De Arbeiderspers, Amsterdam (1978)

Titelverklaring:

Als de moeder van Maarten, de hoofdpersoon, op sterven ligt, ziet hij buiten een vlucht regenwulpen voorbijvliegen. Maarten is gefascineerd door vogels en omdat regenwulpen zeldzaam zijn, vallen ze hem ook op dat moment op. De dood van Maartens moeder is een belangrijke gebeurtenis in zijn leven en hij weet nog precies wat er tijdens haar sterven gebeurde: er kwam een vlucht regenwulpen voorbij.

De auteur:

Maarten ’t Hart wordt geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Na de lagere school gaat hij naar de HBS en vervolgens studeert hij biologie in Leiden. Na het afronden van zijn studie krijgt hij een baan als etholoog aan de Leidse universiteit. In 1971 debuteert hij onder het pseudoniem Martin Hart met de roman Stenen voor een ransuil. In 1973 schrijft hij Ik had een wapenbroeder. In 1975 krijgt hij de Multatuliprijs voor zijn roman Het vrome volk. In 1978 volgt Een vlucht regenwulpen dat werd verfilmd in 1981. De aanleiding tot het schrijven van De kroongetuige (1982) stamt uit Maartens studententijd. Enkele medestudenten maakten een film getiteld ‘Moord in het museum’. De opnamen werden gemaakt in het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie (Leiden), waarover het gerucht ging dat er een lijk in een pot alcohol verborgen zou zijn geweest. Over dit gegeven besloot Maarten ooit een boek te schrijven. Maartens werk kenmerkt zich door autobiografische elementen. De gebeurtenissen spelen zich vaak af in een streng godsdienstig milieu, waaraan de hoofdfiguur moeilijk kan ontsnappen. Ook het thema ‘anders zijn’ (met name door homoseksualiteit) komt in veel van zijn romans en proza naar voren.

Overige werken:

Mammoet op zondag (1977), Laatste zomernacht (1977), De droomkoningin (1980), De ortolaan (boekenweekgeschenk in 1984), Het woeden der gehele wereld (1993), De nakomer (1996).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Een vlucht regenwulpen is een psychologische roman. De hoofdpersoon lijdt aan dwanggedachten en hij kan geen normaal contact met vrouwen en meisjes onderhouden. Tijdens het lezen wordt duidelijk hoe dit komt en hoe dit met de beschermde jeugd te maken heeft.

Samenvatting:

Maarten is hoogleraar biologie en dertig jaar, als hij op de trouwerij van zijn vriend Jacob voor het eerst van zijn leven een afspraakje met een meisje maakt. Het meisje blijkt de jongere zus van Martha te zijn, de onbereikbare liefde uit Maartens middelbare schooltijd. Maarten blikt terug op zijn jeugd om te onderzoeken hoe het komt dat hij nooit een fatsoenlijk contact met een meisje heeft kunnen leggen. Maarten is het enige kind van zijn streng gereformeerde ouders. Zij hebben op een boerderij ver van het dorp gewoond en veel contact met de buitenwereld was er niet. Ook op school heeft Maarten geen contact met de andere kinderen, niet op de lagere school en ook niet op de middelbare school. In die tijd was hij verliefd op Martha, maar hij durfde en kon haar niet voor verkering vragen. Terwijl Maarten terugblikt, moet hij naar een congres in Bern. Daar ontmoet hij collega’s met wie hij optrekt en die hem even van zijn mijmeringen verlossen.

Tijd en tijdvolgorde:

De vertelde tijd van het verhaal is een jaar of vijfentwintig: vanaf de vroegste herinneringen tot Maarten dertig is. Een vlucht regenwulpen wordt niet chronologisch verteld, maar springt heen en weer tussen verleden en heden, zonder tijdverdichting. Er zijn zoveel flash-backs, dat er bijna sprake is van verschillende tijdlagen. De tijd die zich afspeelt in het heden is ongeveer twee weken.

Plaats/ruimte:

De jeugd van Maarten speelt zich af op de boerderij in de omgeving van Delft en op school. Later zien we Maarten in zijn laboratorium in Leiden en in Bern, in Zwitserland.

Karakterbeschrijving- en ontwikkeling / onderlinge relaties:

Maarten:

Maarten is een eenzame man van dertig jaar. Hij is hoogleraar celbiologie en zijn werk is het enige waar hij zich mee bezighoudt. Een sociaal leven heeft hij niet en dat komt onder andere door zijn fobieën: pleinvrees en dwanggedachten over de dood. We leren Maarten kennen als een eenzaam kind dat erg naar zijn moeder trok, hij was eigenlijk verliefd op zijn moeder. Op de middelbare school ontmoet Maarten Martha, op wie hij vreselijk verliefd raakt. Hij durft echter geen contact met haar te leggen en een relatie zit er dus niet in. Zowel zijn moeder als de onbereikbare Martha blijven het leven van Maarten beheersen: iedere vrouw die hij ziet, brengt hij in relatie met een van die twee. Hij is een rond karakter.

Moeder:

De moeder van Maarten is dol op hem, ze zorgt voor hem en geeft hem veel aandacht. Zij is een rond karakter.

Vader:

De vader van Maarten is tuinder, zoals ook zijn vader tuinder was. Hij is een zwijgzame godvruchtige man die het liefst zou zien dat zijn zoon ook tuinder zou worden. Hij is een type (de strenge, zwijgzame vader)

Martha:

Martha is de onbereikbare liefde van Maarten: zij is de ideale vrouw. Zij is een vlak karakter.

Adrienne en Ernst:

Zij zijn collega’s van Maarten die hij bij een congres in Bern tegenkomt. Maarten vindt Adrienne erg leuk, hij wordt zelfs een beetje verliefd op haar. Zij is echter meer geďnteresseerd in Ernst.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

...

Thematiek:

Eenzaamheid:

Maarten is van kinds af aan een eenzaam kind. Echte vrienden heeft hij nooit gehad, laat staan een vriendin. Aan de ene kant wil Maarten deze eenzaamheid doorbreken om een ‘normaal’ leven te leiden, maar aan de andere kant koestert hij zijn eenzaamheid: hij is niet anders gewend en in zijn eenzame wereldje is hij heer en meester. Ook het geloof kan hem niet uit zijn eenzaamheid verlossen. Zoals Maarten zelf zegt is, hij ‘ongelovig geworden’.

Motto:

Zondag 10

Vraag 27: Wat verstaat gij door de voorzienigheid Gods?

Antw. De almachtige en alomtegenwoordige kracht Gods, door welke Hij hemel en aarde, mitsgaders alle schepselen, gelijk als met zijn hand nog onderhoudt, en alzo regeert, dat loof en gras, regen en droogte, vruchtbare en onvruchtbare jaren, spijze en drank, gezondheid en krankheid, rijkdom en armoede, en alle dingen, niet bij geval, maar van zijn vaderlijke hand ons toekomen.

Dit citaat uit de Heidelbergse catechismus geeft aan dat het leven door God wordt geregeerd. Dus ook Maartens eenzaamheid en zijn onbereikbare liefde zijn niet toevallig zo gekomen, maar zijn voortgekomen uit Gods wil.

Taalgebruik:

Maarten ’t Hart heeft een beschrijvende stijl: de omgeving wordt vrij precies weergegeven, inclusief planten en dieren. De dialogen komen ook natuurgetrouw over. Daarnaast maakt hij veel gebruik van bijbelcitaten en andere verwijzingen naar de bijbel. Zo schrijft hij over een brandende kachel dat het vuur ‘de Heilige Geest in de kachel’ is en een weiland wordt vergeleken met de ‘grazige weiden’ uit psalm 23.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie

Hoofdpersoon Maarten vertelt in de ik-vorm over zijn jeugd en hij probeert een verklaring te zoeken voor zijn tegenwoordige gedrag. Ik-vertelsituatie.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Een vlucht regenwulpen heeft 23 hoofdstukken die ongenummerd zijn, maar wel allemaal een titel hebben. Het boek eindigt met: Leiden, voorjaar en zomer 1971.