Kees van Kooten - Veertig

De Bezige Bij, Amsterdam (1982)

Titelverklaring:

De schrijver van het verhaal krijgt voor zijn veertigste verjaardag een cadeau van zijn vrouw: hij mag twee weken in zijn eentje naar Frankrijk om rustig een boek te schrijven.

De auteur:

Kees (Cornelis Reinier) van Kooten wordt op 10 augustus in 1941 geboren in Den Haag. Op het gymnasium Alpha leert hij Wim de Bie kennen. Na zijn militaire dienst, gaat hij in 1962 in Amsterdam wonen. Hij schrijft reclameteksten en vanaf 1963 werkt hij samen met Wim de Bie. Hun eerste gezamenlijke activiteit is de rubriek Clichémannetjes bij de VARA, voor het radioprogramma ‘Uitlaat’. Daarna maakt Van Kooten deel uit van een cabaretgroep. In 1965 verschijnt hij samen met De Bie voor het eerst op de televisie bij de VARA (Hadimassa). Vanaf 1971 verschijnen ze voor de VPRO. In 1972 wordt het Simplistisch Verbond opgericht, waarmee ze worden bekroond met de Nipkovschijf.  Bekende televisieprogramma’s zijn Keek op de Week en Krasse Knarren. In 1991 speelt hij één van de hoofdrollen in de film Oh Boy!, van Orlow Seunke.

Met zijn literaire werk begint Van Kooten al in 1967. Hij schrijft dan een rubriek voor de Haagse Post. Ook schrijft hij liedjes en cabaretnummers voor cabaretiers als Gerard Cox en Wim Kan. In 1969 debuteert hij in boekvorm met gebundelde columns in Treitertrends.

Andere werken zijn: Koot graaft zich  autobio (1979); Veertig (1982); Modermismen (1984); Hedonia (1985); Meer modermismen (1986); Zwemmen met droog haar (1992); Meer dan alle modermismen (1994) en Omnibest (1997), waarin een verzameling staat van zijn eerdere werken

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Veertig van Kees van Kooten is een sterk autobiografische roman. Kees van Kooten vertelt de belevenissen die hij persoonlijk heeft meegemaakt.

Samenvatting:

Het boek Veertig bestaat uit drie verhalen: L’ écrivain; Prostatitis en Willem.

L´écrivain (blz. 9-66)

Aan het begin van ‘L´écrivain’ wordt duidelijk dat het boek in de tegenwoordige tijd is geschreven en in de ik-vorm. De schrijver zit dan in zijn auto op weg naar het Franse plaatsje Gérardmer. Hij kreeg deze 14-daagse vakantie aangeboden door zijn vrouw voor zijn veertigste verjaardag, zodat hij ongestoord aan een boek kan werken. Het schrijven lukt niet erg, maar voor het Belgische blad Humo kan hij wel een stukje schrijven. Ondertussen denkt hij veel terug aan vroeger en zijn vroegere seksuele belevenissen. “ Schrijven is blijven zitten  tot het er staat”, denkt hij, maar dat lukt hem niet vanwege zijn kwaal: prostatitis. Dat is ook de titel van het tweede verhaal.

 

Op de ochtend van de vierde dag besluit hij te gaan fietsen en hij bereikt de Col de la Schlucht. Na een gesprek met de dame van de praatpaal, botst hij in de afdaling bijna tegen een leswagen op. Hij probeert de dame te versieren, die de eigenares van deze wagen is. Ze spreken om vier uur af. Tijdens de afspraak bekent hij mevrouw Lipjeskers dat hij rijlessen nodig heeft en verliefd op haar is. De instructrice is hier niet van gediend en zet hem bij het hotel af, waar hij zijn vrouw belt.

Prostatitis (blz. 67-106)

Kees van Kooten heeft na het succes van zijn vorige boek een dure auto gekocht en wordt gevraagd voor veel lezingen. Zijn voorleestoernee begint in Franeker. Hier wordt hij aangekondigd als ‘de heer Van Kooten van het Simplisties Verbond’. Dit staat hem niet aan omdat hij als ‘de schrijver Kees van Kooten’ kwam. Hij begint, maar moet plotseling nodig naar het toilet. Met moeite produceert hij een branderige plas. Dit gebeurt nog een keer en Kees vlucht naar huis.

Op koninginnedag 1980 gaat hij naar de dokter, bang als hij is voor prostaatkanker. Bij de uroloog hoort hij dat hij geen prostaatkanker heeft maar een licht ontstoken prostaat. Met behulp van een capsulekuur kan hij zijn tournee voortzetten. Hij realiseert zich echter wel dat hij ouder wordt en dat dit gevolgen voor zijn relaties met vrouwen heeft. Hij komt tot de conclusie dat prostatitis hem trouwer ten opzichte van zijn vrouw maakt en dat hij minder rusteloos is. Hij kan het iedere getrouwde man van boven de veertig aanbevelen.

Willem (blz. 107-124)

Willem is de vrouwtjeshond van de familie Van Kooten.  Ze kregen haar toen ze twee was en vonden haar er als Willem uitzien: dat is dus haar naam. Willem is een niet helemaal zuivere, langharige herder. Willem is dertien jaar bij het gezin Van Kooten geweest en zag de twee kinderen opgroeien, een nieuwe hond komen en speelde zelfs mee in spotjes van het Simplisties Verbond. Willem gaat dood en bij de begrafenis bekennen vader en dochter elkaar dat de dood toch niet zo eng is. Willem, de hond, kun je zien als Kees, die in het vorige verhaal vertelde trouwer en rustiger te zijn geworden. Het proces van veertig en verder gaat voort met het denken over de dood.

Tijd en tijdvolgorde:

‘L´écrivain’ heeft de vorm van een dagboek. Het verhaal speelt zich tussen 28 augustus 1981 en 1 september 1981 af. De gebeurtenissen worden chronologisch weergegeven. Toch zijn er veel flash-backs. Die staan allemaal in de verleden tijd, behalve de herinnering aan het meisje in Amsterdam. Waarom dit verhaal niet? Misschien heeft de schrijver het niet zelf beleefd maar zich alleen maar voorgesteld hoe het gegaan kan zijn.

‘Prostatitis’ begint op 29 april 1980 en neemt ongeveer twee weken in beslag. Er wordt veel tijd besteed aan de avond van de eerste lezing. Het begin staat in de verleden tijd (vision par derrière). De rest staat in de tegenwoordige tijd: de verteller vertelt vanaf bladzijde 71 met het verhaal mee.

‘Willem’ is chronologisch verteld, in de verleden tijd. Het verhaal beslaat dertien jaar, de tijd die de familie Van Kooten deze hond gehad heeft.

Plaats/ruimte:


‘L´écrivain’ speelt zich voornamelijk af in het Franse plaatsje Gérardmer. In het begin en aan het eind speelt het zich in Nederland af. ‘Prostatitis’ speelt zich af in Nederland. De voorleestoernee begint in Franeker. Ook speelt het zich af in de woonplaats van de schrijver. ‘Willem’ speelt zich af in het gezin van Kees van Kooten. Daar was Willem 13 jaar lang thuis.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

De karakters in dit boek worden min of meer als vaststaand beschreven, er zit geen echte ontwikkeling in.

Kees van Kooten:

Kees verkeert in een crisis die verband houdt met het feit dat hij net veertig is geworden. Naast een identiteitscrisis krijgt hij ook nog last van lichamelijke kwalen, waaronder Prostatitis. Kees van Kooten heeft een grote fantasie, vooral waar het om seks gaat. Zijn blik op de wereld is meestal ironisch, maar soms wordt hij emotioneel en weemoedig. Hij is het liefst bij zijn gezin omdat hij slecht tegen het alleen zijn kan. Hij is een rond karakter.

Patience:

Patience is rustig, nuchter en relativeert goed. Ze wordt beschreven als een goede moeder en echtgenote. Zij is een vlak karakter.

Boogschutter:

Boogschutter is erg emotioneel en is een vlak karakter.

Waterlelie:

Waterlelie is ook wel emotioneel, maar heeft qua karakter ook iets van de nuchtere trekken van haar moeder. Ze is een vlak karakter.

Onderlinge relaties:

Patience (Barabara) is de vrouw van Kees van Kooten, Boogschutter is zijn zoon en Waterlelie zijn dochter. Willem is de hond van het gezin Van Kooten.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

In ‘L´écrivain’ zijn er twee duidelijke thema´s: het schrijverschap en het ouder worden (Veertig). De schrijversrol die hem door de buitenwereld wordt opgelegd, kan hij eigenlijk niet aan. Hij zit liever thuis bij zijn gezin dan dat hij de gevierde schrijver uithangt. Bij het ouder worden denkt van Kooten aan Rumke, een Nederlandse psychiater. Hij krijgt  last van identiteitsgevechten:  Kees van Kooten vraagt zich af of hij als veertiger nog wel aantrekkelijk is en welke rol hij in het leven speelt en of hij eigenlijk wel schrijver is. Ook onverwerkte erotische fantasieën komen bij Kees naar boven, zoals de gedachte aan het meisje in Amsterdam. Maar als hij actief probeert zijn libido te ontlasten, door de rijinstructrice te versieren, mislukt dit.

 

In ‘Prostatitis’ zijn er wederom twee thema’s: Prostatitis en het schrijverschap. Prostatitis, een oude mannenkwaal, borduurt voort op het onderwerp ouder worden in L´écrivain. Kees van Kooten komt trouwens tot de conclusie dat Prostatitis niet eens zo’n slechte kwaal is: hij is er rustiger en trouwer door geworden. In ‘Prostatitis’ belicht hij ook het belachelijke verschijnsel ´lezing van de bekende schrijver`. Het beroemd zijn zorgt ervoor dat men telkens de grappige kant van Kees van Kooten wil zien

 De thematiek van ‘Willem’ is de dood. De schrijver in ‘L´écrivain’ die een verhaal zonder de dood wilde schrijven, wordt er nu toch mee geconfronteerd. Hij stelt opgelucht vast dat de dood niet eng is.

Motto:

When I see anyone I know coming

on the same side of the street I start

giggling nervously, and as they come into

the picture beat them to it with some

such remark as:

`It´s white!´

`What´s white they say, not being

in on the secret

`My suit, `I say. `I thought I´d put

on a white suit.`

(Robert Benchley: my ten years in a Quandary)

Het motto gaat over de paniek van een man die een bekende op straat tegenkomt en dan irrelevante opmerkingen begint te maken.

Taalgebruik:

Het taalgebruik in Veertig is eenvoudig. De typische Kees van Kooten-stijl kan er niet zoveel in teruggevonden worden. Toch worden er nog genoeg woorden als “erotiese” en “fantastiese” aangetroffen. Dit hoort ook bij een boek van Kees van Kooten. De typering van mensen als bijvoorbeeld “mevrouw Van der Campari” en “mevrouw Lipjeskers” maakt snel duidelijk met wat voor personen je te maken hebt. De eretitels voor de leden van zijn gezin zijn ook erg mooi gevonden. Er kan nog voldoende origineel taalgebruik gevonden worden. Het zeer letterlijke vertalen van het Frans in het eerste verhaal en de dialogen met zijn vrouw zijn zeer de moeite waard.

Vertelsituatie:

Het is de schrijver Kees van Kooten die vertelt: een ik-vertelsituatie. Je beleeft de belevenissen van Kees van Kooten heel direct mee.

Perspectief:

Ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

Het boek bestaat uit drie verhalen met ongelijke lengte. Ze staan alledrie op zichzelf, maar de thematiek vloeit in elkaar over: vooral bij het eerste en het tweede verhaal. De eerste twee verhalen zijn iets luchtiger dan het derde verhaal over de hond Willem.

Eigen mening:

….