Heere Heeresma – Een dagje naar het strand

Contact, Amsterdam (1962)

Titelverklaring:

Het boek beschrijft diverse gebeurtenissen die zich afspelen op of in de nabijheid van het Scheveningse strand. Vandaar Een dagje naar het strand.

De auteur:

Simon Heere Heeresma wordt op 9 maart 1932 geboren te Amsterdam. Hij schrijft zijn eerste boek, de dichtbundel Kinderkamer, in 1954. In de periode daarna schrijft hij diverse sterk symbolische verhalen. In 1965 verschijnt Juweeltjes van waterverf, waarmee Heere zijn kenmerkende stijl introduceert. Een stijl die gekenmerkt wordt door een meedogenloos en realistisch proza. Zijn boeken worden bevolkt door figuren die lijken te zijn losgeslagen. Ze bevinden zich in de rol van slachtoffer, maar laten het niet na ook anderen tot slachtoffer te maken. In deze wereld verkeert degene die goed van de tongriem is gesneden in de beste positie.

Heeresma weet in zijn werk de ogenschijnlijke zekerheden te ondermijnen, de ‘problemen’ die de lezer signaleert, zijn in de ogen van de schrijver meestal nogal betrekkelijk. Heeresma gebruikt daarvoor stijlmiddelen als de overdrijving. Het karikaturale en ironische element is vrijwel altijd aanwezig. Dat maakt hem tot een uniek figuur in de Nederlandse literatuur.

Met zijn in 1969 overleden broer, Faber Heeresma, schrijft Heere in 1969 de spionageroman Teneinde in Dublin. Een dagje naar het strand wordt tot tweemaal toe verfilmd. In 1969 door Roman Polanski en in 1984 door Theo van Gogh.

Recent werk:

Han de Wit gaat in ontwikkelingshulp (1972, roman), Zwaarmoedige verhalen voor bij de centrale verwarming (1985, verhalen), Geschoren schaamte: hitsige vertellingen voor gevorderden (1987, verhalen), Sprookjes voor het sterven gaan (1996, verhalen)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur

Genre:

Novelle.

Samenvatting:

Aan het begin van het boek haalt Bernard zijn dochtertje Walijne op bij zijn vrouw Medusa. Medusa is bij de succesvolle reclameman Carl ingetrokken. Bernard minacht Carl, maar is financieel gedeeltelijk afhankelijk van hem. Carl geeft hem geld mee, nu hij met Walijne een dagje uit gaat. Bernard heeft een zeer problematisch karakter en is bovendien aan de drank. Walijne is gehandicapt; ze loopt met haar benen in beugels. Ze doorziet het drankgebruik van Bernard wel, maar is blij dat ze een dagje met hem mee uit mag. Als Bernard haar ophaalt, rommelt hij wat in de spullen van Carl. Hij vindt Carls pistool. Bernard is bang dat Carl het wapen tegen hem zal gebruiken en haalt de kogels eruit. Tussen de bedrijven door ziet hij kans om twee glazen wodka naar binnen te werken.

Eenmaal onderweg met Walijne, ontmoet Bernard de kroegbaas Louis, die nog geld van hem krijgt. Bernard probeert hem met minder geld af te schepen, maar Louis neemt daar geen genoegen mee. Hij geeft Bernard een dreun. Pas als hij is bijgekomen, vervolgt hij zijn tocht met Walijne. Onderweg eten ze in een snackbar. Bernard koopt een grote schelp voor Walijne, waarmee ze dolgelukkig is. Op het strand is Walijne diep onder de indruk van de daar aanwezige vissers. Uiteindelijk eindigen ze bij een terrasje, waar Bernard een paar biertjes drinkt. Bernard krijgt onenigheid met de eigenaresse en haar dochter, die inzien wat voor type hij is. Hij biedt de bazin een kop koffie aan, maar weigert die bij het afrekenen te betalen. Walijne vergeet haar schelp. Bernard weigert die later weer op te halen.

Tijd en tijdsvolgorde:

Hoewel er geen jaartallen genoemd worden, blijkt uit verschillende verwijzingen (bijvoorbeeld de Messerschmidt van Nicolaas) dat het verhaal aan het einde van de jaren vijftig, begin jaren zestig, speelt. Het verhaal beslaat ongeveer tien uur en wordt chronologisch beschreven.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich af in het huis van Carl en Medusa en verder voornamelijk aan het Scheveningse strand.

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling / onderlinge relaties:

Bernard:

Bernard is een man met een problematisch karakter en heeft een drankprobleem. Hij is financieel afhankelijk van Carl. Hij is de vader van Walijne.

Walijne:

Walijne is het gehandicapte dochtertje van Bernard en Medusa. Ondanks het drankprobleem van Bernard, vindt ze het toch leuk met hem op stap te gaan.

Carl:

Carl is de ‘nieuwe’ vriend van Medusa. Hij geeft Bernard geld om het ‘dagje naar het strand’ te kunnen betalen.

Medusa:

Medusa is de ex-vriendin van Bernard, de moeder van Walijne en de vriendin van Carl. Ze woont samen met Walijne in bij Carl.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Het thema is eenzaamheid. Mensen zijn (zelfs met elkaar) niet in staat de eenzaamheid op te heffen.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het taalgebruik in Een dagje naar het strand wordt gekenmerkt door ironie, humor en gematigd sarcasme. Uit het taalgebruik blijkt ook een ruime invloed van de bijbel.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Het perspectief ligt bij Bernard. Alle gebeurtenissen worden door zijn ogen beschreven en zijn gedachten worden weergegeven (hij-perspectief).

Verhaalopbouw:

Het verhaal is opgebouwd uit zeven genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

….