Betje Wolff en Aagje Deken – Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart

E. Bekker, wed. Ds. Wolff en A. Deken, Beverwijk (1782)

Titelverklaring:

De brieven zijn geschreven door of gericht aan Sara Burgerhart en beschrijven een periode in haar leven.

De auteurs:

Elizabeth (Betje) Wolff-Bekker wordt geboren op 24 juli 1738 in Vlissingen en overlijdt op 5 november 1804 te ’s Gravenhage. Betje wordt geboren in een welvarend koopmansgezin. Na een kort liefdesavontuur met Mattheus Gargon in 1755, trouwt ze in 1759 met de dan 52-jarige predikant Adriaan Wolff uit Beemster. In 1763 debuteert ze met haar eerste verzenbundel Bespiegelingen over het genoegen, waarin ook Brieven over den weg tot het waar genoegen is opgenomen. Naast haar verzen schrijft ze ook bijdragen voor het spectatoriale tijdschrift De Gryzaard (1767 – 1769). Ze raakt bevriend met ds. Cornelis Loosjes, oprichter van het tijdschrift Vaderlandsche letteroefeningen.

Agatha (Aagje) Deken wordt geboren op 10 december 1741 in Amstelveen en overlijdt op 14 november 1804 in ’s Gravenhage. Al op jonge leeftijd raakt Aagje haar ouders kwijt. Ze wordt opgevoed in het weeshuis van de Collegianten in Amsterdam en gaat werken voor de familie Bosch. Ze raakt bevriend met het ziekelijke dochtertje, Maria Bosch. Met haar schrijft ze in 1775 de dichtbundel Stichtelijke gedichten.

Het begin van de briefwisseling tussen Betje en Aagje dateert van 1776. Aagje en Betje worden hartsvriendinnen. Als ds. Wolff in 1777 overlijdt, verbreekt Betje haar lidmaatschap van de Nederlands Hervormde Kerk en trekt Aagje bij haar in. In 1778 verhuizen ze naar De Rijp.

Samen publiceren ze Brieven over verscheidene onderwerpen (2 delen, 1780-1781) en Economische liedjes (3 delen, 1780-1790). In 1782, als Betje en Aagje zich vestigen op ‘Lommerlust’ in Beverwijk, verschijnt het werk dat beiden blijvende roem bezorgt: Historie van mejuffrouw Sara Burgerhart (niet vertaald)

Ander werk:

Brieven van Abraham Blankaart (1787-1789, 3 delen), Wandelingen door Bourgogne (1789), Mejuffrouw Cornelia Wildschut, of De gevolgen van de opvoeding (1793-1789, 6 delen), Geschrift eener bejaarde vrouw (1802, onvoltooid).

Literaire stroming:

De Verlichting.

Genre:

Brievenroman.

Samenvatting:

Sara Burgerhart is een bijna twintigjarige wees, die onder voogdij van Abraham Blankaart en haar tante Suzanne Hofland staat. Ze is in de kost bij haar tante, maar heeft het daar niet naar haar zin. Ze besluit weg te lopen en komt uiteindelijk in pension bij de weduwe Spilgoed-Buigzaam. Samen met Sara wonen ook Letje Brunier (Sara’s jeugdvriendin), Cornelia Hartog en Charlotte Rien-du-Tout in het pension. Sara ontvangt duizend gulden van haar voogd en gaat regelmatig uit.

Diverse mannen vragen Sara ten huwelijk, maar Sara blijft de vrijheid trouw. Pas als ze bijna wordt aangerand door de losbol R., komt ze tot inkeer. Sara ziet in dat ze liefde voor Hendrik heeft en beseft dat ze de verkeerde weg heeft gekozen. Samen besluiten ze te gaan trouwen. De vader van Hendrik heeft echter bezwaar tegen het huwelijk tussen de Lutherse Hendrik en de gereformeerde Sara. Cornelia Hartog, die ook een oogje op Hendrik heeft, schrijft Sara vervolgens een lasterlijke, anonieme brief. Met hulp van Abraham Blankaart en dominee Everard Redelijk wordt uiteindelijk toch toestemming voor het huwelijk verkregen.

In de narede trouwen er nog meer meisjes. Anna Willis trouwt met ds. Smit, Aletta Brunier trouwt met Willem Willis en Adriana Nijverhart met Cornelis Edeling. De anderen vergaat het minder goed. Tante Hofland wordt beroofd door broeder Benjamin en Cornelia Slimpslamp en Cornelia Hartog gaat samenwonen met freule Van Kwastama. Sara en Hendrik hebben een gelukkig huwelijk en krijgen samen vijf kinderen.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal speelt zich af in het derde kwart van de 18e eeuw (de tijd waarin beide auteurs leven). In de brieven wordt een periode van ongeveer zes jaar beschreven. Tussen de laatste brief en de narede zit een tijdsprong van zes jaar.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich onder andere af in Amsterdam.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Sara Burgerhart:

Sara is in rijkdom opgevoed, maar wordt op haar zeventiende wees. Ze is ontwikkeld, geestig, belezen, charmant en ‘onkerkelijk vroom’. Uit de narede blijkt dat ze een uitstekend moeder is. Ze is een rond karakter.

De meeste namen van de overige typen zijn zogenaamde ‘speaking names’ en weerspiegelen het karakter van de persoon. Initiaalnamen komen ook voor (de losbol R. en zijn vriend G.).

Onderlinge relaties:

De overige personages zijn gegroepeerd rond Sara. De ‘verdraagzamen’ (o.a. Ds. E. Redelijk), de ‘fijnen’ (Benjamin, Brecht, C. Slimpslamp, S. Hofland), de ‘savantes’ (C. Hartog, freule Van Kwastama), de ‘losbollen’ (heer R. en Jan G.), de ‘verstandigen’ (o.a. wed. Spilgoed-Buigzaam), de ‘vromen’ (o.a. S. Doorzicht), de ‘onbeduidenden’ (Ch. Rien-du-Tout, P. Degelijk) en de vrienden en vriendinnen (W. Willis, J. Brunier, H. Edeling, A. Willis, A. Brunier).

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

Het deugdzaam leven staat centraal in het boek. De ratio (het verstand) wordt gezien als middel om de mens zedelijk te verheffen.

Motto:

Een zesregelig gedichtje gaat als motto aan het verhaal vooraf.

Taalgebruik:

Het taalgebruik wisselt, afhankelijk van de schrijver van de brief.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

De ervaringen van Sara Burgerhart worden beschreven en becommentarieerd in 175 brieven (44 van en 35 aan Sara). Er kan gesproken worden van een alwetende verteller aangezien de schrijfsters alle brieven hebben geschreven en dus alles al weten.

Perspectief:

Het verhaal wordt verteld in brieven met een wisselende afzender en daarmee wisselend perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit 175 brieven, waarvan er 44 aan Sara gericht zijn en er 35 door haar zijn geschreven. De brievenvorm leidt tot een groot aantal herhalingen, maar laat de gebeurtenissen vanuit meerdere standpunten zien. In de tweede druk is er een voorrede aan het boek toegevoegd. In deze voorrede worden de Nederlandsche Juffers voor de gevaren voor jonge meisjes gewaarschuwd.

Eigen mening: