Joost Zwagerman – Vals Licht

Arbeiderspers, Amsterdam (1991)

Titelverklaring:

Vals licht is een verwijzing naar de breking van het licht in water. Door de breking is het moeilijk om de plaats van objecten in het water te bepalen (denk aan de vissen op de kaft). Simon ziet Lizzie, de vis, en probeert haar te pakken. Zijn poging blijkt vanaf het begin gedoemd te mislukken.

De auteur:

Johannes Jacobus Willebrordus Zwagerman wordt op 18 november 1963 geboren in Alkmaar. Na zijn middelbare school in Alkmaar volgt Joost tot 1984 een onderwijzersopleiding. In 1988 gaat hij Nederlandse taal- en letterkunde studeren aan de Universiteit van Amsterdam. Hij rondt zijn studie niet af, maar neemt een cursus creatief schrijven bij Oek de Jong.

Vanaf 1984 publiceert Joost regelmatig artikelen, proza en poëzie in diverse tijdschriften en schrijft hij bijdragen voor onder meer de Volkskrant, de Primeur en Bzzletin. In 1985 wordt hij medewerker van de literaire bijlage van Vrij Nederland en van 1988 tot 1990 is hij redacteur van het tijdschrift De Held. In 1986 debuteert Joost met de roman De houdgreep, waarna in 1987 de poëziebundel Langs de doofpot en de verhalenbundel Kroondomein volgen. Vals licht en De buitenvrouw worden beiden, in respectievelijk 1991 en 1994, genomineerd voor de AKO literatuurprijs. Vals licht wordt in 1992 verfilmd onder regie van Theo van Gogh.

Als dichter is Joost in de jaren tachtig actief als woordvoerder van de Maximalen. De Maximalen zetten zich af tegen de heersende opvattingen van de Vijftigers en pleiten voor de herintroductie van emotie, actie en dynamiek in de poëzie. Met allerlei ludieke acties trekken de elf dichters (waaronder René Huigen, Arthur Lava, Dalstar en Pieter Boskma) regelmatig de aandacht.

Recent werk:

Tomaatsj (1996, novelle), In het wild (1996, essays en kritieken), Chaos en rumoer (1997, roman)

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Psychologische roman / liefdesroman.

Samenvatting:

Vanaf zijn vijftiende is Simon Prins geobsedeerd door alles wat met prostitutie te maken heeft. Als hij eenmaal in Amsterdam is voor zijn studie Nederlands, besluit Simon ook daadwerkelijk naar de hoeren te gaan. Al snel gaat een groot deel van zijn studiegeld op aan de prostitutie. De interesse voor de daad zelf neemt snel af. In plaats daarvan krijgt hij grote belangstelling voor de werkwijze van de prostituees. Uiteindelijk heeft hij genoeg van het hoerenlopen en beperkt hij zich tot het voyeurisme. Op een gegeven moment valt Simons blik op het hoertje Lizzie Rosenfeld. Hij weet dan nog niet hoe ze heet, maar haar bleke gezicht trekt zijn aandacht. Als hij later langs de Ruysdaelkade loopt en haar met een klant ziet, informeert hij naar haar prijs. Simon gaat naar huis om te douchen en komt later weer bij haar terug. Na afloop vraagt Simon of hij haar naar huis mag brengen. Lizzie vindt dat goed, als hij belooft dat hij verder geen bijbedoelingen heeft.

 

Lizzie’s studentenhuis is een soort onderwaterkamer. Alle meubels zijn groen en ze houdt de gordijnen gesloten. Lizzie gaat in bad en ze hebben een gesprek met elkaar. Lizzie blijkt over twee ‘artiesten’namen te beschikken: Sylvia en Janice. Als ze afscheid nemen, vraagt Simon om een zoen. Ondanks hun afspraak, voldoet Lizzie aan dit verzoek Als Simon weer bij Lizzie komt, laat ze hem binnen in het kamertje achter de peeskamer. Normaal gesproken mogen hier geen mannen komen. Simon wordt langzaam verliefd op Lizzie. Hij stelt veel vragen. Lizzie beantwoordt zijn vragen, en zijn liefde. Lizzie vertelt dat ze sinds twee dagen aan de Ruysdaelkade werkt en dat niemand mag weten dat ze een hoertje is. Ze spreken af dat ze elkaar in de bibliotheek, bij het kopieerapparaat, hebben ontmoet.

 

Naarmate hun relatie langer duurt, vallen er steeds meer gaten in de verhalen van Lizzie. Simon gaat steeds meer vragen stellen en gaat haar uiteindelijk ook schaduwen. Hij volgt Lizzie tot het drugscentrum, waar ze een afspraak met de psychiater Martin van Doorn heeft. Ze gaan nog wel samenwonen, maar Simon twijfelt steeds vaker of ze wel bij elkaar passen.

Ondertussen sleurt Lizzie Simon steeds verder mee in de wereld van drugs en afpersing. Als hij op straat onder bedreiging moet vertellen waar Lizzie is, vlucht hij terug naar Alkmaar. Thuis houdt hij het echter ook niet lang uit. Terug in Amsterdam gaat hij op bezoek bij Lizzie’s psychiater. Deze vertelt hem dat Lizzie bang is voor zijn liefde en geeft aan dat Lizzie aan pseudologica fantastica lijdt, een ziekelijke liegzucht. Om Lizzie te ontlopen neemt Simon thuis de telefoon niet meer op. Lizzie besluit daarop om bij hem langs te gaan. Simon confronteert haar met de woorden van de psychiater. Uiteindelijk geeft Lizzie haar leugens toe en vertelt ze de waarheid. Daarmee komt er een einde aan hun relatie. Lizzie gaat Nederlands studeren in Nijmegen en trekt bij een vriendin in. Simon blijft in Amsterdam achter.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal is niet chronologisch, het bevat een aantal flash-backs. De meeste flash-backs beschrijven de jeugd van Simon. Het hele verhaal speelt zich in 6 tot 8 maanden af. Zonder flash-backs is het verhaal wel chronologisch.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich in Amsterdam en Alkmaar af. Simons studententijd speelt zich in Amsterdam af. De flash-backs en Simons jeugd in Alkmaar. Het keukentje achter de peeskamer speelt een belangrijke rol. Normaal gesproken worden mannen daar niet toegelaten, maar voor Simon maakt Lizzie een uitzondering. De etage van Simon en de kamer van Lizzie worden door haar omgevormd tot ‘onderwaterkamers’. Door de gordijnen te sluiten en met lichteffecten te spelen, sluiten ze zich af van de buitenwereld. De tegenstelling tussen de gevaarlijke buitenwereld en de bescherming van de onderwaterkamers speelt een grote rol in het verhaal.

Karakterbeschrijving en ontwikkeling:

Simon Prins:

Voor zijn studie woont Simon in Alkmaar. Simons leven wordt gedomineerd door de angst om op te vallen. Hij kan meisjes niet begrijpen en met de meeste jongens kan hij slecht omgaan. Eenmaal voor zijn studie in Amsterdam gaat hij zich als een snelle jongen gedragen. In Amsterdam uit Simon zijn obsessie voor de prostitutie en wordt hij een regelmatige hoerenloper. Hij is een rond karakter.

Lizzie Rosenfeld:

In haar jeugd kent Lizzie veel problemen. Uiteindelijk besluit ze op haar zeventiende van huis weg te lopen. Hoewel ze niet op hem verliefd is, trouwt ze met de oudere Jasper Veneman. Uit nood gaat ze, op aandringen van Jasper, bij het Amsterdamse escortbureau Yab Yum werken. Later gaat ze aan de Ruysdaelkade ook als raamprostituee werken. Daar ontmoet ze Simon, met wie ze een relatie begint. Uiteindelijk verbreekt ze haar relatie met Simon en gaat ze Nederlands studeren in Nijmegen. Zij is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

Jasper Veneman, Wesley en Phillipe:

Jasper Veneman, Wesley en Phillipe zijn mannen uit het verleden van Lizzie. Ze is getrouwd geweest met Jasper Veneman. Ze scheidt van hem als hij steeds meer geld van haar wil hebben. Lizzie begint daarna wat met Wesley. Wesley licht haar op door ƒ 9.000,- te lenen en daarna niets meer van zich te laten horen. Samen met Phillipe verliest Lizzie voor ƒ 40.000,- aan drugs.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

Thematiek:

Het boek draait om de liefdesrelatie tussen Simon en Lizzie, de relatie tussen liefde en bedrog.

Motto:

Weer gaat de wereld als een meisjeskamer open

het straat gebeuren zeilt uit witten verten aan

Paul Rodenko

Het motto verwijst naar de situatie van Lizzie. Ze leeft in een wereld van leugens. Ondanks haar verwoede pogingen de waarheid te verhullen, komt die langzamerhand bovendrijven.

Taalgebruik:

Het taalgebruik in Vals licht is eenvoudig en modern. Het boek leest makkelijk.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Personale verteller.

Perspectief:

Hij-perspectief. In het verhaal ligt het perspectief voornamelijk bij Simon. Soms wordt hij afstandelijk beschreven, en soms worden zijn gedachten verteld. Op pagina 249 is het perspectief kort bij Lizzie.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit 24 korte hoofdstukken, aangeduid met een opvolgend telwoord. Het verhaal is lineair opgebouwd.

Eigen mening: