Hubert Lampo - De komst van Joachim Stiller
Meulenhoff, Amsterdam (1960)
Titelverklaring:
In de zomer van 1957 wordt aan een aantal mensen de komst van Joachim Stiller geopenbaard. Zij wachten af tot hij komt.

De auteur:
Hubert Lampo wordt op 1 september 1920 in Antwerpen geboren. Hij heeft in zijn leven verschillende banen gehad, hij is onder andere onderwijzer, journalist en hoofdinspecteur van de Openbare Bibliotheken geweest. In het werk van Lampo speelt de (onbeantwoorde) liefde een grote rol, daarnaast wordt de vrouw geïdealiseerd. Dit alles speelt zich vaak af in het schemergebied tussen droom en werkelijkheid. Hierdoor weet de lezer niet wat waar is en wat niet. Lampo is de vinder van het verloren gegane middeleeuwse werk Madoc (van Willem, dezelfde schrijver als die van ‘Van den vos Reynaerde’). Later blijkt het een vervalsing te zijn: Lampo heeft Madoc zelf geschreven. Sinds 1989 is Lampo eredoctor van de universiteit van Grenoble.
Een greep uit zijn werk: Hermione betrapt (1962), De goden moeten hun getal hebben (later herdrukt onder de titel Kasper in de onderwereld) (1969), Een geur van andelhout (1976), De eerste sneeuw van het jaar (1985), De verdwaalde carnavalsvierder (1990) en De wortels der verbeelding (1993).

Literaire stroming:
Moderne Vlaamse literatuur. Hubert Lampo’s werk wordt tot het magisch-realisme gerekend. In het magisch-realisme spelen de psychologische opvattingen van Carl Jung een grote rol. Volgens Jung denkt het collectieve on(der)bewuste in archetypen: oerbeelden. Welke oerbeelden dat zijn, is afhankelijk van de cultuur. In de Westerse cultuur komen we onder andere de volgende archetypen tegen: Orpheus (de liefde is sterker dan de dood), Atlantis (een nieuwe wereld moet ontdekt worden), Parcival (een held is op zoek naar het paradijs), Anima (de ideale vrouw) en de Messias (een verlosser zal ons redden).

Genre:

Psychologische roman.

Samenvatting:
Schrijver en journalist Freek Groenevelt ziet op een dag vier wegwerkers de straat openbreken om deze daarna weer dicht te maken, onverstoorbaar als engelen. Freek besluit om hierover een stukje in de krant te schrijven. Keldermans, de wethouder van openbare werken reageert op het artikel met een brief waarin het voorval wordt ontkend. Een dag later ontvangt Freek een brief uit 1919, waarin de gebeurtenissen over de wegwerkers voorspeld worden. De redactie van het literaire tijdschrift, waarin een lasterlijk stuk over Freek staat, ontvangt ook een brief, van Joachim Stiller. Hierin staat dat Freek een belangrijke opdracht heeft en dat hij niet belasterd mag worden.
In een tweedehands-boekenwinkel ziet Freek een zestiende-eeuws boek over het einde der tijden, geschreven door Joachim Stiller. Simone Marijnissen, een vriendin van Freek, heeft inmiddels een telefoontje van Joachim Stiller gekregen: zij mag Freek niet laten gaan. Zij gehoorzaamt door haar verloving te verbreken. Freek en Simone worden verliefd op elkaar, alsof het door hogerhand bepaald is. Stiller belt Freek op om hem moed in te spreken. Na een aantal dagen vol vreemde gebeurtenissen herinnert Freek zich een Amerikaanse militair die aan het eind van de oorlog door een explosie om het leven is gekomen: majoor Joachim Stiller.
Freek en Keldermans krijgen beiden een brief van Stiller waarin staat dat hij hen op het stationsplein wil ontmoeten. Maar voordat ze Stiller kunnen spreken, wordt hij door een lergertruck overreden. Stiller wordt overgebracht naar het mortuarium. Wanneer Freek drie dagen later een bezoek brengt aan het mortuarium, blijkt het lijk verdwenen te zijn.

Tijd en tijdvolgorde:
De komst van Joachim Stiller begint op 13 juli 1957 en eindigt in het midden van augustus van dat jaar. De vertelde tijd is dus ongeveer een maand. Het verhaal wordt chronologisch verteld.

Plaats/ruimte:
Het verhaal speelt zich af in Antwerpen, op diverse locaties. Een van de belangrijkste hiervan is het antiquariaat van Geert Molijn. Het lijkt of op deze plaats de tijd heeft stilgestaan, het vormt daarom ook een rustpunt in het drukke Antwerpen.

Karakterbeschrijving- en ontwikkeling:
Freek Groenevelt:
Hij is schrijver en journalist. Vanwege zijn journalistieke werk houdt hij van de werkelijkheid: alleen de feiten tellen. Dit geeft hem een nuchtere kijk op het leven. De komst van Joachim Stiller gooit zijn opvattingen over wat waar is door elkaar. De samenhang van de dingen is niet meer zoals hij denkt dat die zou moeten zijn. Aanvankelijk gaat dit gepaard met angst, Freek ziet zijn ondergang al voor zich. Maar na verloop van tijd keert deze angst om in berusting en in een geloof dat alles goed zal komen. Hij is een rond karakter.
Simone Marijnissen:

Ze is lerares wiskunde. Ze is verloofd met iemand die niet gesteld is op het literaire werk van Freek. Na brieven en een telefoontje van Joachim Stiller maakt ze de verloving uit. Ze wordt verliefd op Freek en ze probeert samen met hem het Stiller-mysterie op te lossen. Op het eind van het verhaal is ze zwanger van de baby van Freek. Zij is een rond karakter.
Joachim Stiller:
Het is erg onduidelijk wie Stiller is: is hij een zestiende eeuws-schrijver, een Amerikaanse majoor of nog iemand anders? Stiller is in ieder geval een verlosser die Freek het gevoel geeft dat alles goed komt. Net als Jezus is ook Stiller een Messias die boven de tijd verheven is.

Bij-personen:
Keldermans:
Wethouder van Openbare Werken te Antwerpen.
Geert Molijn:
Boekhandelaar en specialist in occultisme en parapsychologie. Hij helpt Freek bij het oplossen van het Stiller-raadsel.

Geloofwaardigheid van het verhaal:
Ongeloofwaardig: mysterieus.

Thematiek:
Liefde en verlossing zijn de belangrijkste thema’s in De komst van Joachim Stiller. Om tot verlossing te komen, moet eerst een weg van angst overwonnen worden. Liefde, angst en verlossing staan zo dicht bij elkaar, dat ze moeilijk te scheiden zijn. Liefde brengt verlossing (het besef dat alles goed is), maar tegelijkertijd is er de angst dat er geen liefde meer is. Lampo vertelt dat Freek eerst door een dal van angst heen moet, waarin hij wordt bijgestaan door de liefde van Simone Marijnissen, om vervolgens door Joachim Stiller verlost te worden. Zijn leven kan nu, met zijn liefde voor Simone, verder.

Motto:
En zij zeiden tot elkander: Was ons hart niet brandende in ons, terwijl Hij tot ons sprak op den weg en terwijl Hij ons de Schriften opende?

Lucas, XXIV-32

In dit bijbelverhaal komen de Emmaüsgangers Jezus tegen na zijn dood en opstanding. Met Joachim Stiller gebeurt iets soortgelijks: ook hij is drie dagen na zijn dood verdwenen. En ook over Stiller wordt met ‘een brandend hart’ gesproken. Dit doet dus vermoeden dat Stiller een soort van Jezus-figuur is.

Taalgebruik:
Het taalgebruik van Lampo kenmerkt zich door Vlaamse woorden en uitdrukkingen. Daarnaast schrijft Lampo over het algemeen in lange zinnen. Ook gebruikt hij veel bijvoeglijke naamwoorden.

Opdracht:
Geen.

Vertelsituatie:
Freek vertelt in de ik-vorm wat hem overkomen is, alles wat wij te weten komen over Joachim Stiller, weten wij door hem (ik-vertelsituatie).

Perspectief:
Ik-perspectief (achterafvertellende ik)

Verhaalopbouw:
De komst van Joachim Stiller is opgebouwd uit negentien genummerde hoofdstukken die ieder van een titel voorzien zijn. De roman eindigt met: Antwerpen, juni 1958 – februari 1959.

Eigen mening:
...