Lévi Weemoedt – De ziekte van Lodesteijn

Contact, Amsterdam (1986)

Titelverklaring:

De ziekte van Lodesteijn is een emotionele ziekte: afkeer, ergernis en melancholie ontregelen het leven van de zieke. In het verhaal overkomt de leraar Lodesteijn dit. Zijn ‘ziekte’ is niets anders dan droefheid en daartegen kunnen zelfs de beste medici niets doen.

De auteur:

Lévi Weemoedt is het pseudoniem van Isaäck Jacobus van Wijk, geboren op 22 oktober 1948 in Geldrop. Na het voltooien van het gymnasium studeert Isaäck Nederlands aan de universiteit van Leiden. Tussen 1970 en 1984 is Isaäck leraar Nederlands aan de Protestants-Christelijke scholengemeenschap Westland-Zuid in Vlaardingen.

In de jaren zeventig (1976 – 1979) werkt Isaäck mee aan het satirische Amsterdamse studentenblad Propria Cures en in de jaren tachtig treedt Isaäck regelmatig op met Hans Dorrestijn.

Recent werk:

Acte van verlating (1988, verhalen), De nadagen van Lodesteijn (1990, novelle), Halte tranendal (1991, verhalen), Ken uw klassieken (1992), Zondagskind (1996, verhalen)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Cynische novelle.

Samenvatting:

Onder leiding van rector Persijn verlaat de protestants-christelijke middelbare school in Vlaardingen het oude, gammele noodgebouw en vertrekt naar de nieuwe locatie. Tot ergernis van Persijn heeft de leraar klassieke talen Lodesteijn zich afzijdig gehouden van de verhuizing. Het nieuwe schoolgebouw, bestaande uit glas en beton en versierd met een verticale groene streep, wekt bij hem alleen gevoelens van afkeer op.

 

Bij de feestelijke opening van het nieuwe schoolgebouw uit Lodesteijn zijn kritiek. Hoewel hij van een leerling bijval krijgt, wordt zijn commentaar niet op prijs gesteld. Lodesteijn lapt de meeste regels, die kort na de opening worden aangescherpt, aan zijn laars. Naar aanleiding van zijn gedrag raakt Lodesteijn in conflict met meerdere docenten en een leerling.

Na de kerstvakantie nemen de conflicten in hevigheid toe en wordt Lodesteijn steeds somberder. Lodesteijn keert zich openlijk (onder andere in een artikel in een dagblad) tegen het leraarschap en het onderwijssysteem in het geheel. Uiteindelijk vraagt de staf, naar aanleiding van een omstreden proefwerk, om zijn schorsing. Als hij troost zoekt op de schrijfwarenafdeling van de V&D, krijgt hij een black-out en belandt hij in het ziekenhuis.

De internist in het ziekenhuis kan niets vinden en stuurt Lodesteijn naar huis met een Holter-recorder (een apparaat dat de hartwerking gedurende 24 uur registreert). Thuisgekomen rukt Lodesteijn de snoeren in een panische gemoedstoestand van zijn lichaam en vertrekt hij per trein naar zijn geliefde Rome.

In het nieuwe cursusjaar begint hij weer met lesgeven. Na een klacht van een leerlinge krijgt hij te horen dat een deel van zijn lessen overgenomen worden. Op advies van een bestuurslid bezoekt hij een jonge arts die hem naar het RIAGG doorverwijst. Het afschuwelijke hard-blauwe gebouw schrikt hem af. Hij besluit naar huis te vluchten en schrijft de jonge arts dat hij geen bezoek aan het RIAGG brengt. Lodesteijn komt in de ZVUT (Zeer Vervroegde UitTreding) terecht en brengt zijn dagen het liefst lezend door. Jarenlang beweegt hij zich van instantie naar instantie zonder dat er ooit een financiële regeling tot stand komt.

Tijd en tijdvolgorde:

De vertelde tijd is enkele jaren. De periode tussen december en de kerstvakantie van het volgende jaar wordt uitgebreider belicht.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich af in Vlaardingen, in het oude en nieuwe schoolgebouw, het ziekenhuis en het gebouw van het RIAGG.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Lodesteijn:

De leraar Lodesteijn is een idealist, gevoelsmens en anti-bureaucraat. Lodesteijn projecteert zijn onvermogen op alles en iedereen en voert een lijdzaam verzet tegen de door hem zo gehate omgeving. Uiteindelijk wordt hij zelf het slachtoffer van zijn verzet. Uit zijn achternaam blijkt zijn verhouding tot de overige personages. Hij is een rond karakter.

 

De personages om de hoofdpersoon, Lodesteijn, heen zijn vrijwel allemaal allegorisch. Ze vertegenwoordigen bepaalde groepen (strenge christelijke schoolleiders, zelfingenomen en bruinverbrande specialisten, vrolijke verpleegsters enz.). Ze zijn typen.

Onderlinge relaties:

Lodesteijn en zijn collega’s:

Veel namen eindigen op –ijn, maar Lodesteijns naam op het exclusievere –eijn. Hij maakt wel onderdeel uit van de groep, maar staat er toch buiten.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

Centraal staat het verzet van een éénling tegen het systeem. Deze strijd wordt ondersteund door de herhaaldelijke terugkeer van moderne architectuur (gekenmerkt door het gebruik van veel beton, staal en glas) en Lodesteijns afkeer van alle vormen van bureaucratie en regels.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

De afwezigheid van lange uitweidingen en beschrijvingen, gecombineerd met de laconieke, ironische verteltrant maken De ziekte van Lodesteijn tot een vlot leesbaar boek.

Opdracht:

De ziekte van Lodesteijn is ‘Opgedragen aan Karin en Oscar’, respectievelijk Lévi’s tweede vrouw en zoontje.

Vertelsituatie:

Personale vertelsituatie.

Perspectief:

Het verhaal wordt beschreven door de ogen van Lodesteijn (hij-perspectief).

Verhaalopbouw:

Het boek kent zeven genummerde hoofdstukken.

Eigen mening: