F. Springer Ė Tabee, New York

Querido, Amsterdam (1974)

Titelverklaring:

De hoofdpersoon, Ruud, heeft in Nederlands-IndiŽ een jeugdvriendinnetje gehad, met de repatriŽring zag hij haar voor het laatst. Totdat hij haar jaren later in New York tegenkomt. Omdat Ruud in diplomatieke dienst is, wordt hij onverwacht overgeplaatst naar Afrika. Weer laat hij haar achter, maar nu voorgoed. Tabee is een Indische afscheidsgroet, met ĎTabee, New Yorkí laat Ruud zijn Indische verleden voor altijd achter zich.

De auteur:

F. Springer is het pseudoniem van Carel Jan Schneider (Batavia 15 januari 1932). Het werk van hem bevat veel autobiografische elementen. Omdat Schneider in het dagelijks leven diplomaat is geweest (onder meer in New York, Thailand, Brussel, Iran, Frankrijk, Angola en de DDR, waar hij de laatste Nederlandse ambassadeur was), zijn de meeste personages in de verhalen van Springer ook werkzaam in het buitenland. Springer put uit eigen ervaringen en dat maakt zijn oeuvre goed leesbaar en realistisch.

Ander werk: Bericht uit Hollandia (1962), Bougainville (1981), Quissama (1985), Sterremeer (1990), Teheran, een zwanezang (1991) en Bandoeng-Bandung (1993).

Literaire stroming:

Moderne Nederlands literatuur. Door de vele herinneringen aan Nederlands-IndiŽ van de hoofdpersoon, kan Tabee, New York onder de IndiŽ-literatuur geschaard worden.

Genre:

De psychologische roman.

Samenvatting:

In januari 1965 wordt de ik-figuur, Ruud, de Nederlandse vice-consul in New York. In diezelfde maand wordt hij uitgenodigd om bij een feest van Nusantara aanwezig te zijn: een vereniging van Nederlanders die in IndiŽ gewoond hebben. Daar ontmoet hij zijn jeugdvriendinnetje Dollie, tegenwoordig Dola geheten. Zij blijkt getrouwd te zijn met Menno Spanjer, Ruuds vriend uit IndiŽ. Zij hebben twee kinderen.

Toen Dollie en Ruud elkaar ontmoetten, waren ze elf en het een en ander ging nogal schuchter. Beiden durfden er niet echt voor uit te komen dat Ďzij op elkaar warení. Tegenover zijn vriendjes, onder wie Menno, verklaarde Ruud dat Dollie een magere kip is.

Met Menno gaat het goed: hij is schoenenverkoper en hij nodigt Ruud uit voor een barbecue. Ruud begint een hekel te krijgen aan Menno omdat hij, net als vroeger, een opschepper met een grote mond is.

Ruud en Dollie ontmoeten elkaar nog een keer, op een bal voor Nederlanders in Amerika. Menno is er niet bij. Aan het eind van de avond gaat Dollie mee naar Ruuds appartement. Ze brengen de nacht en ochtend vrijend in bed door. Twee dagen later belt Dollie op: ze vertelt dat Menno ontslagen is en dat hij, op zoek naar werk, vertrokken is naar Los Angeles. Ze komt naar New York en weer brengen ze het grootste deel van de tijd in bed door. Dollie zegt dat ze Ruud nooit vergeten is.

Ruud hoort van zijn baas dat hij naar Nigeria overgeplaatst wordt. Als Dollie en hij dat weekend weer samen zijn, durft hij het haar niet te vertellen. Hij laat haar in de waan dat ze zullen gaan samenwonen. Twee weken later echter zit Ruud in het vliegtuig naar Nigeria, met een enorme spijt dat hij geen afscheid van Dollie heeft genomen.

Tijd en tijdvolgorde:

Tabee, New York kan onderverdeeld worden in twee stukken: het ene deel speelt zich in 1965 in Amerika af en het andere in Nederlands-IndiŽ, van 1941 tot en met 1945. De periode in IndiŽ wordt in flash-backs verteld. De tijd in Amerika beslaat ongeveer een half jaar: van januari tot de snikhete zomer.

Plaats/ruimte:

Het verhaal vindt plaats in New York en in het plaatsje Avery, onder de rook van New York. De flash-backs spelen in Nederlands-IndiŽ.

Karakterbeschrijving- en ontwikkeling:

Ruud:

Ruud, in zijn kinderjaren Rudy genoemd, is halverwege de dertig. Hij is vice-consul en bezig aan een carriŤre in de diplomatieke dienst. Hij is niet bepaald iemand die initiatieven neemt: hij geeft het heft uit handen en ziet dan wel hoe het afloopt. Als jongen durfde hij niet voor zijn liefde voor Dollie uit te komen en in New York durft hij ook geen stappen te nemen om zijn bloedmooie secretaresse te versieren. Hij is een rond karakter.

Dollie:

Tijdens haar jeugd in Nederlands-IndiŽ was ze erg timide (ondanks dat ze in het geheim briefjes aan haar vriendje Rudy durfde te geven), maar later is ze uitgegroeid tot een vastberaden volwassen vrouw, Dola genaamd en getrouwd met Menno. Bij de ontmoeting tussen haar en Ruud neemt zij het initiatief en ze is zelfs bereid om haar gezin voor Ruud in de steek te laten. Zij is een rond karakter.

Menno Spanjer:

In zijn jeugd was hij al een branieschopper met een grote mond en dat is hij gebleven. Hij is getrouwd met Dola, maar het grote geluk is altijd uitgebleven. Ook niet in Amerika, het land van de onbegrensde mogelijkheden lukt het hem niet om fortuin te maken. Hij is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

Rudy en Dollie:

Rudy en Dollie zijn in de jaren veertig in Nederlands-IndiŽ Ďop elkaarí. Later verliezen ze elkaar uit het oog. Twintig jaar later (dan heten ze Ruud en Dola) komen ze elkaar weer tegen en beginnen ze een korte maar heftige relatie.

Rudy en Menno:

Rudy en Menno zijn jeugdvrienden, ze zitten bij elkaar op school en hangen veel samen rond.

Menno en Dola:

Menno en Dola komen elkaar na de oorlog in Nederland tegen, ze worden verliefd en moeten trouwen.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Ö.

Thematiek:

Romantiek van de jeugd(-liefde):

Ruud heeft in zijn jeugd een vriendinnetje, Dollie, gehad waar hij erg verliefd op was. Na twintig jaar komt hij haar weer tegen en weer zijn ze verliefd. Toch is het niet zo romantisch en spannend als het vroeger was. Daar komt bij dat Dollie getrouwd is met Menno, een stoere vriend van vroeger. Menno is echter niet zo stoer meer, maar eerder een loser met een grote mond. De tegenwoordige tijd is ontluisterend als je die met je herinneringen vergelijkt.

Motto:

Geen. Wel kan voorin het boek gelezen worden: De personen door wie de in dit boek aangeduide ambtelijke functies worden bekleed, zijn ontsproten aan de verbeelding van de schrijver. Betekent dit dat de overige personen (die geen ambtelijke functies bekleden) wel echt bestaan (hebben)?

Taalgebruik:

Springer schrijft in gewoon Nederlands: geen ingewikkelde zinsconstructies, maar helder en duidelijk. Zijn stijl heeft een ironische ondertoon: de ik-verteller weet dat hij initiatiefloos is en dat hij geen beslissingen durft te nemen. Daarnaast schetst Springer vooral in de dialogen een goed beeld van Menno: zoín type patser kent iedereen wel.

Opdracht:

Weer voor J.

Vertelsituatie:

Het hele verhaal, inclusief de flash-backs maken we mee via Ruud. Hij treedt als ik-verteller op (ik-vertelsituatie).

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Tabee, New York bestaat uit vijf genummerde hoofdstukken. Het boek eindigt met Dacca, Bangladesh, 1973.

Eigen mening:

Ö.