Harry Mulisch - Twee vrouwen

De Bezige Bij, Amsterdam (1975)

Titelverklaring:

Het boek gaat over twee vrouwen, Laura en Sylvia, die een lesbische verhouding hebben.

De auteur:

Harry Mulisch wordt op 29 juli 1927 geboren in Haarlem. Zijn vader komt uit Oostenrijk-Hongarije (nu Tsjechië) en zijn moeder komt uit Antwerpen. Zijn grootvader van moederszijde was bankdirecteur en zijn vader kon daar een betrekking krijgen. Thuis wordt Duits gesproken maar Harry krijgt een Nederlandse opvoeding. Zijn ouders scheiden in 1939, Harry blijft bij zijn vader en de huishoudster Frieda wonen. Dankzij de nieuwe betrekking van zijn vader blijven Harry en zijn moeder tijdens de oorlog uit handen van de Duitsers. Zijn moeder emigreert naar Amerika en zijn vader wordt na de oorlog gearresteerd, waarna hij drie jaar in een interneringskamp verblijft. Hij overlijdt in 1957. Harry Mulisch gaat in 1958 in Amsterdam wonen. Hij trouwt in 1971 en krijgt twee dochters, Anna en Frieda.

Mulisch debuteert in 1947 met een kort verhaal in ‘Elsevier’. Vanaf 1949 wijdt hij zich geheel aan de ‘schrijverij’. In 1952 komt de roman Archibald Strohalm uit, die met de Reina Prinsen Geerlingsprijs wordt bekroond. Vanaf 1958 is hij redacteur van het tijdschrift ‘Podium’, in 1962 richt hij ‘Randstad’ op en sinds 1965 is hij redacteur van ‘De Gids’. In totaal heeft hij meer dan 50 publicaties gedaan, waaronder romans, autobiografieën, toneelstukken, poëziebundels en studies. Vaak maakt hij gebruik van mythische en magische elementen. Ook houdt hij zich bezig met ‘het raadsel van de tijd’.

Andere werken:

Proza: De versierde mens (1957); Het stenen bruidsbed (1959); Voer voor psychologen (1961); De verteller vertelt (1971); De aanslag (1982); De elementen (1988); De ontdekking van de hemel (1992); Bij gelegenheid (1995) en Vijf fabels (1995). Poëzie: Woorden, woorden, woorden (1973); De taal is een ei (1979). Studies: Soep lepelen met een vork (1975); Mijn getijdenboek (1975). Toneel: De knop, gevolgd door Stan Laurel en Oliver Hardy (1960); Odipous Odipous (1972).

Onderscheidingen:

De Bijenkorf literatuurprijs in 1957, voor Het zwarte licht; in 1957 de Anne Frankprijs; in 1977 de Constantijn Huygensprijs; in 1978 de P.C. Hooftprijs; in 1993 de Multatuliprijs en in 1995 de Prijs der Nederlandse letteren. Op zijn 50e verjaardag wordt hij benoemd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau.

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Liefdesroman.

Samenvatting:

Op een dag in februari ontmoet Laura Tinhuizen de veel jongere Sylvia. Ze voelen zich erg tot elkaar aangetrokken. Voor Laura is dit een geheel nieuwe ervaring: ze heeft net een huwelijk van zeven jaar achter de rug. Dit huwelijk bleef kinderloos. Na hun scheiding kreeg haar ex-man, Alfred, twee kinderen met zijn nieuwe vrouw, Karin. Nu is ze dus voor het eerst verliefd op een vrouw. Sylvia, die al eerder lesbische verhoudingen heeft gehad, gaat bij haar in huis wonen. Sylvia wil hun relatie voor haar ouders verbergen. Daarom zegt ze dat ze samenwoont met een student, Thomas. Wanneer haar moeder onverwacht langskomt, stelt ze Laura voor als haar schoonmoeder.

Laura wil ook niet dat haar moeder over hun relatie hoort. Haar vader is al overleden en haar moeder woont in een verzorgingtehuis in Nice. Als Sylvia mee naar het verzorgingstehuis wil, krijgen ze hun eerste echte ruzie. Laura wil namelijk niet dat Sylvia meegaat. Tijdens het bezoek komt Sylvia opeens toch tevoorschijn. Laura’s moeder begrijpt onmiddellijk wat er aan de hand is en slaat met haar stok naar de jonge vrouw. Laura en Sylvia vluchten weg. Dat was de laatste keer dat ze haar moeder heeft gezien.

Alfred reageert gepikeerd als hij hoort dat zijn ex-vrouw een lesbische relatie heeft. Hij ontmoet het stel na het toneelstuk Orpheus’ vriend. (De geliefde van Orpheus, Eurydike,  wordt hierin door een man gespeeld). Sylvia gaat mee naar het museum waar Laura werkt. Ze verklaart aan Laura dat zij altijd van haar zal blijven houden.

Vlak daarna verslechtert de relatie tussen Laura en Sylvia. Sylvia zegt niets meer en lijkt erg veranderd te zijn. Ze besluiten dat het beter is dat Sylvia een paar dagen naar haar ouders gaat. Ze komt echter na een paar dagen niet terug. Karin belt Laura op met de mededeling dat Alfred samen met Sylvia in een hotelletje zit. Laura wil Sylvia ophalen, maar zij wil niet meekomen. Ze komt nog een keer terug om haar paspoort op te halen. Terwijl Laura steeds magerder wordt van ellende, is Sylvia met Alfred in Londen. Laura wil een brief aan haar moeder schrijven, maar dat lukt haar niet.

Als Sylvia toch bij haar terugkomt, blijkt ze zwanger te zijn. Ze wil Laura het kind brengen, dat ze zo graag wilde hebben. Sylvia had Alfred een briefje geschreven, maar Laura vindt dat de kwestie tussen Sylvia en Alfred eerst uitgepraat moet worden. Ze spreken met Alfred af, dat hij uit Londen bij hen langskomt. Hij wil eerst alleen met Sylvia praten. Laura krijgt op haar werk het bericht dat Sylvia door Alfred doodgeschoten is. Vlak daarna hoort ze dat haar moeder overleden is.

Ze gaat op weg naar Nice. Onderweg krijgt ze aanvallen van duizeligheid en ze besluit even te rusten. Ze kan een kamer bij een oude vrouw in Avignon krijgen. Daar is ze een week. Ze schrijft hier de gebeurtenissen van de afgelopen tijd op. Aan het eind van het boek wordt gesuggereerd dat Laura zelfmoord pleegt.

Tijd en tijdvolgorde:

In het boek lopen twee verhaallijnen naast elkaar. In de week dat Laura in Avignon logeert, schrijft ze over haar liefdesverhouding met Sylvia. Deze geschiedenis is in de verleden tijd geschreven. De vertelde tijd is ongeveer een half jaar (de duur van de relatie). De tweede verhaallijn, die zich afspeelt in Avignon, is in de tegenwoordige tijd geschreven. De vertelde tijd hiervan is iets meer dan een week. In deze verhaallijn zijn enkele flash-backs, waarin Laura terugkijkt op haar jeugd.

Waarschijnlijk speelt het verhaal zich af in de jaren zeventig. In deze periode is het boek uitgegeven.

Plaats /ruimte:

Het verhaal speelt zich voornamelijk af in Amsterdam, de woonplaats van Laura. In de tweede verhaallijn wordt Laura’s reis van Amsterdam naar Avignon beschreven. 

 

Karakterbeschrijving en –ontwikkeling:

Laura Tinhuizen:

Laura is de hoofdpersoon van het verhaal. Zij is 35 en heeft een huwelijk van 7 jaar achter de rug. Ze wordt voor het eerst verliefd op een vrouw. Haar vader, met wie ze een hechte band had, is overleden. Haar moeder woont in een verzorgingstehuis in Nice. Ze bemoeit zich volgens Laura te veel met haar leven, waardoor ze nog steeds het gevoel heeft dat ze niet op eigen benen staat. Om van dit gevoel af te komen, wil ze zelf moeder worden. Ze blijkt echter onvruchtbaar te zijn. Laura komt uit een intellectueel en kunstzinnig milieu en werkt in een museum. Ze is een rond karakter.

Sylvia Nithart:

 Sylvia is 20 jaar. Ze is een raadselachtige persoon, zwijgzaam en uitgekookt. Ze heeft een zeer sterke wil en om haar doel te bereiken kan ze keihard zijn. Ze heeft relaties met zowel mannen als vrouwen gehad. Zelf komt ze erg jongensachtig over. Sylvia is een vlak karakter.

Alfred Boeken:

Alfred is de ex-man van Laura. Hij is hertrouwd met Karin en heeft 2 dochters uit dit huwelijk. Alfred verkeert in dezelfde kringen als Laura. Hij is een vlak karakter.

De moeder van Laura:

De moeder van Laura is een oude dominante vrouw. Ze woont in Nice, waar ze haar laatste dagen doorbrengt. Ze is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Laura krijgt een relatie met Sylvia, die er vandoor gaat met haar ex-man, Alfred. Later blijkt, dat Sylvia dat heeft gedaan om Laura een kind te schenken. Laura heeft geen goede relatie met haar moeder. Deze is het niet eens met Laura’s homoseksualiteit, wat blijkt uit haar agressieve reactie als ze Sylvia ziet. Laura breekt met haar moeder voor een vrouw die bijna haar dochter had kunnen zijn. Zo is ze zelf van het ‘dochter-zijn’ verlost. Wanneer Sylvia met Laura breekt, wil Laura het contact met haar moeder herstellen, maar dat kan ze niet. Uiteindelijk verliest Laura zowel Sylvia als haar moeder.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

…..

Thematiek:

Een dramatisch eindigende liefde:

De liefde tussen de twee vrouwen eindigt met de dood van Sylvia en vermoedelijk met de zelfmoord van Laura.

De vergankelijkheid:

Alles gaat eens voorbij, de mens kan de tijd niet beheersen. Er zijn allerlei zaken, zoals kinderloosheid, schuldgevoelens en de dood, die invloed hebben op het bestaan. Laura ziet de tijd in de vorm van een ei: de gebeurtenissen herhalen zich telkens. In werkelijkheid is de tijd echter een rechte lijn: deze loopt oneindig door. Tijdens de reis naar Frankrijk wordt Laura twee keer ingehaald door dezelfde auto, de tijd herhaalt zich. Uiteindelijk verongelukt de auto.

De Griekse en Egyptische oudheid:

Het verhaal toont overeenkomsten met het toneelstuk Orfeus’ vriend. Dit is een variatie op de mythe van Orfeus en Eurydike. Laura staat voor Orfeus en Sylvia voor Eurydike.

Ook Oedipus speelt een rol in het verhaal. Volgens de mythe doodt Oedipus zijn vader en trouwt hij met zijn moeder. Hij wordt zo in feite zijn eigen vader, waardoor de tijd cirkelvormig wordt.

Motto:

‘…weer doorsidderde mijn hart

Eros, zoals de wind op de bergen in eiken valt.’

Dit is een deel van een gedicht van Sappho, een Griekse dichteres, die veel (lesbische) liefdespoëzie schreef.

 

Taalgebruik:

Het verhaal is realistisch geschreven. Er wordt veel symboliek gebruikt, maar het is vlot te lezen.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Ik-vertelsituatie. Laura vertelt de gebeurtenissen en alleen in de dialogen komen de andere figuren aan het woord.

Perspectief:

Ik-perspectief. 

Verhaalopbouw:

Het verhaal is opgebouwd uit 31 fragmenten en één epiloog. Dit zijn als het ware scčnes, er zijn dus geen titels.

Eigen mening:

….