987), Brieven aan Mick Jagger (1988, in 1998 uitgegeven onder de titel Voorgoed verliefd) en De hel (1994).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Psychologische roman.

Samenvatting:

1.         Boudewijn gaat met zijn klasgenoten op schoolreisje. Zijn vader, reservepolitieagent met een oorlogstrauma, brengt hem weg. Als Boudewijn een vlinder wil vangen, komt hij per ongeluk op Duits grondgebied terecht. Hij wordt er opgevangen door de Duitse douane, die hem met een jeep weer terug brengt. Boudewijn is de held van de klas, als hij sterke verhalen vertelt over zijn bezoek aan Duitsland. Vader Büch is woest als hij verneemt dat Boudewijn stiekem de grens over is gestoken. De ‘Duitse’ vlinder wordt door vader platgetrapt en Boudewijn wordt een week lang doodgezwegen.

2.             Boudewijn neemt zijn vijfjarige zoontje Micky mee naar Artis. De jongen is erg nieuwsgierig en eet zich helemaal vol. Later die dag is hij misselijk van het vele eten en drinken. Hij geeft over en Boudewijn roept de hulp in van zijn vriendin Fleurette. Micky’s kleren worden gewassen en daarna brengt Boudewijn Micky weer naar zijn moeder, Mieke. Daar aangekomen is Micky nog steeds ziek en geeft hij opnieuw over.

3.         Op de maandag voor Prinsjesdag hijsen Boudewijn en vader Büch de vlag. De volgende dag fietsen ze samen naar Den Haag om naar koningin Juliana te kijken. Boudewijn herinnert zich hoe zijn leraar lovend praatte over vader Büch, die in de oorlog een heldenrol vervulde. Hij verdedigde Nederland tegen zijn geboorteland. Boudewijn vertelde zijn leraar dat vader er eigenlijk nooit over praatte. “Hij doet eigenlijk alleen maar gek.” Vader en zoon Büch nemen plaats op hun stoeltjes langs de route. Als de gouden koets voorbij komt, schreeuwt vader tegen de koningin. Hij vindt dat hij meer voor het land heeft gedaan dan zij. Een mede-toeschouwer vraagt Boudewijn of die gekke man soms zijn vader is. Boudewijn zegt van niet. Als de politie zijn vader oppakt, loopt hij alleen naar huis.

4.         Boudewijn bezoekt met Micky zijn oma in het bejaardentehuis. Oma vindt het onbegrijpelijk hoe haar ongetrouwde, homosexuele kleinzoon een zoon kan verwekken bij een veertien jaar oudere vrouw. Ook Boudewijns moeder heeft hier moeite mee. Oma wordt uiteindelijk opgenomen in het tehuis waar Boudewijn op tienjarige leeftijd ook een jaar verbleef. Ze dementeert en onderneemt zelfmoordpogingen. Kort na haar opname overlijdt Micky en durft Boudewijn zijn oma niet meer te bezoeken.

5.         Vader Büch houdt er een vreemd regime op na. Zijn jongste kinderen moeten tijdens het avondmaal staan, maar de oudere mogen wel zitten. Hij mishandelt zijn vrouw zonder reden. Soms verdwijnt hij gewoon een paar dagen, zonder zijn familie op de hoogte te stellen. Hij wordt razend als Boudewijns oudere broer het geheime kastje heeft geopend. Moeder komt tussenbeide en verzucht: “Ik wou dat ik dood was. Hoe lang moet dit nog zó doorgaan?”. Na dit incident besluit vader dat er nooit meer feest gevierd mag worden in het huis. Ook het komende kerstfeest wordt niet gevierd.

6.         Als reservepolitieagent moet vader Büch o.a. het autoverkeer reguleren. Boudewijn gaat kijken als zijn vader wordt opgeroepen om te helpen. Hij loopt ongemerkt op de drukke weg en zijn vader dirigeert hem naar het voetpad. Doet hij dat niet, dan is hij genoodzaakt hem te bekeuren. Uit principe bekeurt vader Büch iedere Duitser, die maar de geringste verkeersovertreding begaat. Van de politiecommissaris krijgt hij een waarschuwing, maar wordt ondanks alles niet uit het korps gezet. Zijn militaristische regime laat hij zelfs los op zijn collega’s van het korps. Minstens één keer per week geeft hij ze exercitieles. Op Koninginnedag wordt schande van hem gesproken als hij met zijn Duitse accent het Wilhelmus zingt. Enkele weken daarna neemt hij ontslag bij de reservepolitie.

7.         Boudewijn gaat met zijn vader naar het legermuseum in Leiden. Eigenlijk wil Boudewijn liever naar een ander museum, maar vader vindt dat hij niet moet zeuren. Vader wil alleen kijken in de sectie over de eerste en tweede Wereldoorlog. De overige zalen zijn niet interessant. Hij maakt stampij als hij vindt dat een Duits uniform de verkeerde epauletten heeft. Hij is van mening dat kinderen hierdoor onjuist geïnformeerd worden. Het blijkt dat er alleen maar Nederlandse uniformen zijn in het Nederlands Leger- en Wapenmuseum. Na dit incident verontschuldigt hij zich en toont hij zich bereid om de schade te betalen.

8.         Gedurende bijna een half jaar verblijft Boudewijn in een inrichting in Brabant. Hij lijdt aan ‘onverklaarbare’ zenuwtoevallen, die feitelijk veroorzaakt worden door het gedrag van zijn ouders. Tijdens zijn verblijf wordt hij geen enkele keer door zijn ouders bezocht. Hij mag er niet lezen en dat is een ware straf. Na twee jaar last te hebben gehad van zware buikkrampen - zogenaamd veroorzaakt door zenuwen - wordt de diagnose ‘buikvliesontsteking’ gesteld. In het ziekenhuis raakt Boudewijn in een coma. Hij ontwaakt na drie weken en ziet zijn vader naast zijn bed zitten. Vader heeft al die tijd niet kunnen slapen en gewacht tot Boudewijn weer bij zou komen. Als verrassing heeft vader een grote stapel boeken meegenomen en zijn mooiste medaille. Bij thuiskomst krijgt Boudewijn een fiets – waar hij pas na een jaar op mag – en een boekenkast voor al zijn boeken.

9.         De familie Büch gaat wandelen in Longelijsie – een landschap waar Boudewijn zelf deze naam aan heeft gegeven. Vader verklaart dat ze katholiek zijn geworden, omdat hij wil voorkomen dat zijn kinderen hetzelfde zullen meemaken als hij. Tijdens de picknick leest vader zijn kinderen Duitse verhalen voor en vertelt hij over zijn broer, Onkel Jobab, die in de oorlog zwaar mishandeld is.

10.       Onkel Jobab komt logeren bij de familie Büch. Eigenlijk vinden de kinderen het niet leuk, want hij is luidruchtig en hij stinkt. Boudewijn kan het echter best goed met hem vinden. Tijdens een wandeltocht krijgt Boudewijn van hem zijn eerste zak friet. Ze spreken af dit niet aan vader te vertellen.

11.       Mieke raakt meer en meer aan de drank. Boudewijn besluit Micky bij zich in huis te nemen. Fleurette beëindigt de relatie en Boudewijn verblijft twee weken in Parijs met zijn vrienden. Micky logeert bij Mieke’s beste vriendin, Gerda. Boudewijn waarschuwt haar dat ze Micky niet aan zijn moeder mee moet geven, want ze is in staat hem dood te rijden. Ze mag hem echter wel bezoeken. Bij terugkomst is Micky niet meer bij Gerda. Mieke heeft hem met de kerstdagen meegenomen en hij is van de trap gevallen. Micky ligt in het ziekenhuis, in een coma. Hij blijkt al jaren een hersengezwel te hebben gehad, dat plotseling geknapt is. Micky wordt nog enkele maanden kunstmatig in leven gehouden, maar eigenlijk is hij al klinisch dood.

12.       Een half jaar voor Micky’s overlijden ontvangt Boudewijn een brief van zijn moeder. De brief bevat een kopie van een rouwkaart. Zijn vader, die inmiddels is gescheiden en aan zijn vijfde huwelijk is begonnen, is overleden. Enkele weken na zijn overlijden ontvangt Boudewijn een brief van vaders vijfde vrouw. Ze schrijft hem dat zijn vader er naar uitkeek om zijn zoon nog eens te zien. In de brief is tevens de afscheidsbrief van zijn vader ingesloten. Daarin betuigt hij spijt over zijn gedrag ten opzichte van zijn vrouw en kinderen. Hij blijkt zelfmoord te hebben gepleegd door het innemen van een dodelijke hoeveelheid bloedverdunningsmiddelen.

13.       Tijdens een gesprek met de arts wordt duidelijk dat Micky alleen maar kunstmatig in leven gehouden kan worden. De arts vindt dat Boudewijn goed moet nadenken over wat hij wil: Micky nog jarenlang laten ‘leven’ of de levensondersteunende apparatuur uit laten schakelen. Boudewijn besluit Micky te laten sterven.

14.       Boudewijn en Mieke besluiten dat Micky op zijn vierde verjaardag naar de Vrije School gaat. Boudewijn brengt hem ’s ochtends naar school, omdat Mieke dan nog te dronken is. De avond voor zijn vijfde verjaardag kan Micky niet slapen. Na enkele beloftes van zijn ouders – hij krijgt zoveel limonade als hij wil – slaapt hij eindelijk in. De 22 flessen limonade blijken overbodig: hij lust alleen maar cola.

15.       In 1961 bezoekt Boudewijn het Suezkanaal. Hij blijft er echter slechts een half uur, omdat hij op doorreis is. Hij herinnert zich dat zijn vader vijf jaar eerder somber reageerde op de Israëlische inval in Egypte, bij het Suezkanaal. De kleine Boudewijn begrijpt er niets van. Vader vertelt dat hij geboren is in Danzig. Hij legt uit dat je er maanden over doet om er op de fiets te komen. Boudewijn vraagt of het leuk is in Danzig en vader reageert woest met de opmerking: “Leuk, leuk? Dacht je soms dat we achter drumbands aan liepen en de polka dansten?”.

16.       Het is vakantie. Boudewijn en Mieke nemen Micky mee naar een vakantiehuisje in Italië. Mieke en Boudewijn discussiëren over trouwen. Boudewijn probeert haar duidelijk te maken dat dat niet gaat, omdat hij homosexueel is. Bovendien vindt hij dat Mieke moet stoppen met drinken: “Soms schrik ik ’s nachts wakker van het idee dat je een auto-ongeluk krijgt. En dan is die kleine blonde dood.”. Boudewijn besluit dat Micky maar bij hem moet komen wonen.

17.       Na Micky’s overlijden bezoekt Boudewijn Mieke nog één keer. Hij informeert naar de begrafenispolis, maar deze kan ze niet vinden. Micky wordt gecremeerd en Boudewijn wil dat er muziek van de Rolling Stones wordt gedraaid. Micky was een grote fan van Mick Jagger. Een psychiater adviseert Boudewijn een micrografie te schrijven, als een soort gedenkteken voor zijn zoon. Zes jaar na Micky’s overlijden bezoekt Boudewijn de Open Dag van het crematorium. Hij schrijft een reportage voor de krant. De directeur schrijft hem een klachtenbrief over een passage die niet geplaatst had mogen worden. De micrografie mislukt, maar Boudewijn besluit een boek te wijden aan zijn zoontje.

18.       Het is 1969. Mieke vindt, nu Boudewijn zelf vader wordt, dat het tijd wordt zijn vader te bezoeken. Boudewijn belt hem op en spreekt af om langs te komen. Zijn vader is inmiddels voor de vijfde keer getrouwd. Zijn vrouw komt uit Denemarken, heet Astrid en is nog geen twintig jaar. Boudewijn vertelt over Mieke’s zwangerschap en zijn homosexualiteit. Astrid is helemaal overstuur en vader vraagt hem om een andere keer terug te komen.

19.       Boudewijn denkt terug aan zijn verblijf in het gekkenhuis in Brabant. Zijn ouders kwamen hem nooit bezoeken – uit therapeutische overwegingen – en zijn lievelingsknuffel Aapje werd hem afgenomen. In het gekkenhuis wordt Boudewijn gepest door medepatiënten. In de kerk werden speciale plaatsen gereserveerd voor ‘de jeugdpsychiatrische inrichting’. Boudewijn herinnert zich hoe zijn vader twee opgezette vogels wint met een schietwedstrijd. Moeder wil ‘die vlooiennesten’ absoluut niet in de kamer hebben staan, maar uiteindelijk kan vader haar toch overtuigen. Na enige tijd worden de vogels toch weggegooid. Boudewijn denkt terug aan een weekeindje met Micky, terwijl hij bij Mieke logeert. Micky vindt op het strand een gebruikt condoom en Boudewijn denkt terug aan zijn vader, die hem vertelt dat hij die dingen nooit mag gebruiken.

Tijd en tijdvolgorde:

Heden en verleden lopen door elkaar heen. Het verhaal speelt zich af tussen de jaren ’50 en ’70, zonder chronologie en afgewisseld met flash-backs. De teksten zijn geschreven in de verleden tijd. De vertelde tijd is ongeveer twintig jaar: van Boudewijns jeugd tot aan zijn 25e jaar.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich onder meer af in Boudewijns woonplaats Wassenaar, de inrichting in Brabant en het ziekenhuis waar Micky verblijft.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling /onderlinge relaties:

Boudewijn:

Boudewijn is de hoofdpersoon. We maken hem mee als klein jongetje en als volwassen vader. In zijn jeugd is Boudewijn een rustig jongetje die, evenals de rest van het gezin, lijdt onder de tirannie van zijn vader. Als hij tien jaar is, wordt hij opgenomen in het gekkenhuis in Brabant. Ondanks alles houdt hij van zijn vader. Boudewijn voelt zich onzeker over zijn capaciteiten als opvoeder. Hij gedraagt zich vaak onverantwoordelijk. Desondanks neemt hij later het moedige besluit om Micky in huis te halen en uiteindelijk diens leven te beëindigen. Boudewijn is een rond karakter.

Vader Büch:

Boudewijns vader heeft WO II overleefd en voelt zich schuldig, omdat zijn broers en zussen niet meer leven. Hij tiranniseert zijn gezin en mensen uit zijn directe omgeving. Zijn militaristische gedrag leidt tot een scheiding van zijn vrouw. Hij hertrouwt enkele malen, maar uiteindelijk pleegt hij toch zelfmoord. Eigenlijk is vader Büch een bij-figuur, maar we leren hem heel goed kennen. Hij is dus ook een rond karakter.

Moeder Büch:

De moeder van Boudewijn lijdt eveneens onder het gedrag van haar man. Ze probeert steeds de zaak te sussen, maar uiteindelijk wordt het huwelijk toch beëindigd. Moeder Büch is een vlak karakter, omdat ze niet zo uitgebreid beschreven wordt.

Mieke:

Boudewijn heeft een relatie met deze veertien jaar oudere vrouw. Ze krijgen samen een zoon, maar door haar drankprobleem kan ze hem niet zelf opvoeden. Zelfs als Micky is overleden komt ze niet naar zijn crematie. Mieke is een vlak karakter, want we leren haar niet echt goed kennen.

Micky:

Micky wordt geboren uit de relatie tussen Boudewijn en Mieke. Hij is een levendige en enthousiaste jongen en, evenals zijn vader, fan van Mick Jagger. Hij overlijdt op jeugdige leeftijd. Micky is een vlak karakter.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Dood:

Dit is het hoofdthema in De kleine blonde dood. Het overlijden van vader Büch en zoontje Micky speelt een grote rol in het leven van Boudewijn.

Motto:

You’re out of touch, my baby

My poor discarded baby.

(Mick Jagger)

Too young to really be in love.

(Jerry Lee Lewis/Lippman-Dee)

Der Tod ist ein sehr mittelmässiger Porträtmaler.

(Goethe/Eckermann)

Die Geschichte rückwärts erzählt.

(Novalis)

O Melancholy, turn thine eyes away!

O Music, Music, breathe despondingly.

(Keats)

Comme vous le savez, notre société est entièrement liquidée….

(Rimbaud)

Wie zich voorstelt dat iets wat hij liefheeft, te niet gaat, zal zich bedroeven; daarentegen zal hij zich verheugen bij de gedachte dat het behouden blijft.

 (Spinoza)

Liefde (of geen liefde),

En ouder worden, en dan de Dood.

(Gerard Reve)

Een naam van iemand die niet meer bestaat blijft soms nog lang onder de mensen.

(Achterberg)

Ik ben geen vader, en ik héb geen zoon

Niets dan een sage is zijn zacht bestaan.

(Willem de Mérode)

Tête sacrée! enfant aux cheveux blonds! bel ange!

A l’auréole d’or!

(Victor Hugo)

Taalgebruik:

Er worden veel dialogen gebruikt, met name tussen Boudewijn en zijn vader en tussen Boudewijn en Micky. De gebeurtenissen worden gedetailleerd beschreven, waardoor de lezer zich een goed beeld kan vormen.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Ik-vertelsituatie, waarbij Boudewijn zelf de ik-verteller is. 

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het verhaal is opgebouwd uit negentien genummerde hoofdstukken. Deze hoofdstukken behandelen afwisselend het kind Boudewijn en de volwassen Boudewijn. 

Eigen mening:

….