Willem Elsschot – Lijmen/Het been

Tepas, Amsterdam (1924) en Van Kampen, Amsterdam (1938)

Eerste gezamenlijke druk 1959, als Salamander.

Titelverklaring:

Het boek bestaat uit twee verhalen, namelijk Lijmen en Het Been. De titel van het eerste verhaal slaat op twee zakenmensen, Laarmans en Boorman, die klanten proberen te lijmen voor hun niet bestaande tijdschrift.

De titel van het tweede verhaal slaat op het slechte been van mevrouw Lauwereyssen, dat later vervangen wordt door een houten been.

De auteur:

Willem Elsschot is het pseudoniem van Alfons de Ridder . De Ridder wordt op 7 mei 1882 geboren in Antwerpen. Als hij zestien is, wordt hij van school gestuurd wegens baldadig gedrag. Hij heeft dan verscheidene baantjes als loopjongen. In 1900 richt hij met een aantal  medescholieren een tijdschrift op, Alvoorder. Een jaar later  wordt hij vader. In 1904 behaalt hij zijn diploma aan de Antwerpse Handelsschool en uiteindelijk krijgt hij een baan als chef-correspondent bij een bedrijf in Rotterdam. Ook werkt hij een tijd in Parijs. Na vier jaar keert hij, inmiddels getrouwd, terug naar België. In 1913 verschijnt zijn eerste roman, Villa des Roses. Vlak voor de Eerste Wereldoorlog gaat hij, met vrouw en kinderen, bij zijn ouders in Antwerpen wonen. Tijdens de oorlog is hij secretaris van het Provinciaal oogstbureel en in deze periode worden nog twee kinderen geboren. Na de oorlog richt hij een reclamebureau op, met kantoren in Antwerpen en Brussel. 

Voor zijn literaire bezigheden vindt hij inspiratie in zijn eigen ervaringen. Na de roman Lijmen (1924), die zich afspeelt in het zakenleven, blijft het lang stil rond Elsschot. Pas na aandringen van Jan Greshoff schrijft Elsschot de roman Kaas in 1933, die zeer succesvol blijkt. Hoofdrolspeler in zijn boeken is vaak Laarmans, een stakker die af en toe aan illusies toegeeft. Het is een bekrompen man die zich in zijn troosteloos bestaan schikt met een spottende glimlach. Ook zijn tegenpool, Boorman, komt vaak in Elsschots werken terug. Beide figuren zijn afsplitsingen van Elsschot zelf. In 1934 verschijnen Tsjip en Verzen van vroeger. Na onder andere De leeuwentemmer (1940) verschijnt het laatste boek van Elsschot in 1947: Het dwaallicht.  In 1947 ontvangt Elsschot de Staatsprijs voor verhalend proza, in 1951 de Constant Huygensprijs en in 1960 (postuum) de Staatsprijs ter bekroning van een schrijversloopbaan. Op 31 mei 1960 overlijdt Elsschot, één dag later overlijdt zijn vrouw.

Literaire stroming:

Nieuwe zakelijkheid.

Genre:

Geestige roman met een autobiografische inslag.

Samenvatting:

Lijmen:

De ik-figuur ontmoet een oude kennis, Laarmans, in een café. Laarmans blijkt een keiharde zakenman te zijn geworden, terwijl hij vroeger een idealist was. Laarmans nodigt de man bij hem thuis uit en vertelt zijn verhaal.

Het verhaal begint zo’n tien jaar geleden. Laarmans ontmoet in een café een man, Boorman. Deze biedt hem een baan aan als secretaris van het Algemeen Wereldtijdschrift voor Financiën, Handel, Nijverheid, Kunsten en Wetenschappen. Hij zal dan 1000 frank per maand gaan verdienen in plaats van zijn huidige loon, dat 125 frank per maand bedraagt. Boorman vertelt hem dat het tijdschrift 250.000 lezers heeft, maar wie deze mensen precies zijn, wordt niet duidelijk. Laarmans moet zijn naam in Teixeira de Mattos veranderen.

Boorman hoort dat zijn schoonzus overleden is en zijn vrouw wil dat zij in Brussel begraven wordt. Zij laat het lichaam van haar zus balsemen en door Korthals XV vervoeren. Bij aankomst in Brussel, ontdekt Boorman dat de lijkwagen ook gebruikt wordt als ziekenwagen en dat is verboden. Hij chanteert Korthals met dit gegeven, door hem twintigduizend exemplaren van het Wereldtijdschrift te laten kopen.

De volgende dag komt er een grote klant op het kantoor van het Wereldtijdschrift. Laarmans is de enige die aanwezig is en hij laat per ongeluk de deuren naar de ‘redactie’ open staan, waardoor de klant ziet dat er eigenlijk helemaal niets is. De bestelling gaat niet door. Boorman is woedend en Laarmans moet met hem mee naar de volgende klant om de ‘lijm’-techniek te leren. Ze komen terecht bij de firma Lauwereyssen, een smederij. Deze firma maakt keukenliften en is in handen van broer en zus Lauwereyssen. Mevrouw Lauwereyssen vertelt de twee mannen uitvoerig over haar gezwollen been.

Boorman gaat een artikel schrijven over de firma Lauwereyssen en keert de volgende dag terug met een fotograaf. Laarmans leest het artikel voor aan broer en zus. Hij weet mevrouw Lauwereyssen zover te krijgen, dat ze honderdduizend exemplaren bestelt. Als haar broer hiervan hoort, wil hij de bestelling afzeggen, maar zowel hij als hun advocaat worden afgescheept. Na de weigering van de zending tijdschriften, worden ze om zeven uur ‘s ochtends opnieuw afgeleverd. Laarmans moet erbij zijn en ook moet hij incasseren. Hij houdt voet bij stuk en als de laatste termijn geïnd is, mag hij deze houden van Boorman. Hij wil dit bedrag aan mevrouw Lauwereyssen schenken, maar zij accepteert het niet.

Inmiddels heeft Boorman een nieuwe handel in hoestpillen opgezet en heeft Laarmans al tien jaar de leiding over het Wereldtijdschrift. Hij biedt de ik-figuur aan om zijn secretaris te worden en deze vlucht weg.

Het been

In dit verhaal komt de ik-figuur Laarmans opnieuw tegen. Hij is nu weer de man die hij was, voordat hij Boorman leerde kennen. Hij is nu werknemer bij The General Marine and Shipbuilding Company. Hij nodigt de ik-figuur weer uit om bij hem thuis te komen. Daar vertelt hij wat er de laatste jaren met hem is gebeurd.

Als hij Boorman ontmoet, is diens vrouw overleden. Hij praat hier met Laarmans uitvoerig over. Wanneer ze op straat wandelen, loopt Boorman een vrouw omver. Het blijkt mevrouw Lauwereyssen te zijn. Boormans geweten begint te knagen, wanneer hij ziet dat zij een houten been heeft. Hij vraagt zich af, of hij daar mede schuldig aan is en hij weet niet wat hij moet doen om van dit schuldgevoel af te komen.

Laarmans neemt hem mee naar zijn neef Jan, die pastoor is. Ze eten en drinken wat en op het eind van de avond biecht Boorman op, wat hem dwars zit. Hij noemt daarbij geen namen. Jan adviseert hem om het geld aan de firma terug te geven, om van zijn schuldgevoel af te komen. Boorman besluit om tegenover Lauwereyssen net te doen alsof er teveel is berekend. Mevrouw van Lauwereyssen zou namelijk te trots zijn, om het geld weer terug te nemen. Hij wil bluffen dat de accountants van een groot bedrijf dit hebben ontdekt.

Van Dikke Jeanne horen Laarmans en Boorman dat de broer van mevrouw Lauwereyssen is overleden. Ze gaan naar de firma en bieden de vrouw het geld aan. Zij wil het echter niet aannemen en van de deurwaarder, die haar het geld moet geven, wil ze het ook niet aannemen. Boorman spant zelfs een rechtszaak aan om mevrouw Lauwereyssen het geld aan te laten nemen. Hij eist het recht om haar geld te geven. De zaak wordt uiteindelijk geschrapt, omdat de rechter vindt dat ze de zaak onderling maar moeten regelen.

Als het bericht komt, dat de firma Lauwereyssen verkocht wordt, wil Boorman het oud papier opkopen. De firma heeft na vijf jaar namelijk nog steeds 90000 brochures in de opslagplaats liggen. Boorman wil al deze brochures kopen en het geld via de notaris aan mevrouw Lauwereyssen schenken, zodat zij niet weet waar het geld vandaan komt. Op de veiling wordt hij echter verwijderd, omdat hij een belachelijk hoog bod op het papier doet. Per ziekenwagen (van Korthals!) wordt hij naar een hospitaal voor geesteszieken vervoerd. Zijn neef Jan slaagt erin, om hem daaruit te krijgen. Hij blijkt mevrouw Lauwereyssen goed te kennen en gebruikt zijn invloed om haar over te halen het geld in ontvangst te nemen.

Doordat Boorman zich zo zwak heeft getoond, wil Laarmans ermee stoppen. Zijn broer Frans zorgt dat hij een andere baan krijgt en hij brengt hem meteen aan de vrouw. Hij wordt kantoorbediende bij The General Marine and Shipbuilding Company. Boorman richt zich weer op het Wereldtijdschrift.

 

Tijd en tijdvolgorde:

 

Het verhaal is niet chronologisch, het bestaat voornamelijk uit twee grote flash-backs. Het tweede verhaal is in feite een vervolg op het eerste. Waarschijnlijk spelen de verhalen zich af rond de tijd waarin ze geschreven zijn, namelijk 1924 en 1938. 

Plaats/ ruimte:

De verhalen spelen zich af in Brussel.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling /onderlinge relaties:

Frans Laarmans:

Laarmans is één van de hoofdfiguren in de twee verhalen. Hij ondergaat verschillende gedaantewisselingen. Voordat hij in dienst komt bij Boorman, is hij een idealist, met lang haar en een baard. Zodra hij aangenomen is als secretaris, gaat zijn baard en zijn haar eraf. Hij draagt dan een klein snorretje en is een harde zakenman geworden. Aan het eind van het tweede verhaal kan hij toch niet meer overweg met zijn manier van zakendoen en neemt hij een keurige (saaie) kantoorbaan aan. Eigenlijk is hij een heel zwakke persoonlijkheid, maar aan het eind van het verhaal neemt hij zelf een beslissing, door te stoppen met het werk dat hem wroeging oplevert. Zijn leeftijd zal rond dertig jaar liggen. Verder wordt duidelijk dat hij graag verzen schrijft. Hij is een rond karakter.

Ch. A. Boorman:

Boorman is de tweede hoofdfiguur in het boek. Hij is de oprichter van het Wereldtijdschrift. Hij is een slimme zakenman, die over de rug van zijn klanten veel geld verdient. Toch krijgt hij last van schuldgevoelens nadat zijn vrouw overleden is. Hij doet er alles aan om dit af te kopen. Wanneer dat gelukt is, gaat hij echter vrolijk verder met zijn lucratieve onderneming. Waarschijnlijk is hij een jaar of vijftig. Boorman is een rond karakter.

Mevrouw Lauwereyssen:

Mevrouw Lauwereyssen runt samen met haar broer een smederij, waar keukenliften vervaardigd worden. Zij heeft de zakelijke en technische leiding over de firma. Ze laat zich overhalen om honderdduizend exemplaren van het Wereldtijdschrift te bestellen. Ze heeft een kwaal aan haar been, die ertoe leidt, dat haar been afgezet wordt. Ze is een zeer trotse vrouw: ze wil het geld van Boorman niet aannemen. Mevrouw Lauwereyssen is een vlak karakter.

Dikke Jeanne:

Dikke Jeanne is de eigenaresse van het café tegenover de firma. In het eerste verhaal is zij heel dik, in het tweede is ze door haar suikerziekte erg vermagerd. Ze houdt de buurt scherp in de gaten en kan daarom informatie verschaffen aan Boorman en Laarmans. Zij is een vlak karakter.

Jan Laarmans:

Jan Laarmans is de broer van Frans. Hij is pastoor en zorgt dat Boorman weer in het reine met zichzelf komt. Ook helpt hij Frans, nadat hij zijn baan bij Boorman heeft opgezegd, aan een nieuwe baan en een vrouw. Hij is een vlak karakter.

De ik-figuur:

Over de ik-figuur is niet veel bekend. Hij is een oude kennis van Laarmans, die hij af en toe tegenkomt. Hij vertelt de verhalen die hij hoort van Laarmans. Hij is een type.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

……

Thematiek:

Het thema van de verhalen is het conflict dat de hoofdpersoon (Laarmans) met zichzelf heeft. Hij vindt het niet leuk wat hij doet, maar hij wil er eigenlijk ook nog niet mee stoppen. Aan de ene kant wil hij veel geld verdienen en aan de andere kant heeft hij berouw van de manier waarop hij dat doet.

 

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

De stijl die Elsschot hanteert, is vrij eenvoudig. Hij gebruikt af en toe de Vlaamse spreektaal, waardoor het taalgebruik niet te hoogdravend is.

Opdracht:

Het tweede verhaal is opgedragen aan Menno ter Braak. Hij is hoofdredacteur van Forum en hij merkte in een artikel eens op dat Lijmen nog niet af was.

Vertelsituatie:

Ik-vertelsituatie, de ik-persoon is niet de hoofdpersoon in het verhaal. Hij vertelt aan het begin van beide verhalen dat hij  Laarmans, de hoofdpersoon, na jaren weer heeft ontmoet en geeft de gebeurtenissen, die hem worden verteld, weer. Hij is niet alwetend.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit twee verhalen, namelijk Lijmen en Het been. Deze zijn weer opgebouwd uit ongenummerde, getitelde hoofdstukken. Na deze twee verhalen volgt er een stuk tekst, geschreven door Menno ter Braak. De titel hiervan is: Boorman en Laarmans. bij wijze van inleiding. Daarna een recensie door S. Vestdijk: Apotheose der zakelijkheid.

Eigen mening:

….