Doeschka Meijsing Ė Robinson

Querido, Amsterdam, (1976)

Titelverklaring:

Robinson is de naam van de hoofdpersoon.

De auteur:

Doeschka Meijsing, geboren te Eindhovenop 21 oktober 1947,is de zus van schrijver Geerten Meijsing (die ook publiceerde onder het pseudoniem Joyce & Co.). Ze heeft in Amsterdam Nederlands en literatuurwetenschappen gestudeerd en is onder meer redactrice van de boekenbijlage van Vrij Nederland geweest. Tegenwoordig geniet ze toch vooral bekendheid als schrijfster.

Ander werk:

Sinds 1974 (het jaar van haar debuut De hanen en andere verhalen) heeft ze onder andere geschreven: De kat achterna (1977), Beer en Jager (1987), Beste vriend (1994) en De weg naar Caviano (1996).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur: Meijsing behoort tot de zogeheten Revisor-auteurs. Deze schrijvers besteden een grote aandacht aan de vorm van een verhaal: het moet heel helder en goed gestructureerd zijn. Deze stroming wordt ook wel het academisme genoemd.

Genre:

Robinson kan een ontwikkelingsroman (Bildungsroman) genoemd worden: Robinson leert zichzelf en haar plaats in de wereld kennen. Ze komt er gedurende het verhaal achter dat zij eigenlijk overal buiten staat.

Samenvatting:

Robinson is een zeventienjarige middelbare scholier die onlangs verhuisd is van de hoofdstad naar een kleinere stad. Haar vader is kapitein op een schip, zodat zij hem weinig ziet. Op haar nieuwe school komt Robinson in contact met DaniŽl Bierwolf, het neefje van de rector. DaniŽl schijnt nogal een onruststoker te zijn en daarom hebben zowel de rector als Robinsons moeder problemen met de vriendschap tussen Robinson en DaniŽl.

Veel vrienden heeft Robinson niet, wel bewondert zij haar lerares Duits: Johanna Freida. Freida heeft zo haar eigen pedagogische methode en dat botst nogal met de rector. Robinson bewondert ook haar vader, maar als deze thuiskomst merkt zij dat het huwelijk tussen haar ouders niets meer voorstelt. Wanneer DaniŽl Robinson vertelt, nadat hij met haar naar bed is gegaan, dat haar vader en Johanna Freida een verhouding hebben, weet Robinson dat ze van haar vader en Freida niet veel meer hoeft te verwachten.

Op school gaat het steeds slechter met Robinson: ze voelt zich overal buitengesloten en ze kan zich nergens meer toe zetten. In de zomervakantie moet ze studeren in de bibliotheek, maar veel vrolijker wordt ze daar niet van. De relatie tussen haar vader en Freida is inmiddels bij iedereen bekend en Robinson weet dat niets meer hetzelfde zal zijn zoals het was. Tegen het einde van de middag in de bibliotheek hoort Robinson muziek. De muziek verwijdert zich van haar Ďin een richting die ook zij zo graag was gegaan.í

Tijd en tijdvolgorde:

De vertelde tijd is ťťn jaar. Welk jaar is niet bekend, maar het is waarschijnlijk dat Robinson zich in de jaren zeventig afspeelt. Het verhaal is chronologisch opgebouwd. De roman eindigt met 31 december 1975.

Plaats/ruimte:

De stad waar het verhaal zich afspeelt, wordt niet genoemd: het ligt in de provincie vlakbij de zee. Het zou Haarlem kunnen zijn: dit is een stad die Meijsing goed kent, omdat ze er gewoond heeft. Ruimtes binnen de stad zijn: Robinsons kamer en haar school. Robinson vergelijkt deze school met een aquarium: alles, wat zich binnen de muren van de school afspeelt, is zichtbaar.

Karakterbeschrijving- en ontwikkeling:

Robinson:

Het belangrijkste personage in het boek is Robinson. Ze is een zeventienjarig meisje dat zich om alles druk maakt. Zo denkt ze dat haar ouders liever een zoon hadden gehad, ze voelt zich schuldig vanwege haar bemoeizuchtige moeder en ze denkt dat ze schuld heeft aan de relatie tussen haar vader en de lerares Duits. Ook haar vriendschap met DaniŽl komt niet echt van de grond en Robinson voelt zich ook daaraan schuldig. Door al deze schuldgevoelens voelt Robinson zich niet gelukkig. Zij is een rond karakter.

Robinsons moeder:

De moeder van Robinson is een knappe vrouw. Ze houdt niet meer van haar man, maar ze blijft toch bij hem. Het lukt haar niet om een goed contact te leggen met haar dochter. Zij is een vlak karakter.

Robinsons vader:

Robinsons vader is haar grote held: hij vaart als kapitein op een schip en Robinson stelt hem

zich voor als een piraat. Haar vader, eigenlijk een rustige man, beleeft in de fantasie van Robinson allerlei avonturen. Hij is een vlak karakter.

DaniŽl Bierwolf:

DaniŽl is Robinsons vriend, maar tegelijk is het een lastige jongen die over dingen wil praten waar Robinson totaal niet in geÔnteresseerd is. DaniŽl vindt zichzelf heel wat: hij is een groot filosoof en hij denkt dat hij andere mensen heel snel doorheeft. Robinson begint een steeds grotere hekel aan hem te krijgen en hoopt op het laatst dat ze hem nooit meer zal zien. Hij is een rond karakter.

Johanna Freida:

Freida is lerares Duits en aanvankelijk de favoriete leraar van Robinson. Deze favorietenrol verspeelt zij door een verhouding met Robinsons vader te beginnen. Deze verhouding is er overigens ook de oorzaak van dat zij haar baan kwijtraakt. Zij is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

DaniŽl Bierwolf:

Het vriendje van Robinson en neefje van de rector.

Johanna Freida:

Lerares Duits van Robinson en minnares van haar vader.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Ö.

Thematiek:

Eenzaamheid:

Het belangrijkste thema van Robinson is eenzaamheid. Ze voelt zich vaak eenzaam, haar naam Robinson verwijst naar Robinson CrusoŽ en ze voelt zich ook alsof ze op een onbewoond eiland zit. Robinson hoopt dat iemand haar van haar eiland komt verlossen. Haar vader bijvoorbeeld. Door hem te idealiseren, krijgt ze een verkeerd beeld van hem, zodat hij tegenvalt als hij thuiskomt. Ook van Johanna Freida heeft Robinson hooggespannen verwachtingen: deze lerares Duits heeft zo haar eigen ideeŽn en dat vindt Robinson heel spannend. Freida lost de verwachtingen niet in en moet zelfs de school, en daarmee het leven, van Robinson verlaten. DaniŽl Bierwolf leek Robinson een interessante jongen, maar hij heeft alleen maar praatjes en stelt eigenlijk niets voor. DaniŽl kan Robinson niet verlossen van de eenzaamheid.