Willem Frederik Hermans - Nooit meer slapen

De Bezige Bij, Amsterdam (1966)

Titelverklaring:

De titel van deze roman verwijst naar de “eeuwige slaap” (de dood) van Arne, maar ook naar de waakzaamheid van Alfred en zijn onvermogen om andere mensen te vertrouwen.

De auteur:

W.F. Hermans wordt op 1 september 1921 in Amsterdam geboren te Utrecht. Hij studeert fysische geografie aan de Gemeentelijke Universiteit van Amsterdam en wordt in 1958 aangesteld als lector aan de Rijksuniversiteit van Groningen. In 1973 neemt hij ontslag en vestigt zich als fulltime schrijver in Parijs. De laatste jaren van zijn leven woont hij in Brussel en sterft op 27 april 1995.

 

Hij debuteert met poëzie. Daarna volgen recensies, essays en verhalen. In 1947 verschijnt zijn romandebuut Conserve. Op zijn naam staat een zeer omvangrijk oeuvre in alle mogelijke genres. Sommige van zijn boeken zijn verfilmd en een aantal is vertaald in bijv. het Zweeds, Engels en Duits. Het grondthema in Hermans’ werk is zijn wereld- en literatuurbeschouwing, volgens welke de werkelijkheid een chaos is. Binnen deze chaos probeert de mens tevergeefs waarheid, identiteit, orde en zin te ontdekken. Vanwege de kritische manier waarop hij aan deze ideeën vorm geeft, groeit hij uit tot een controversiële figuur. Er wordt hem wegens anti-katholieke passages in de roman Ik heb altijd gelijk (1951) een proces aangedaan - dat hij overigens gewonnen heeft. Hermans’ perfectionisme met betrekking tot zijn werk leidt ertoe, dat er bij herdrukken vaak belangrijke correcties worden aangebracht.

 

Onder het pseudoniem Age Bijkaart publiceert hij vanaf ’74 opstellen in Het Parool, later gebundeld in Boze brieven van Bijkaart (1977).  In 1977 aanvaardt hij de Grote Prijs der Nederlandse Letteren, nadat hij eerder andere literaire prijzen, o.a. P.C. Hooftprijs, geweigerd heeft. Hermans’ werk wordt onder meer beïnvloed door Multatuli, Kafka, Bordewijk en L. Wittgenstein, van wie hij ook werken vertaalt. In 1993 schrijft hij het Boekenweekgeschenk In de mist van het schimmenrijk.

Een korte selectie uit zijn oeuvre:

Poëzie: Kussen door een rag van woorden (debuut), Overgebleven gedichten (1968);

Romans: De tranen der Acacia’s (1949), Nooit meer slapen (1966), Ruisend gruis (1995, postuum verschenen);

Novellen, verhalen: Het behouden huis (1952), De laatste roker (1991).

Ook schreef hij studies en essays, dramatische werken en wetenschappelijk werk.

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Nooit meer slapen is een licht ironische, psychologische roman, met invloeden uit het naturalisme en het existentialisme.

Samenvatting:

De hoofdpersoon, Alfred Issendorf, is 25 jaar oud, geoloog  en gaat op expeditie met zijn Noorse vriend Arne en twee andere Noorse geologen. De expeditie gaat door Finnmarken in het uiterste noorden van Noorwegen.

Alfred wil een stelling van zijn hoogleraar bewijzen en hoopt op deze manier beroemd te worden. Hij wil namelijk zijn vader rehabiliteren, die bij een expeditie van biologen verongelukt is.

De hypothese gaat over het ontstaan van grote ronde gaten in de aardbodem, die ontstaan zijn door de inslag van meteorieten. Hij heeft luchtfoto’s van het betreffende gebied nodig en hoopt deze van de Noorse professor Ornulf Nummedal te krijgen. Deze man is een collega en rivaal van Sibbelee. Sibbelee heeft Alfred per brief bij Nummedal geïntroduceerd, die zijn medewerking  heeft toegezegd.

 Bij aankomst van Alfred in Oslo zegt Nummedal dat de luchtfoto’s niet op zijn instituut aanwezig zijn. Hij verwijst Alfred naar de geologische dienst in Drontheim, maar ook daar blijken ze onvindbaar. Zonder luchtfoto’s gaat Alfred nu met Arne, Mikkelsen en Qvigstad op weg. Door gebrek aan training kan hij ondanks uiterste krachtsinspanningen nauwelijks meekomen. De tocht wordt een ware marteling voor hem, ook al omdat hij ‘s nachts geen oog dichtdoet. Onderweg ontdekt hij, dat Mikkelsen de luchtfoto’s die hij mist, in zijn bezit heeft. Nu verdenkt hij Nummedal ervan Mikkelsen en Qvigstad te hebben uitgezonden om hem voor te zijn. Hij mag van Mikkelsen de luchtfoto’s bestuderen, maar er blijkt niets op te staan dat Sibbelee’s theorie kan ondersteunen. Nu ziet Alfred in dat hij ten onrechte vertrouwen in Sibbelee heeft gehad en dat hij de luchtfoto’s voordat hij naar Noorwegen afreisde, had moeten bestuderen.

Qvigstad en Mikkelsen gaan nu op eigen gelegenheid verder. Later raakt Alfred door een vergissing van zijn kant ook Arne kwijt. Dagen later vindt hij hem terug, gedood door een val van een rots. Alfred geeft nu zijn pogingen op en keert terug. Onderweg ziet hij een lichtschijnsel en hoort een harde klap. In het vliegtuig naar Nederland leest hij in een krant, dat er waarschijnlijk een meteoriet ingeslagen is. Thuis krijgt hij van zijn moeder een stel manchetknopen, gemaakt van een doorgezaagd meteorietsteentje, dat zijn vader hem voor zijn zevende verjaardag cadeau had willen geven. Alfreds moeder had het hem bij zijn promotie willen geven, maar dat gaat nu niet door.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal begint op 15 juni en eindigt in september van een zomer in de jaren zestig. Voor het grootste deel verloopt de tijd chronologisch, met enkele flash-backs naar Alfreds jeugd.

Plaats/ruimte:

Het grootste gedeelte van het verhaal speelt zich af in het uiterste noorden van Noorwegen

(in Finnmarken) en gedeeltelijk ook in Nederland.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

Alfred Issendorf  is de hoofdpersoon. Hij heeft last van faalangst, is sceptisch, eerzuchtig en onhandig. Hij wil zich losmaken van de herinnering aan zijn vader. Voor zijn moeder begint hij aan een studie geologie om carrière te maken en om zo zijn verongelukte vader te rehabiliteren. Na zijn mislukte expeditie erkent Alfred dat hij eigenlijk niet geschikt is voor zijn vak. De reis heeft hem wat dat betreft veranderd. Hij is een rond karakter.

Arne, Alfreds vriend is ook onderzoeker. Hij is intelligent en heeft een praktische instelling. Hij doet die dingen, die Alfred graag zou willen doen met een grote vanzelfsprekendheid. Hij is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

Brandel:

Dit is Alfreds studievriend, die aan een Himalaya-expeditie deelneemt.

Professor Nummedal:

Van hem probeert Alfred luchtfoto’s te krijgen.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

…..

Thematiek:

Het centrale thema in dit boek is de zoektocht van de mens naar zekerheid en orde in de chaotische wereld (de mens staat als nietig wezen centraal). Andere thema’s die in dit boek een belangrijke rol spelen, zijn: de expeditie (het reismotief), mislukkingen en toeval, gebrek aan communicatie en slapen (als symbool van levenskracht en dood).

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik op zich is niet zo moeilijk in dit boek. De moeilijkheid zit hem in de diepere betekenis achter het verhaal. Nooit meer slapen heeft verschillende lagen en het is niet altijd even makkelijk om zinnen te lezen die eigenlijk heel iets anders betekenen dan dat jij als lezer denkt dat ze betekenen.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Het verhaal wordt door de ogen van Alfred verteld; er is hier dus sprake van een ik-vertelsituatie.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit 47 genummerde hoofdstukken en heeft de vorm van een reisverslag. Het verhaal wordt in vijf etappes verteld.

1. De reis naar Oslo en de voorbereidingen voor de expeditie

2. De ontmoeting met Arne en de reis naar onder andere Trontheim en de berg Vuorje

3. De expeditie van Alfred, Arne, Qvigstad en Mikkelsen

4. Het vervolg van de expeditie van Alfred en Arne en

5. Alfreds terugkeer naar Nederland.

Eigen mening:

….