Marga Minco – De val

Bert Bakker, Amsterdam (1983)

Titelverklaring:

De val heeft een tweeledige betekenis. De eerste is dat een joods gezin tijdens de tweede wereldoorlog naar Zwitserland wil vluchten, maar in de val loopt en in de handen van de Duitsers belandt. De tweede betekenis slaat op de val van Frieda Borgstein in een put.

De auteur:

Marga Minco is het pseudoniem van Sara Minco, die op 31 maart 1920 geboren wordt in Ginneken. Ze is de enige die het wegvoeren van haar familie in de oorlog overleeft. De voornaam Marga is een overblijfsel van haar onderduikersnaam Marga Faes. Ze trouwt met de schrijver/dichter Bert Voeten, waar zij na enkele jaren van scheidt. Haar werk wordt grotendeels door oorlogservaringen gekleurd. Haar debuut is Het bittere kruid uit 1957, dat in 1985 wordt verfilmd door Kees van Oostrum. Marga Minco distantieert zich echter volledig van deze verfilming. Als haar verhalen niet over de oorlog gaan, dan spelen eenzaamheid en isolement een grote rol. Het toeval is ook belangrijk in haar boeken. Ze schrijft ook korte verhalen en kinderboeken, onder andere Kijk ´ns in de la (1963) en De verdwenen bladzij (1994). Ze krijgt in 1957 de Multatuli-prijs voor het verhaal Het adres en in 1958 ontvangt ze de Vijverbergprijs voor Het bittere kruid.

Meest recente werk:

Maart (1979)

Verzamelde verhalen 1951-1981 (1982)

De glazen brug (1986; boekenweekgeschenk)

De zon is maar een zeepbel (1991)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Hoewel de meeste gebeurtenissen zich niet in de oorlog afspelen, speelt die oorlog een hele grote rol in De val. Daarom kan De val niet echt een oorlogsroman genoemd worden, maar meer een boek over de nasleep en de verwerking van de oorlog.

Samenvatting:

Frieda Borgstein woont in een bejaardencentrum. Zoals gewoonlijk zijn ook nu haar gedachten weer bij haar man Jacob en haar kinderen Olga en Leo. Op 21 april 1942 zijn zij opgepakt door de Duitsers. Frieda heeft hen nooit meer gezien. Het was de bedoeling dat ze die dag naar Zwitserland zouden vluchten, maar in plaats van iemand van het verzet, Hein Kessels, stonden de Duitsers voor de deur. Door het toeval was Frieda nog boven, zodat zij niet meegenomen is. Kessels had hen verraden. In het bejaardenhuis heeft Frieda vooral contact met Ben Abels, die vroeger op het kantoor van haar man gewerkt heeft.

De volgende dag wordt ze 85 en wil ze voor het eerst sinds veertig haar verjaardag vieren. Ze moet daarvoor onder andere naar de bakker. Buiten zijn twee mannen bezig in een stadsverwarmingsput op straat, maar zij hebben verzuimd om een hekje rond de put te zetten. Frieda valt in de put en overlijdt aan haar verwondingen.

Ben Abels heeft inmiddels Hein Kessels ontdekt en een afspraak met hem gemaakt. Ben denkt tijdens de begrafenis terug aan dat gesprek dat een dag eerder plaatsgevonden heeft. Kessels had hem verteld dat hij geen verrader was en dat het lek ergens anders gezeten moet hebben. De Duitsers wisten alleen dat hij mensen op zou halen en niet hoeveel, daarom kon Frieda ontsnappen. Kessels is zelf opgepakt en hij heeft in drie concentratiekampen gezeten. Hij heeft nooit de moed gehad om dit aan Frieda te vertellen.

Tijd en tijdvolgorde:

Het eigenlijke verhaal speelt zich af in een paar dagen: de dag van Frieda Borgsteins dood tot en met de dag van haar begrafenis. Maar voor Frieda telt de tijd niet zo, voor haar is het bijna altijd nog 21 april 1942. Het verhaal is niet chronologisch verteld en het bevat veel flash-backs.

Plaats/ruimte:

De belangrijkste ruimtes zijn het bejaardentehuis waar Frieda Borgstein woont en de straat voor dat bejaardentehuis: daar bevindt zich de put waar Frieda in valt. In welke stad De val zich afspeelt, is onduidelijk: het is een stad aan een rivier.

Karakterbeschrijving- en ontwikkeling:

Frieda Borgstein:

Zij is een 84-jarige vrouw die in een bejaardentehuis woont. Van haar gezin is zij de enige overlevende van de Tweede Wereldoorlog. Voor Frieda’s gevoel is die oorlog nog niet voorbij: ze weet nog steeds niet waarom de Duitsers haar niet meegenomen hebben en de rest van haar gezin wel. Ze komt er ook niet achter. Ze is een rond karakter.

Ben Abels:

Abels werkte voor de oorlog op het makelaarskantoor van Jacob Borgstein, Frieda’s man. Tegenwoordig werkt hij in het bejaardentehuis waar Frieda woont. Hij is de enige die een normaal contact met Frieda heeft. Hij komt er na de dood van Frieda achter waarom zij niet meegenomen is. Hij is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

Jacob, Olga en Leo:

Dit zijn respectievelijk Frieda’s man, dochter en zoon. Zij zijn in de oorlog om het leven gekomen.

Baltus en Verstrijen:

Zij zijn monteurs die reparatiewerkzaamheden verrichten aan de stadsverwarming. Ze zetten voor het gemak geen hekjes rondom de put waarin ze werken.

Rena van Straten:

Zij is de directrice van het bejaardenhuis.

Bien Hijmans:

Zij is het hoofd van de huishouding van het bejaardentehuis.

Hein Kessels:

Kessels is de verzetsman die het gezin Borgstein naar Zwitserland zou brengen. Door zijn onervarenheid of door een lek in de organisatie kwamen de Duitsers erachter en werden de Borgsteins opgepakt.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

Het toeval:

Het toeval beheerst je leven, je kunt er niet aan ontkomen. Toevallig was Frieda boven toen de Duitsers binnenvielen; toevallig wil Frieda haar 85ste verjaardag vieren; toevallig zijn de monteurs zo onvoorzichtig om geen hekjes rond de put te zetten; toevallig komen Kessels en Abels elkaar tegen; etcetera.

Motto:

I imagine, sometimes, that if a film could be made of one’s life, every other frame would be death. It goes so fast we’re not aware of it. Destruction and resurrection in alternate beats of being, but speed makes it seem continuous. But you see, kid, with ordinary consciousness you can’t even begin to know what’s happening.

Saul Bellow, The dean’s december

Bellow geeft aan dat het onmogelijk is om iemands leven te begrijpen. Als er iets in je leven gebeurt, dan hoeft dat geen reden te hebben. Het kan ook toeval zijn.

Taalgebruik:

Minco probeert zo min mogelijk woorden te schrijven. Vooral gevoelens worden niet weergegeven. Het is aan de lezer om er de juiste gevoelens bij te denken. Dit levert kale en sobere zinnen op. In haar schrijfstijl zit geen emotie, maar daardoor weet ze juist die emotie bij de lezer op te roepen.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Er is een alwetende verteller. Hij weet alles van de personages: wat ze denken en wat ze voelen. Hij komt bijv. steeds op de putten van de stadsverwarming terug. Vaak ook wordt deze alwetende verteller afgewisseld door personale vertellers: het zijn dan de personages door wiens en wier ogen we het verhaal meebeleven.

Perspectief:

Meervoudig  perspectief: het perspectief ligt bij meerdere personen.

Verhaalopbouw:

De val heeft zestien niet-genummerde hoofdstukken.

Eigen mening:

….