Dirk Ayelt Kooiman - Montyn

De Harmonie, Amsterdam (1982)

Titelverklaring:

De titel is tevens de achternaam van de hoofdpersoon, Jan Montyn, waar dit boek over gaat.

De auteur:

Dirk Ayelt Kooiman wordt geboren op 1 januari 1946 in Amsterdam. In deze stad studeert hij enkele jaren filosofie en geschiedenis. Tevens is hij redacteur van Soma (1968-1972) en de Revisor (vanaf 1973). Hij debuteert met de verhalenbundel Manipulaties (1971). Een deel van zijn boeken bestaat pseudo-autobiografische teksten, die over een hoofdpersoon gaan die zich van zichzelf, de wereld en zijn verleden vervreemd voelt. Door wisselingen van perspectief en een niet-chronologische verteltrant voelt de lezer deze vervreemding uit het boek vloeien. Verder staat de kunst, literatuur, muziek of beeldende kunst centraal in zijn roman Een romance (1973) en in zijn verhalenbundel Souvenirs (1974). Kooimans schreef ook een aantal filmscripts. De Vara-serie uit 1978, Prettig weekend, meneer Meier, die door Orlow Seunke bewerkt is, is de bekendste. De grote stilte uit 1975 wint als enige een prijs: de Van der Hoogtprijs in 1977. Zijn totale oeuvre wordt gevormd door verhalenbundels, romans, essays en novellen.

Meest recente werk:

Alles moet anders (1981; essays), Het leven van Jan Montyn (1982; essay), De afwezige (1991; novelle), De terugkeer (1996) en De verdwenen weg (1998).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur

Genre:

Jan Montyn is een biografie in romanvorm. Een moderne benaming hiervoor is faction, wat een samenstelling tussen fact(=feit) en fiction(=fictie) is. Het boek verhaalt het leven van Jan Montyn aan de hand van feiten. Veel informatie voor het boek werd verzameld door middel van vraaggesprekken.

Samenvatting:

Jan Montyn wordt in 1924 geboren in Oudewater. Hij wordt daar opgevoed in een streng Calvinistisch gezin. Hiertegen begint hij te rebelleren. Jan is vaak bij de Jeugdstorm te vinden, mede omdat hij in zijn puberteit gevoelens voor jongens begint te krijgen. In Oostenrijk, waar hij met Hein (een vriend) op weersportkamp is, leert Jan de echte oorlog kennen: hij krijgt opdracht een trein te laten ontsporen. Hij heeft nu de vrijheid geproefd en als hij wordt opgeroepen voor de arbeidsdienst, kiest hij al snel voor de Kriegsmarine. Dit tot groot verdriet van zijn ouders.

Jan krijgt al spoedig met tegenslag en geluk te maken, want twee keer wordt zijn boot getorpedeerd en twee keer overleven Hein en hij deze aanslagen. Hierna worden ze omgeschoold tot frontsoldaat, omdat de marine niet genoeg schepen voorradig heeft. Ook hier heeft Jan weer geluk, maar Hein komt er minder goed vanaf en sterft. Jan stort hierdoor in en wordt ook nog getroffen door een granaat. Hij wordt opgelapt en op transport gezet. De boot waarop hij zit, wordt ook weer getorpedeerd. Een arts die zich tot hem aangetrokken voelt, redt hem. Na een verblijf in een gewoon ziekenhuis mag hij weer naar huis. Hij bemerkt daar weer de ‘kleinburgerlijke’ sfeer, die hem zo benauwt.

Hij gaat van huis en wordt langs een rivier gestationeerd. Dit front stort in, de Duitse heerschappij valt en Jan wordt met vele anderen in een kamp geplaatst. Hieruit weet hij snel te ontsnappen. Jan vertrekt met een ander naar Frankrijk en neemt dienst in het vreemdelingenlegioen. Dit bevalt hem niet en hij keert terug naar Nederland. Hier geeft hij zich, om niet nader beschreven redenen, aan. Misschien om niet constant op de vlucht te hoeven zijn. Nadat hij zijn lichte straf heeft uitgezeten, besluit hij beroepssergeant te worden. Hij krijgt ook een aanbieding om een museum met antieke legervoorwerpen op te zetten. Maar zijn geweten laat hem niet los. Zijn slechte geweten knaagt aan hem omdat hij aan de kant van de Duitsers heeft gevochten. Hij krijgt last van angstdromen, woedeaanvallen en psychoses. Dan doet een rekruut er aangifte van dat Jan bij hem in bed is gaan liggen. Hij wordt opgepakt, veroordeeld, en krijgt een status-5, wat inhoud dat hij volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard wordt en volledig voor militaire dienst wordt afgekeurd.

Nadat hij uit de inrichting is gekomen, legt hij zich weer toe op de kunst en organiseert kindertransporten uit Vietnam naar Europa. Daar wordt hij door de Vietnamese politie opgepakt omdat hij zonder stempel van Noord- naar Zuid-Vietnam is gereisd. Het boek eindigt nogal apart.  Jan krijgt een dochter, Carolynne. De laatste regel luidt: “Dit is de wereld Carolynne. We zullen ons best doen dat je het goed krijgt.”

Tijd en tijdvolgorde:

Het boek is in chronologische volgorde geschreven. Het begint bij de geboorte van Jan Montyn. In de hoofdstukken 2 tot en met 5 beschrijft hij zijn levensverhaal tot 1957. Het boek speelt voor een groot gedeelte in de Tweede Wereldoorlog. De gebeurtenissen daarna (tot 1975) komen aan de orde in hoofdstuk 6. Het laatste hoofdstuk speelt in 1975 als hij de kindertransporten begeleidt en eindelijk tot rust komt als hij een dochter krijgt.

Plaats/ruimte:

Het eerste deel van het boek speelt zich af in Jans geboortedorp Oudewater. Daarna komt hij in zijn diensttijd op veel verschillende plaatsen. Hij komt weer terug in Nederland en stort zich daar op het kunstenaarsleven. Als dat voorbij is, heeft hij weer geen vaste verblijfplaats.  Vietnam speelt dan wel een belangrijke rol.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling / onderlinge relaties:

Jan Montyn:

Jan Montyn kreeg een Calvinistische opvoeding waartegen hij zich later erg afzet. Hij wil meer avontuur en zoekt dat bij de vijand. Hij wil meer vrijheid en vreemd genoeg helpt hij het volk dat juist die vrijheid wil verwoesten. Hij is erg militaristisch ingesteld. Door zijn innerlijke onrust zoekt hij het gevaar op en kan al snel niet meer zonder. Hij is ook biseksueel. Jan gaat zonder een echt doel door het leven, hij neemt de dingen zoals ze lopen.

Jan Montyn wil in zijn jeugd weg uit het milieu van zijn ouders, dat hij als beklemmend ervaart. Hij wil vrij zijn en zich niet aan de regels van de kerk houden. Door de oorlogen verandert Jan en gaat hij een dubbelleven leiden. Aan de ene kant is hij oprichter van een museum.en aan de andere kant organiseert hij orgiën en is hij alcoholist. Hij leeft op het randje van de afgrond. Hij probeert zelfmoord te plegen, maar dat mislukt. In het gekkenhuis hervindt hij zichzelf, maar hij is nog steeds niet helemaal OK. Maar door de komst van Hi-en en zijn dochter in zijn leven komt hij weer in balans en kan hij een normaal leven leiden. Hij is een rond karakter.

Pim, Piet en Chiel:

Dit zijn vrienden uit zijn jeugd.

Hein:

Dit is zijn vriend in dienst.

Thom:

Dit is een vriend waarmee hij een homoseksuele relatie heeft gehad.

Yoshika:

Dit is de Japanse vrouw met wie hij in Korea trouwde.

Sonja:

Dit is de vriendin met wie hij in de Provence samenleefde.

Hi-en:

Dit is zijn uiteindelijke vrouw.

Carolynne:

Dit is zijn dochter.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Montyn is een boek dat  handelt over de onrust die iemand in zijn jeugd heeft en die na vele jaren toch naar de rust van een regelmatig bestaan verlangt. Ook wordt duidelijk wat een oorlog met iemand kan doen. Jan ziet het gevaar als tegenstelling tot het kleinburgerlijke van zijn vroegere bestaan en vecht juist daarom in de oorlog, bijvoorbeeld in Korea en Vietnam mee. Mede door zijn rusteloosheid en zijn ervaringen in de oorlogen krijgt hij identiteitsproblemen en gaat een dubbelleven leiden. Ook is Montyn een boek over de drang om te overleven (Jan is heel wat keren bijna omgekomen) en het geluk dat een belangrijke rol in zijn leven speelt.

Taalgebruik:

Het taalgebruik is eenvoudig, zonder al te veel dure woorden. Daarom leest het boek weg als een jongensboek. Met eenvoudige woorden kan de schrijver toch de gedachten van Jan Montyn goed onder woorden brengen.

Opdracht:

“Dit boek werd geschreven aan de hand van de vraaggesprekken die gehouden werden tussen november 1979 en juni 1982. Namen van nog levende personen werden, waar nodig, veranderd en in de beschrijving werd herkenbaarheid vermeden. “

Vertelsituatie:

Er is sprake van een ik-vertelsituatie. Het verhaal wordt door Jan Montyn, die de hoofdrol speelt in het verhaal, verteld. Het is een ooggetuigeverslag van wat Jan Montyn beleefd heeft, opgeschreven volgens de feiten. De lezer beleeft zo de onrust in de geest van Jan Montyn van dichtbij mee.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bevat 6 hoofdstukken, die weer zijn onderverdeeld in afzonderlijk hoofdstukjes. Die hoofdstukjes worden gekenmerkt, door de overgebleven ruimte op de laatste pagina van het vorige hoofdstuk wit te laten en de hoofdstukjes een eigen titel te geven. Een nieuw deel van Jan Montyns leven wordt door een extra witte pagina aangeduid.

Eigen mening:

….