Rudi van Dantzig – Voor een verloren soldaat

Singel Pockets, Amsterdam (1986)

Titelverklaring:

De hoofdrolspeler, Jeroen, ontmoet aan het eind van de Tweede Wereldoorlog een Amerikaanse soldaat, Wolt, waarmee hij zijn eerste homoseksuele ervaringen heeft. Plotseling zijn de Amerikanen, inclusief Wolt, met de noorderzon vertrokken en ook na zoektochten blijft Wolt voor Jeroen een verloren soldaat.

De auteur:

Rudi van Dantzig wordt geboren in 1933 in Amsterdam. Voordat hij in 1971 artistiek leider van het Nationaal Ballet wordt, danst hij zelf. Hij maakt vele balletstukken, zowel op nationaal als op internationaal niveau. Zijn eerste choreografie maakt hij in 1955: Nachteiland. Andere werken: Monument voor een gestorven jongen (1965); Vier letzte Lieder (1977); Het zwanenmeer (1988) en Aartsengelen slachten de hemel rood (1990). Vele buitenlandse dansgroepen voeren zijn werk uit en hij werkt samen met Rudolf Nureyev. Voor hem maakt hij balletten als Touwen van de tijd (1970) en About a dark house (1978). Zijn debuutroman Voor een verloren soldaat is autobiografisch: op elfjarige leeftijd logeerde Dantzig bij de familie Visser in Laaxum. Daar ontdekte hij zijn homoseksualiteit.

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Voor een verloren soldaat is een autobiografische roman.

Samenvatting:

In het vroege najaar van 1944 vertrekt een groep Amsterdamse kinderen naar het Friese platteland. Daar is, in tegenstelling tot de stad, nog voldoende te eten. Ook de elfjarige Jeroen gaat mee in de kleine vrachtauto. Hij komt terecht bij een vissersfamilie in het dorp Laaxum. Hait en Mem hebben zeven kinderen, waarvan er vijf nog thuis wonen. Het leven in het dorp is zeer vreemd voor Jeroen. Hij kan moeilijk wennen aan de taal, het eten, het bidden, de kerkgang en de christelijke school. De enige die hij kent, is zijn buurjongen Jan Hogervorst, die in een nabijgelegen dorp is ondergebracht. Na een zwempartij liggen de twee jongens te drogen op de dijk, als Jan plotseling op hem gaat liggen en zijn erectie laat zien. Jeroen is in verwarring gebracht, maar ervaart ook een vreemd gevoel van intimiteit. Enkele weken later krijgt hij zelf een erectie wanneer hij het been van Jan aanraakt.

Op een dag in het voorjaar is er het nieuws dat de Duitsers gevlucht zijn. Overal in het dorp lopen Amerikaanse soldaten en Jeroen is gefascineerd door de gespierde lichamen van deze mannen. Eén van hen biedt hem een pakje kauwgum aan. Hij stelt zich voor als Wolt en wil heel graag “friends” worden met Jeroen. Ze maken samen een autoritje en bij het uitstappen begint Wolt hem te kussen en te betasten. Jeroen is zeer geschokt en begint te huilen. Thuis wordt hij ziek en ‘s nachts krijgt hij nachtmerries over de ervaringen van die dag. Toch zoekt hij Wolt de volgende dag weer op, terwijl de hele familie naar de kerk is. Opnieuw hebben ze seksueel contact, maar nu is het minder wild. Er volgen meer ontmoetingen en Jeroen is helemaal in de ban van zijn soldaat. Hij is dan ook zeer geschokt als hij hoort dat de Amerikanen het dorp hebben verlaten.

De ervaringen hebben zo’n grote invloed op hem dat Jeroen opeens niet meer naar Amsterdam verlangt. Zijn moeder komt hem ophalen en hij twijfelt of hij in Laaxum zal blijven om op Wolt te wachten. Toch gaat hij met haar mee. Hij voelt zich onwennig in zijn eigen omgeving en blijft zoeken naar zijn soldaat tussen de weinige geallieerden die er nog zijn. Hij is verliefd op Wolt en voelt zich opeens een stuk volwassener. Pas als hij weer naar school moet, stopt hij met zoeken.

In het laatste hoofdstuk is Jeroen vijfendertig jaar ouder geworden. Een groep Canadese oud-strijders komt ter gelegenheid van het zevende lustrum van de bevrijding terug in Amsterdam. Even hoopt Jeroen zijn Wolt terug te zien. De herinneringen aan de laatste oorlogsmaanden en de moeizame tijd daarna komen weer boven. Nadat hij zich op zijn studie en werk heeft gestort, heeft de tijd alle wonden geheeld.

 

Tijd en tijdvolgorde:

De roman is geschreven in chronologische volgorde. De tijd die beschreven wordt, is die tussen 1944 en 1945. Het laatste hoofdstuk speelt in het jaar 1980.

Plaats /ruimte:

Het verhaal speelt zich af in Amsterdam en in Laaxum.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling:

Jeroen:

Jeroen is een jongen die in het begin van het boek elf jaar is. Hij wordt in het vroege najaar van 1944 door zijn ouders naar Friesland gestuurd omdat in Amsterdam de omstandigheden verslechteren. Jeroen was volgens zijn moeder “altijd al een beetje anders, zo’n rare dromer”. Als hij aankomt in het Friese dorpje Laaxum, kan hij moeilijk wennen aan de totaal verschillende omstandigheden. Ook hier voelt hij zich een buitenstaander. Weer terug in Amsterdam zit hij nog steeds in een isolement, hij voelt zich anders door de ontdekking van zijn homoseksualiteit. Zelf zegt hij voortdurend in een “bedrieglijk niemandsland” te leven. Jeroen is een rond karakter. Er wordt verteld hoe hij zijn eerste stappen op weg naar de volwassenheid zet.

De ouders van Jeroen:

Zij sturen hem in het laatste oorlogsjaar met de beste bedoelingen naar Friesland, maar toch voelt hij zich verraden door hen.

Hait en Mem Visser:

Bij hen wordt Jeroen in Friesland ondergebracht. Ze wonen in Laaxum en hun leven staat van de vroege ochtend tot de late avond in het teken van God en Zijn Woord. Ze hebben zeven kinderen.

Wolt:

Hij is een Amerikaanse soldaat met wie Jeroen een kortstondige (liefdes?)verhouding heeft. Hij verschijnt ineens en is ook plotseling weer verdwenen. Wolt is de eerste man op wie Jeroen verliefd wordt.

Jan Hogervorst:

Jan komt ook uit Amsterdam en is ondergebracht in het dorp dicht bij Laaxum. Hij is ongeveer even oud als Jeroen.

Onderlinge relaties:

Hait en Mem Visser zijn de gastouders van Jeroen tijdens zijn verblijf in Laaxum.

Wolt is de Amerikaanse soldaat met wie Jeroen een relatie heeft aan het eind van de oorlog.

Jan Hogervorst is de vroegere buurjongen van Jeroen. Met hem heeft Jeroen zijn eerste homoseksuele ervaring.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

……

Thematiek:

Homoseksualiteit:

Een verloren soldaat vertelt over de homoseksuele ervaringen van een jongen op seksueel gebied en de angst daarvoor.

Motto:

(…) dan vouwen zij de handen,

de disgenoten in het huis.

Van tafelrand tot tafelranden

geschikt tot een onzichtbaar kruis.

(Ida M. Gerhardt)

Dit motto is te verklaren met het feit dat het hele leven van de familie Visser om God en Zijn Woord draait. Jeroen is niet gewend om voor het eten te bidden en uit de bijbel te lezen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik is eenvoudig. De ik-figuur beschrijft veel situaties uitvoerig.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Het verhaal wordt verteld in de ik-vertelsituatie door de hoofdpersoon, Jeroen. Het is geschreven in de tegenwoordige tijd en net als Jeroen, weet de lezer niet wat er nog gebeuren gaat. In het laatste hoofdstuk, dat 35 jaar later speelt, wordt teruggekeken op de gebeurtenissen door de verteller zelf.

Perspectief:

Het verhaal is geschreven in ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

De roman is opgebouwd uit drie grote hoofdstukken, met de titels Hongerwinter, Bevrijding en Vrijheid, blijheid. Deze zijn weer onderverdeeld in genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

…….