Louis Couperus - De stille kracht

Veen, Amsterdam (1900)

Titelverklaring:

Op Java vinden een aantal onverklaarbare gebeurtenissen plaats. De inwoners wijzen deze toe aan ‘de stille kracht’; een Indisch mysterie dat tot uitdrukking komt in de natuur en de mens.

De auteur:

Louis Maria Anne Couperus wordt geboren op 10 juni 1863 in Den Haag. Hij brengt een deel van zijn jeugd op Java door. In 1878 keert het gezin terug naar Nederland. Couperus volgt het HBS in Den Haag, maar heeft daar geen succes. Hij besluit Nederlands te gaan studeren en behaalt in 1886 de akte Nederlands MO. Zijn debuut als dichter maakt hij in De Gids, waar hij zelfs korte tijd redacteur van is. In 1889 schrijft hij de succesvolle roman Eline Vere (verfilmd in 1991) en in 1891 trouwt hij met zijn nicht Elisabeth Baud. Van 1893 tot 1914 verblijven zij veel in het buitenland, voornamelijk in Italië en Frankrijk. In die periode schrijft hij o.a. de psychologisch-realistische roman Van oude menschen, de dingen die voorbijgaan (1906). Hij werkt enige tijd als journalist bij Het Vaderland en de Haagsche Post. Zijn totale oeuvre bevat romans, verhalen, essays en sprookjes. Ondanks de grote publieke belangstelling voor zijn werk, blijft de erkenning vele jaren uit. Zijn sexuele geaardheid, dandyisme en praalzieke leefstijl worden niet gewaardeerd. In 1923 ontvangt hij de Tollensprijs voor zijn totale oeuvre en in datzelfde jaar overlijdt hij. Na zijn overlijden komen de prozawerken Het snoer der ontferming en Japansche legenden (1924) en Nippon (1925) uit. Pas in de jaren dertig en veertig worden zijn veelzijdige gaven alom gewaardeerd. In de jaren 1952-1957 verschijnen zijn Verzamelde Werken, gevolgd door de gedichtenbundel Nagelaten werk (1976).

Literaire stroming:

Naturalisme. Het ongrijpbare van de ‘stille kracht’ geeft aan dat de mens geen invloed op zijn eigen noodlot kan uitoefenen.

Genre:

Psychologische roman.

Samenvatting:

De resident Otto van Oudijck maakt een wandeling naar de zee. Ondanks dat hij getrouwd is en kinderen heeft, voelt hij zich eenzaam. Zijn werk is alles voor hem. Na het diner praten Theo en Doddy (kinderen uit Otto’s eerste huwelijk) met elkaar. Theo blijkt een verhouding te hebben met zijn stiefmoeder en Doddy gaat met Addy.

De volgende dag haalt Theo zijn stiefmoeder – Léonie - en zijn twee broertjes - René en Ricus - op van het station. Léonie is twee maanden van huis geweest. Ze wordt begeleid door haar lijfmeid, Oerip. Otto is blij dat zijn vrouw weer terug is. Léonie wil uitrusten van haar reis. Als ze op het balkon van haar slaapkamer staat, denkt ze aan haar verhouding met Theo. Otto denkt aan zijn promotie. Hij hoopt binnen anderhalf jaar resident-eerste klasse te worden. Het spijt hem dat zijn relatie met regent Soenario zo slecht is.

Secretaris Onno Eldersma werkt hard. Eigenlijk zou hij liever meer tijd besteden aan zijn vrouw en kinderen, maar zijn chef, resident van Oudijck, maakt hem dat onmogelijk. Zijn vrouw Eva is hem destijds van Nederland naar Nederlands-Indië gevolgd. Het sprookje van duizend-en-één-nacht veranderde al snel in harde realiteit. Onno maakt lange werkdagen en Eva zoekt troost in haar huis en kind. Léonie draagt veel van haar sociale taken als residentsvrouw over aan Eva. Eva Eldersma is mede hierdoor in Laboewangi zeer geliefd. Ze houdt iedere veertien dagen een ‘open huis’ waar diverse vooraanstaande bestuurders elkaar ontmoeten. Vandaag ontvangt ze o.a. resident Van Oudijck, controleur Van Helderen en de regent van Laboewangi, Raden Adipati Soerio Soenario. Ook hun vrouwen zijn uitgenodigd. Van Oudijck informeert bij de regent naar het gedrag van diens broer, de regent van Ngadjiwa. Hij heeft vernomen dat deze weer veel geld verloren heeft bij het dobbelen. Van Oudijck wijst Soenario op zijn verantwoordelijkheid als oudste broer en hoofd van de familie. De Van Oudijcks en de Soenario’s verlaten de woning van de Eldersma’s.

Eva en Onno blijven achter met de andere gasten. Ze roddelen over Léonie en haar avontuurtjes tijdens haar verblijf in Batavia. Ook de dobbelverslaving van de regent van Ngadjiwa is onderwerp van gesprek. Na het diner houdt de groep een tafeldans. Daarbij experimenteren ze met het oproepen van geesten. De tafel tikt met de poten op de grond. De groep telt de tikken mee en de geesten geven hun boodschappen door: “Het volgende jaar ontzettende oorlog tussen Europa en China” en “Gevaar in Laboewangi: opstand binnen twee maanden, Soenario.”. De gasten zien de berichten alleen maar als vermaak en nemen de waarschuwingen niet serieus.

De volgende dag brengt Frans van Helderen een bezoek aan Eva. Hij verklaart haar zijn liefde. Eva maakt hem duidelijk dat zij van haar man en kind houdt. Ze wil slechts vrienden zijn.

De familie De Luce, eigenaar van de suikerfabriek te Patjaram, heeft de familie Van Oudijck uitgenodigd voor een feest. Doddy is verliefd op Addy De Luce. Ze denkt erover hem ten huwelijk te vragen, ondanks dat ze weet dat haar vader geen toestemming zal geven. Zelfs Léonie raakt betoverd door Addy’s verschijning. Het valt Theo op dat Léonie slechts nog oog heeft voor Addy. Hij waarschuwt haar. Léonie verlangt zowel naar Theo als naar Addy ‘de Verleider’. ’s Avonds wandelt Addy met Doddy. Doddy is bang dat ze gezien worden. Plotseling duikt Léonie op. Ze vindt het onverantwoordelijk dat het stel ’s avonds laat nog gaat wandelen. Doddy is immers nog een kind!

De volgende dag brengen de regent van Ngadjiwa en zijn moeder een bezoek aan de familie De Luce. Léonie zit naast Addy en geniet van Theo’s jaloerse blikken. Theo spreekt Addy aan op zijn gedrag ten opzichte van Doddy. Hij wil weten of Addy met zijn zus zal trouwen. Addy zegt van niet, omdat Otto van Oudijck niet van zijn familie houdt. Addy vraagt Theo of hij weet dat hij nog een halfbroer heeft. Addy vertelt Theo over si-Oudijck, de onbekende zoon van Otto van Oudijck, die op de kampong woont. Volgens Addy weet Otto zelf niet eens dat hij nog een zoon heeft. De moeder van si-Oudijck is inmiddels overleden. Theo en Addy besluiten hem samen op te zoeken. Volgens si-Oudijck weet Otto wel dat hij nog een zoon heeft. Otto wil zijn zoon echter niet erkennen, omdat hij geboren is uit zijn verhouding met een huishoudster.

Otto van Oudijck voelt zich somber. Hij heeft opnieuw anonieme brieven ontvangen, waarin schande wordt gesproken over het gedrag van Léonie. Otto weet ervan. Hij heeft het flirten van zijn vrouw altijd door de vingers gezien. Ook de berichten over zijn ‘verstoten’ zoon in de kampong maken hem droevig. Hij vraagt zich af waarom hem dit eigenlijk allemaal overkomt. Otto besluit zijn zoon Theo mee te nemen op toernee. Het idee vrolijkt hem weer een beetje op.

In Ngadjiwa vinden de halfjaarlijkse races plaats. De festiviteiten worden steeds druk bezocht. Otto van Oudijck is er met Léonie en Doddy. Ook Addy De Luce is van de partij. Op de laatste avond van het feest, wordt een dansavond georganiseerd. De regent van Ngadjiwa, Vermalen, is weer dronken. Otto van Oudijck is woedend op hem. De regent herkent Otto zelfs niet eens meer. Er ontstaat een scène waarna Otto besluit de regent voor te dragen voor ontslag.

De volgende dag keren Otto, Léonie en Doddy terug naar Laboewangi. Als Otto de lasterbrieven weer leest, neemt hij zich voor nooit toe te geven aan die tegenwerkende krachten. Otto geeft de pamfletten met beschuldigende teksten aan Léonie, omdat hij haar niet in het ongewisse wil laten. Léonie vraagt zich af wie al die laster over haar verspreidt. Raden-Ajoe Pangéran (de moeder van de regent van Ngadjiwa) wil met Otto praten. Zij smeekt hem van het ontslag af te zien. Léonie vindt dat de regent een tweede kans verdient, maar Otto laat zich niet ompraten.

Er is een zeebeving geweest bij de Nederlands-Indische eilanden. Ten behoeve van de slachtoffers wordt een weldadigheidsfeest gehouden. Deze taak wordt, zoals gewoonlijk, door Léonie overgedragen op Eva Eldersma. Ze organiseert een passer-malam, fancy-fair en enkele tableaux-vivants, waarvan de opbrengst naar de slachtoffers gaat. Intussen komt een geruchtenstroom op gang. Er dreigt opstand uit te breken, als gevolg van het ontslag van de regent van Ngadjiwa. Otto brengt een bezoek aan Raden-Ajoe Pangéran. Hij vraagt haar geen kwaad van hem te spreken. Soenario, regent van Laboewangi, belooft de zaak te sussen en het volk te kalmeren. Een bezoek van de regent en zijn vrouw aan de fancy-fair neemt alle angst en twijfel onder het volk weg.

Na afloop van de fancy-fair is Eva opgelucht, maar vermoeid. Ze heeft heimwee naar Nederland. Eva speelt enkele noten op de piano, maar het geluid van de regenmoesson overstemt de muziek. Plotseling verschijnt Frans van Helderen. Hij vraagt of zijn kinderen een paar dagen bij Eva mogen blijven, nu zijn vrouw moet genezen van malaria. Eva stemt daarmee in. Ze vertelt hem over haar verlangen weer naar Nederland terug te keren. Het gesprek komt al snel op de tafeldans. De voorspelling van de mogelijke opstand is uitgekomen. Ook de verhouding tussen Addy en Léonie werd voorspeld door de tafel. Eva concludeert dat alles onbegrijpelijk is.

Frans eet regelmatig mee bij Eva. Samen maken ze wandelingen langs het strand. De vriendschap met Frans is erg belangrijk voor Eva. Er komen al snel geruchten op gang, maar Frans en Eva trekken zich daar niets van aan. Otto van Oudijck heeft opnieuw een verzoek aan Eva. De weduwe van de stationschef heeft steun nodig. Haar man heeft zelfmoord gepleegd en laat haar achter met vier kinderen. Hij zou graag zien dat Eva een toneelstuk organiseerde, waarvan de opbrengst naar de weduwe en haar gezin gaat. Eva heeft er echter geen zin meer in om altijd maar komedie te moeten spelen. Met tegenzin gaat ze toch akkoord met Otto’s verzoek. Ida van Helderen neemt haar kinderen bij Eva weg, als ze praatjes hoort over de avondwandelingen van Eva en Frans. De verhalen zijn zelfs tot in Soerabaia bekend. Eva betreurt dit. Ze schrijft Frans een brief waarin ze hem vraagt niet meer bij haar te komen en zich te verzoenen met zijn vrouw. Eva wijdt zich geheel aan de opvoeding van haar driejarige zoontje. Ze trekt zich meer en meer terug uit het sociale leven.

Oerip waarschuwt Léonie en Theo voor het onheil. Ze heeft geluiden gehoord van kleine kinderen, van wie de zielen in de bomen huilen. De oorzaak: de passer-malam werd op de verkeerde dag gehouden. Bovendien is er verzuimd een sedeka (=offermaal) te houden ter inwijding van de nieuwe put. Het geluid beangstigt Léonie en Theo. Léonie vertelt Otto dat de bedienden geen gebruikmaken van de nieuwe put, omdat er geen offermaal is gehouden. Otto vindt dat die onzin hem dan wel eerder meegedeeld had kunnen worden. Hij weigert alsnog een offermaal te geven. Léonie is bang dat alles het gevolg is van haar verhouding met Theo. Theo vindt Léonie maar bijgelovig, maar ze stuurt hem toch van haar kamer weg.

Léonie neemt een bad. Als zij zich weer afdroogt, komen er plotseling bloedspatten uit alle hoeken van de badkamer. Ze gilt. De bloedspatten besmeuren haar helemaal. Ze kan met moeite de deur van de badkamer open krijgen. Ze wil dat Oerip de kimono verbrandt en haar wast. De onbezorgde Otto wordt niet op de hoogte gesteld van de gebeurtenissen. Na het voorval wordt Léonie ziek. Ze heeft zenuwkoorts. In Laboewangi gaat het gerucht rond dat het spookt in het huis van de resident. Na haar herstel logeert Léonie bij kennissen in Soerabaia. Doddy logeert op Patjaram bij de familie De Luce. Theo vertrekt eveneens naar Soerabaia, omdat hij er een baan kan krijgen. Het merendeel van het bedieningspersoneel is gevlucht en Otto blijft alleen in het huis achter. Vreemde gebeurtenissen blijven het residentiehuis teisteren. Een spiegel wordt door een grote steen vernield, Otto’s bed wordt bezoedeld, glazen breken spontaan in kleine stukjes, de whisky is bedorven en er klinkt hamergeluid. Otto onderzoekt de zaken, maar kan niets ontdekken.

Inmiddels horen de Eldersma’s ook vreemde geluiden van huilende kinderen. Eva is bang. Otto vindt het maar allemaal gegoochel. Heel Laboewangi spreekt over de vreemde gebeurtenissen. Otto regelt soldaten om de zaak te onderzoeken. Ze omsingelen het residentiehuis en verblijven in de badkamer. Om onverklaarbare redenen wordt de volgende dag de badkamer afgebroken. De soldaten durven niet te praten over wat er die nacht gebeurd is. De gouverneur-generaal raadt Otto aan met verlof naar Nederland te gaan, maar Otto weigert. Hij neemt tijdelijk zijn intrek bij de Eldersma’s. Het residentshuis wordt helemaal schoongemaakt. De vreemde gebeurtenissen eindigen abrupt na een gesprek tussen Otto, Soenario en Raden-Ajoe Pangéran. Otto besluit iedereen uit te nodigen voor een nieuwjaarsbal. Hij voelt zich oppermachtig nu de stille kracht, door zijn toedoen, verdwenen is.

De rust keer weer terug in Laboewangi. De angst voor de vreemde gebeurtenissen is verdwenen en de inwoners vieren feest na feest. Léonie, die weer teruggekeerd is bij Otto, blijft bang. Ze denkt nog steeds dat alles te wijten is aan haar verboden verhouding met Theo. Léonies standvastigheid maakt Theo woedend. Hij houdt nog steeds van haar. Bovendien zijn Otto, Doddy èn Theo jaloers op haar relatie met Addy. Theo’s liefde voor Léonie slaat om in haat. Ook Doddy ruziet met Léonie over de kleinste dingen. Addy blijft nog steeds omgaan met Doddy. Daarnaast ontmoet hij Léonie stiekem in het huis van mevrouw Van Does. Otto wordt ziek en gaat steeds meer geloven in de stille kracht. Hij voelt zich uitgeput en zwak. Otto ontdekt dat de anonieme brieven geschreven worden door een man die zich zijn zoon noemt. Om de zaak van de buitenechtelijke zoon niet uit te laten komen, schenkt hij si-Oudijck geld. Otto krijgt de kans om resident te worden in Batavia, maar hij wil niet weg uit Laboewangi.

Léonie en Addy hebben weer een geheim rendez-vous in het huis van mevrouw Van Does. Léonie beklaagt zich bij Addy over het gedrag van Doddy. Ze vindt dat Doddy het huis uit moet. Bovendien wil ze niet meer hebben dat Addy en Doddy avondwandelingen maken. Léonie wil naar Parijs, maar Addy wil niet met haar mee. Plotseling horen ze iemand lopen. Het is Otto van Oudijck. Léonie redt zich uit de situatie door te zeggen dat Addy om de hand van Doddy vraagt. Otto stemt met het huwelijk in. Doddy is dolblij met het nieuws. Na enkele weken in Batavia reist Eva Eldersma haar man achterna, die inmiddels naar Europa vertrokken is. Léonie is inmiddels naar Parijs gegaan. Voor haar vertrek neemt Eva nog afscheid van Otto van Oudijck, die onverwachts ontslag heeft genomen. Otto heeft zijn huis inmiddels verlaten. Hij logeert dichtbij Garoet, waar hij een teruggetrokken bestaan met een Indische vrouw en haar familie leidt. Otto is blij Eva weer te zien. Hij vertelt dat Doddy getrouwd is en dat de twee jongste kinderen naar Europa gaan voor hun opvoeding. Ze praten over de stille kracht. Otto geeft toe dat hij Eva’s man altijd te hard heeft laten werken. Na afloop van het gesprek brengt Otto Eva naar de trein. Daar nemen zij definitief afscheid. 

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal speelt zich af aan het einde van de negentiende eeuw. De vertelde tijd is ongeveer een jaar. De gebeurtenissen vinden in chronologische volgorde plaats en zijn in de verleden tijdsvorm geschreven.

Plaats/ruimte:

Plaats van handeling is het dorp Laboewangi op Java. Daarnaast brengen de hoofdfiguren een bezoek aan de halfjaarlijkse feesten in Ngadjiwa en de suikerfabriek in Patjaram.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling:

Otto van Oudijck:

Otto is een 48-jarige resident bij het Binnenlandse Bestuur. Hij is getrouwd en heeft kinderen, maar voelt zich toch eenzaam. Zijn werk is alles voor hem. Otto wordt door zijn personeel gerespecteerd, maar ze zien hem toch als een vreemde Hollander. Hij ontkent ‘de stille kracht’ op het eiland. Later moet hij er toch aan toegeven. Hij neemt onverwachts ontslag en gaat een teruggetrokken leven leiden met een Indische vrouw en haar familie.

Léonie van Oudijck:

Léonie is de tweede vrouw van Otto van Oudijck. Ze heeft een opvallend Europees en statig uiterlijk. Haar familie, de inwoners van Laboewangi en de personeelsleden hebben ontzag voor haar. Ze heeft een geheime verhouding met Theo. Later begint ze een relatie met Addy de Luce. Als ze worden betrapt in het huis van mevrouw Van Does, verzint ze een smoes. Daarna vertrekt ze naar Parijs.

Theo van Oudijck:

Theo is 23 jaar. Hij is de zoon van Otto en diens eerste vrouw. Theo lijkt op zijn vader. Hij heeft een geheime verhouding met zijn stiefmoeder Léonie. Theo heeft verschillende baantjes, omdat hij niet lang werk kan houden.

Doddy van Oudijck:

Doddy is een meisje van 17 jaar. Ze is de dochter van Otto en diens eerste vrouw. Doddy lijkt op haar moeder. Ze houdt veel van Addy de Luce. Doddy is jaloers op Léonie en beschuldigt haar ervan een relatie met Addy te hebben. Na het incident in het huis van mevrouw Van Does verloven Addy en Doddy zich.

Addy de Luce:

Addy’s familie is eigenaar van een suikerfabriek. Addy heeft veel succes bij de vrouwen. Hij weet van zichzelf dat hij zeer geliefd is en daar maakt hij dankbaar gebruik van. Ondanks zijn relatie met Doddy, krijgt hij een verhouding met Léonie. Hij is er trots op dat beide vrouwen jaloers op elkaar zijn.

Eva Eldersma:

Eva is de steun en toeverlaat van Otto van Oudijck. Léonie schuift haar taken als residentsvrouw af op Eva. Eva voelt zich ongelukkig op Java. Haar huwelijk is een teleurstelling. Ze vindt veel steun bij Frans van Helderen, maar door alle roddelpraatjes wordt die relatie verstoord.

Raden Adipati Soerio Soenario:

Soenario is de regent van Laboewangi. Hij is getrouwd met een 18-jarige Solese prinses. Soenario kan het niet goed vinden met Otto van Oudijck. De vreemde gebeurtenissen rondom het residentiehuis worden aan hem toegewezen.

Onderlinge relaties:

Otto van Oudijck is getrouwd met Léonie. Léonie heeft een verhouding met Otto’s zoon Theo. Later gaat ze met Addy de Luce, die een relatie heeft met Otto’s dochter Doddy. Eva Eldersma heeft een goede band met Frans van Helderen, die getrouwd is met Ina.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Mystiek:

De geheimzinnige gebeurtenissen in het residentiehuis hebben in het begin geen effect op Otto van Oudijck. Alle overige inwoners van Laboewangi vrezen ervoor. Pas nadat Otto ziek wordt en afstand doet van zijn functie, is hij in staat de stille kracht te accepteren.

Liefde:

Léonie is getrouwd met Otto, maar heeft een geheime relatie met zijn zoon Theo en Doddy’s geliefde Addy. Frans van Helderen is getrouwd, maar hij is verliefd op de (eveneens getrouwde) Eva Eldersma.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Ondanks het ouderwetse taalgebruik, is De stille kracht makkelijk leesbaar. De levendige beschrijvingen en Indische woorden zorgen voor een prettige afwisseling in de tekst, zoals blijkt uit het volgende voorbeeld: “Zij bezaten een tamme badjing (=eekhoorn). Zij maakten jacht op tokkès (=hagedissen), die zij schoten met een soempitan (=blaaspijp), tot grote ergernis der bedienden, omdat de tokkès geluk aanbrengen.”.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Er is sprake van een auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Hij-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het verhaal is opgebouwd uit zeven hoofdstukken (‘hoofdstuk 1’, ‘hoofdstuk 2’, etc). Ieder hoofdstuk wordt weer opgedeeld in een verschillend aantal genummerde paragrafen.

Eigen mening:

….