'Het huis van hiernaast' ----- Marga Minco.



Daniel Cremers A5a. Nederlands



1. De sfeer waarin het verhaal zich afspeelt is een sfeer van bevrijdingsfeesten, vriendelijkheid, gevoel van geluk. Deze sfeer lijkt mij te zijn gebruikt in het verhaal, om te tonen hoe leeg en ongelukkig de ik-persoon en Jona zich voelen. De sfeer staat in fel contrast met de gevoelens van de hoofdpersonen. Zij doen niet mee aan de festiviteiten.

Het is zelfs erger dan alleen dat. Pas door het gekrijs van een kind raapt de ik-persoon de gevallen Nederlandse vlag op, wat betekent dat als het kind niet had gekrijst, ze de vlag had laten vertrappen. Dit fragment is heel gecompliceerd om uit te leggen. Ik denk dat ze er mee bedoeld heeft dat zij diegene is die het dagelijkse leven opneemt en het wil gaan leven zoals ze het leefde voor de oorlog. Het overgeven van de vlag aan het kind heeft ook een specifieke betekenis. Ze kan het dagelijks leven zelf niet goed beleven; zij voelt zich schuldig dat zij wel heeft mogen leven en de anderen niet. Daarom geeft ze de vlag van het alledaagse leven aan het kind.

De ik-persoon bouwt een ruimte om zich heen waar niets doorheen kan dringen, ze ziet alleen maar zichzelf, ze denkt alleen maar aan haar schuldgevoel, aan het leven van voor de oorlog. Ze is zelfs schuw tegenover Jona die erger geleden had dan zij. Jona kon tijdens de oorlog niet uit haar schuilplaats komen. De ik-persoon daarentegen had haar schuilplaats meerdere malen veranderd, sliep met een man en ze was zelfs buiten geweest.

Ze heeft haar geloof en haar gevoel voor liefde verloren. De ruimte om haar heen heeft geen vat meer op haar, ze leeft zonder een doel in het leven. De manier waarop zij verlangt naar Nico is ook niet uitbundig. Nico is haar enige vriend, maar toch is haar verlangen naar hem niet erg groot. Ook zijn verlangen naar haar is niet groot (wat blijkt uit het feit dat hij naar een feest van zijn vriend ging zonder op haar te wachten).

Het leven dat wordt omschreven in het verhaal heeft een grijze kleur. Dat blijkt vooral uit de laatste zinnen. De huizen van het grote Amsterdam hebben hun kleur verloren, alles en iedereen is grijs. Van de bomen zijn alleen maar stammen over gebleven, omdat de burgers brandhout nodig hadden.

Dat het leven grijs is geworden, blijkt ook uit een heleboel andere omschrijvingen die ze in het verhaal heeft gezet. Een voorbeeld hiervan is de hoer die tegenover het huis van Nico gasten ontvangt.

De plaats en tijd heeft Marga Minco goed kunnen gebruiken om, zonder veel gevoelens op papier te hoeven zetten, de lezer duidelijk te maken wat de ik-persoon voelt en wat haar houding tegenover iedereen is. Haar pessimistische houding staat in fel contrast met de feestvierende mensen. Ze kan zich daardoor buiten alle mensen plaatsen; zij staat boven iedereen, zij heeft alleen maar gevoelens, een diep schuldgevoel, iets wat de anderen niet hebben.

De ruimte waarin de ik-persoon zich bevindt is ook belangrijk voor de herinneringen die ze ophaalt. Telkens weer herinnert ze zich de vooroorlogse tijden, haar oom Max, haar tante, haar moeder, het onbekommerde leven dat ze leidde. Uit die herinneringen valt op te maken dat ze zich schuldig voelt aan haar bestaan.

De tijd is in het verhaal een belangrijk aspect. De herinneringen van de ik-persoon vormen, net als de feestende mensen een contrast waardoor het caracter van de hoofdfiguur beter te begrijpen valt. Er komen voordurend flash-backs voor in het verhaal, zelfs op onverwachte plaatsen. Tijd en ruimte zijn in 'Het huis hiernaast' nauw met elkaar verbonden. Allebij zorgen ze voor beter begrip.

De ik-persoon leeft in de wereld van toen. De flash-backs-de herinneringen-vormen eigenlijk haar leven, wat er om haar gebeurt dringt moeilijk tot haar door.



2. Het karakter van Jona is net als het karakter van de ik-persoon duidelijk gemaakt door de sfeer rondom haar als een fel kontrast te maken. Ook zij staat overal buiten. Zij 'beroemt' zich op de lange tijd dat zij moest onderduiken, maar alleen voor de ik-persoon, anderen vertrouwt ze niet. Ook zij kan niet meedoen met het feesten, haar enige positieve gedachte is dat ze naar haar huis kan wederkeren en dat ze naar haar oude dingen kan kijken. Als blijkt dat alleen maar de voorgevel van haar huis nog overeind staat, geeft zij alle hoop op, alleen maar het pessimistische blijft in haar over en ze valt expres (ik weet niet of dat waar is, maar ik vermoed het) in een gracht. Ze wil dood, omdat ze bang is en niet meer weet wat ze moet doen. Alles wat ze had is verloren gegaan, ze kan nergens meer heen. Het huis waarin ze voor de oorlog had geleefd is dus een ruimte die directe gevolgen heeft voor haar karakter.

Jona heeft bovendien een grote angst om in kleine ruimtes te zitten. Ze voelt zich dan net of ze in een doodskist zit. Deze angst is voortgevloeid uit het twee jaar ondergedoken zitten op een soort vliering. In het verhaal wordt ze telkens weer in kleine ruimtes geplaatst. Eerst in een auto, later in een stinkende vrachtwagen en op het laatst in een heel erg kleine zienkenkamer. Telkens weer voelt zij zich ellendig. Het feit dat haar huis er niet meer staat zoals ze het had achtergelaten, brengt haar daarom tot het uiterste. Ze kan niet meer wonen in haar groot, vertrouwd huis, het huis van haar jeugd.

De tijd is net als voor de ik-persoon, belangerijk voor het caracter van Jona. Zij leeft net als de ik-persoon in de wereld van voor de oorlog. Ze wil haar herinneringen ophalen door oude dingen te bekijken uit een tas die ze voor haar vertrek had achtergelaten. Het feit dat alleen de voorgevel van haar huis er nog staat is voor haar dan een echte schok. Ze is zich er van bewust dat ze niets meer heeft dat haar kan herinneren aan de mensen van wie ze hield en van de mooie vooroorlogse tijden.

Haar herinneringen rijken verreweg niet zo ver als die van de ik-persoon. Ze is haar verleden verloren en ze is daar angstig door.

De tijd en de ruimte hebben daarom ook bij Jona een nauw verband met elkaar. Ze onderstrepen haar caracter en haar gevoelens.



Opsommend:

De tijd waarin het verhaal zich afspeeld is de periode rond de bevrijding van Nederland, de tijd van voor de bezetting en de periode tijdens de bezetting (in de vorm van herinneringen). Die moeten in dit verhaal laten zien dat de hoofdpersonen niet met het heden maar met het verleden leven en er niet uit kunnen komen.

De ruimte waarin het verhaal zich afspeeld zijn enkele steden, waaronder Amsterdam en Zwolle. Daarbij betekenen de plaatsen niet veel (als uitzondering Amsterdam, want dat is het doel van beide vrouwen). De vernielingen zijn belangerijker, omdat die de gevoelens van de hoofd-personen onderbouwen. Ook is de nie-ruimte belangerijk-de leegte.

De sfeer van het verhaal word gevormd door de bevrijdingsfeesten en gelukkige mensen waarintegen het pesimistische caracter van de hoofdpersonen wordt weerlegd.