Remco Campert - Het leven is vurrukkulluk

De Bezige Bij, Amsterdam (1961)

Titelverklaring:

De openingszin van het eerste hoofdstuk luidt: “Het leven is vurrukkulluk.”. Dit is een uitspraak van Panda.

De auteur:

Remco Wouter Campert wordt op 28 juli 1929 in Den Haag geboren als zoon van Jan Campert en Joekie Broedelet. In 1950 richt hij het tijdschrift Braak op. Campert behoort tot de Vijftigers. De Vijftigers experimenteren met vrije poëzie. Zij zetten zich af tegen hun voorgangers van Forum en zetten het expressionisme en surrealisme in de poëzie voort. Hun gedichten bevatten veel woordspelingen en klankspellen.

Campert debuteert in 1951 met de gedichtenbundel Vogels vliegen toch. Zijn gedichten hebben een verhalend element en zijn luchtig en ironisch. Onder deze ironie gaat veel weemoed en cynisme schuil. Bernlef noemt Campert “een mompelaar van steeds somberder levensberichten.” Campert maakt zijn prozadebuut met Eendjes voeren (1953). Zijn proza is luchtig en vaak humoristisch. Naast romans en novellen schrijft hij cursiefjes, filmscenario’s en columns, waaronder een column in De Volkskrant. Liefdes schijnbewegingen (1963) en Het leven is vurrukkulluk (1961) zijn populaire romans onder middelbare scholieren. In 1979 ontvangt hij de P.C. Hooftprijs voor zijn gehele oeuvre. Zijn meest recente werk bevat zowel poëzie als proza: Rechterschoenen (1992), Dichter (verzamelde gedichten, 1995), Ohi, hoho, bang, bang (1995).

Literaire stroming:

Het leven is vurrukkulluk behoort tot de stroming van de Vijftigers. 

Genre:

Experimentele roman/ Liefdesroman.

Samenvatting:

De vrienden Mees en Boelie wandelen door het park. Ze ontmoeten de vijftienjarige Panda en nemen haar mee voor een ijsje. Hierna gaan zij naar het café om een biertje te drinken. Ze merken dat ze al de hele tijd gevolgd worden door een oude man. Zelfs als ze het café verlaten om naar Mees’ huis te gaan, volgt hij hen. In het park wachten ze hun kans af en beroven ze de man van 200 gulden. Hij wordt bewusteloos achtergelaten en de vrienden lopen verder naar huis. Mees herinnert Boelie aan zijn afspraak met een journalist, waarop Boelie naar Hotel Asiatique vertrekt. Boelie is nog niet vertrokken of Mees en Panda gaan met elkaar naar bed. Mees denkt terug aan zijn jeugd en muzikale leven als jazzpianist in kroegen.

Intussen wordt Boelie geïnterviewd. De journalist Ernst-Jan vraagt Boelie met hem mee te gaan. Hij verdenkt zijn vrouw van overspel en hij vraagt Boelie deze kwestie te onderzoeken. Thuis aangekomen luistert Ernst-Jan naar een radioverslag van een voetbalwedstrijd, terwijl Boelie zijn vrouw Etta gezelschap houdt. Etta vertelt hem over haar jeugd en haar mislukte huwelijk met Ernst-Jan. Etta’s vader was een belangrijke bankier en haar moeder was alcoholiste. Etta neemt Boelie mee naar het huis van de buren, omdat ze hem iets wil laten zien. Daar aangekomen probeert Boelie Etta te verleiden, maar juist als ze het bed induiken worden ze verrast door de thuiskomst van de buren. Als de buren vragen waarom ze in hun huis zijn, antwoorden ze dat ze gas roken en bang waren dat het huis af zou branden.

De beroofde oude man komt weer bij en merkt dat al zijn geld verdwenen is. Hij wordt geholpen door Tjeerd Overbeek, die getuige was van het hele voorval. Tjeerd neemt de man mee naar het café van zijn tante, waar de oude man het laatst is geweest. De eigenaresse blijkt een oude jeugdvriendin van de man te zijn en Tjeerd laat ze rustig alleen om herinneringen op te halen. Mees en Panda besluiten het gestolen geld te gebruiken voor een feestje. Tjeerd Overbeek komt langs om verhaal te halen over de mishandeling, maar wordt door een dronken feestganger naar binnen gesleurd. Ernst-Jan en Etta komen ook, maar krijgen later op de avond ruzie. Boelie profiteert, neemt Etta mee naar zolder en gaat met haar naar bed. Panda wordt door Jens, een drankhandeleigenaar, naar huis gebracht. Een feestganger springt, hangende aan een paraplu, uit het zolderraam.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal speelt zich af in de jaren ’50. De gebeurtenissen worden chronologisch verteld en worden afgewisseld met flashbacks. De vertelde tijd is slechts één dag.

Plaats/ruimte:

De gebeurtenissen vinden plaats in Amsterdam. Er zijn verschillende ruimten: het park, het café, het huis van Mees en Ernst-Jan, de drankwinkel van Jens. 

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

Mees:

Mees speelde vroeger als jazzmuzikant in cafés. Hij heeft nooit een echte liefdesrelatie gehad met een vrouw. Mees is een vlak karakter, omdat we hem eigenlijk niet goed leren kennen. Bovendien ontwikkelt hij zich niet gedurende de beschreven dag.

Panda:

Panda is een jong, brutaal meisje van vijftien jaar. Ze heeft al verschillende relaties gehad met mannen, waaronder een Argentijnse oplichter. Ze houdt veel van alcohol en sex. Panda is een vlak karakter.

Boelie:

Boelie is een rustige dichter die nogal zelfingenomen is. Hij vindt zijn eigen werk geweldig. Samen met Mees woont hij in Amsterdam. Hij is ook een vlak karakter.

Etta:

Etta is getrouwd met de journalist Ernst-Jan. Ze heeft geen gelukkige jeugd gehad. Tegen de wil van haar vader is ze met Ernst-Jan getrouwd. Haar moeder was alcoholiste. Etta is een vlak karakter.

Tjeerd:

Tjeerd Overbeek is een werkloze man, die seksueel gefrustreerd is. Hij is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Mees heeft een relatie met Panda. Mees is bevriend met Boelie, die op zijn beurt weer een avontuurtje beleeft met Etta. Etta is getrouwd met Ernst-Jan. Tjeerd is getuige van de mishandeling door Mees, Boelie en Panda.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

…. 

Thematiek:

Liefde:

Alles draait in het boek om de liefde. Dat blijkt uit alle liefdesrelaties die gedurende de dag ontstaan.

Motto:

Zij zingen, nijgen naar elkaar en kussen, geenszins om de liefde, maar om de sublieme momenten en het sentiment daartussen.

(Martinus Nijhoff in Het tuinfeest)

Taalgebruik:

Campert gebruikt eenvoudige taal. De zinnen zijn kort en bevatten veel dialogen. Er zijn ook enkele taalgrapjes opgenomen, zoals de volgende uitspraak van Panda: “Ik heb trek nijslollie.”.

Opdracht:

Geen. 

Vertelsituatie:

Er is sprake van een auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Hij-perspectief. 

Verhaalopbouw:

Het leven is vurrukkulluk is opgebouwd uit 17 genummerde hoofdstukken, zonder titels.

Eigen mening:

….