Auteur: Renate Dorrestein
Titel: Verborgen gebreken
ISBN: 9001 552501
Aantal bladzijden: 223

Het boek kort samengevat:

Twee kinderen, Christine (Chris) en haar jongere broertje Tommie, rennen weg van hun ouders tijdens hun vakantie nadat ze hun broer hebben vermoordt. Op een veerboot stappen in een auto die toevallig openstond. De auto is, gelukkig voor hen, van een oude dame, Agnes, die na de dood van haar laatste broer naar zijn zomerhuisje gaat. Als ze de kinderen ontdekt gaat ze niet over tot aangifte maar ziet ze als een soort kans om zich te bewijzen. In het huis maakt het zo fijn mogelijk voor ze, daarmee haalt ze zich wel in de problemen. De spanningen met de buren lopen hoog op tijdens haar verblijf in het huisje omdat zij het huis van haar willen kopen. Agnes mist haar broers en denkt vaak terug aan hen. Als, aan het einde van het boek, de taxateur langskomt denken de twee kinderen dat de gene Agnes in elkaar heeft geslagen en schieten hem koelbloedig neer. Agnes is bij het schot buiten bewustzijn geraakt en de doorgedraaide kinderen vernielen het hele huis zodat het niet kan worden verkocht. Als Agnes bijkomt stuurt ze de kinderen naar hun ouders omdat ze niet wil dat ze in de problemen komen. Als de kinderen weg zijn, merkt Agnes dat de neergeschoten taxateur (eigenlijk vakantiehuis verkoper) weg is, hij heeft zich naar de weg weten te krijgen waar hij wordt gevonden (dit weet Agnes niet), hij is dan al buiten bewustzijn en zal overlijden in het ziekenhuis. De kinderen worden met hun ouders herenigd en de zwaargewonde Agnes wordt door haar buurvrouw gevonden...

Tijd en Ruimte:

Het verhaal speelt in 1 a 2 weken in Port na Bà, waar het huis van Agnes' broer staat, rond het huis van de familie Jansen en in Oban

Vertel wijze:

Het boek wordt verteld door een alwetende verteller. Het boek is een soort verslag van wat er gebeurd.

Spanning:

Het boek kent spanning. Er worden meerdere climaxen gehaald maar een overkoepelende climax is niet aanwezig.

Thema en motieven

'Ik ben een engel met een tweesnijdend zwaard, ik ben de Engel van de Gerechtigheid' Dit denkt Christine als ze iets doet dat in haar ogen rechtvaardig is maar in werkelijkheid slecht is.
Herinneringen zijn in het boek belangrijk qua motief, ze komen terug en achtervolgen de personages in wat ze doen en wat ze (hadden) moeten doen.

Personages:

Christine Jansen - ze is tien jaar oud, ze denkt dat ze een engel van rechtvaardigheid is, ze is waarschijnlijk psychisch niet helemaal in orde, ze kan mensen makkelijk ombrengen zonder ervan te denken dat ze slecht bezig is, ze wordt misbruikt door haar broer Waddo die een van haar slachtoffers wordt, ze heeft haar 'verborgen gebreken'.

Agnes Stam - ze is zeventig jaar oud, was lerares, had geen kinderen, was niet getrouwd, heeft een glazen oog omdat een van haar broers zijn fietsstuur in haar oog liet vallen, ze heeft problemen binnen haar familie omdat ze voor gek wordt verklaart, ze heeft ook haar 'verborgen gebreken'

Sonja Jansen - ze is ongeveer veertig jaar oud, overspannen, ze maakt nooit haar gedachtes af. Ze is getrouwd met Jaap Jansen, die haar zoveelste man is.

Jaap Jansen - hij is ongeveer dertig jaar oud, hij is niet de vader van Christine, Waddo of Tommie maar houd vooral veel van Tommie

Waddo Jansen - hij misbruikt zijn zusje al sinds jaren en hij is erg opstandig, toch is hij een steun voor zijn zusje.

Tommie Jansen - hij is nog een kleuter van ongeveer vier jaar, hij doet blindelings wat zijn zusje Christine hem beveelt.

Titel, ondertitel en motto, samengevat titelverklaring:

Agnes en Christine hebben beiden hun verborgen gebreken: ze missen iets dat ze angstvallig voor de wereld verbergen en ze proberen voor zichzelf een nieuw leven te scheppen waarin aan het gebrek wordt voldaan, van daar: Verborgen Gebreken.
Ondertitel: Je zou het boek de volgende ondertitel kunnen geven: 'Hoe een gezin van buiten heel normaal kan lijken en toch niet in orde is'.
Het motto van het boek is: 'Dit is een onbelangrijk boek want het gaat over de gevoelens van vrouwen in een huiskamer' (uit Verginia Woolf)

Samenvatting:

De Familie Jansen, drie kinderen en een moeder, zit samen met de nieuwe vriend van de moeder, Jaap, te 'genieten' van de zomer voor hun vertrek naar haar vakantie bestemming in Schotland. De sfeer is niet bepaald goed want Christine wil veel dingen die haar moeder zegt niet uitvoeren, daarnaast schuiven ze alle opdrachten die ze nog moeten uitvoeren, zoals het controleren van de tenten, vooruit. Op hun vakantie bestemming doet Christine weer alles niet zo, als dat haar moeder, Sonja, en Jaap willen. Zo gooit ze bijvoorbeeld haar zonnenbril uit het raampje van de auto. Christine mag niet buiten de camping komen en het regent alleenmaar. Als ze naar een andere camping gaan, mag Christine samen met haar broer en broertje in de stad rondlopen. Ze komen echter niet naar de auto en Sonja inclusief Jaap worden vrij geïrriteerd. Verder in het boek komen we te weten dat Christine haar broer heeft omgeduwd waarbij hij is overleden omdat hij met zijn gezicht de stenen raakte, zijn gezicht is onherkenbaar geworden. Chris is inmiddels met Tommie in een veerboot naar Muhl gelopen en is daar in een willekeurige auto gestapt, omdat hij open was. De auto is eigendom van Agnes die met de as van haar overleden broer naar haar broers zomerhuisje in Port na Ba gaat. Ze denkt vaak terug aan hem en haar andere broers. Onderweg gaat ze even langs bij haar buren. Als de kinderen dan te voorschijn komen ontdekt ze hem maar doet tegen haar buurvrouw, die ze ook heeft gezien, alsof de verstekelingen haar neefjes en nichtjes zijn. De buurvrouw, die al jaren in conflict is met haar zus, snijd een onderwerp aan dat Agnes niet zo prettig vind: ze wil het huis van haar broer Robbert kopen. Agens wordt boos maar weet beschaaft te zeggen dat er geen sprake van is. Ze gaat terug naar de auto en rijdt verder met de kinderen. Ze ziet ze als een soort bewijs voor haar zorgzaamheid en denkt dat ze maar beter voor ze kan zorgen totdat ze vanzelf weer weggaan. In Port na Ba aangekomen proberen de kinderen haar te helpen met het uitpakken. Agnes vraagt wel waarom ze zijn gaan reizen in hun eentje, maar krijgt geen antwoord. Christine heeft een rare manier van tot haar recht te komen: ze wordt boos en gaat heel erg gemeen doen, daarnaast steekt ze door haar houding haar broertje Tommie aan. Agnes beseft dat ze hier begrip voor moet hebben en dat ze absoluut niet mag ingrijpen met agressie. Dit werkt wel want zodra het Agnes lukt zich zelf te blijven heeft dit een positief effect op het gedrag van Christine. Agnes denkt hoe deze reactie zou kunnen hebben ontstaan en komt tot de conclusie dat Christine, Chris, werd geslagen bij niet gewenst gedrag. De kinderen hebben geen kleren mee, maar gelukkig heeft Agnes nog wel kleren over van haar nichtjes en neven. De kinderen lopen dus in andere kleren lopen die ze vaak zelf vinden. De kleren die ze vinden roepen bij Agnes ook herinneringen op. Ze geeft de kinderen namen die bij haar opkomen als ze naar ze kijkt, daarnaast betrapt ze zich erop dat als je aan iets een naam geeft het een teken is van toe-eigening. In haar hele leven heeft ze vele nichtjes en neefjes naar Port na Ba gehaald en ze daar vermaakt maar dat schijnt niet belangrijk te zijn voor haar schoonzussen, die hebben het huis te huur gesteld in de vakantiehuisjes gids van het eiland Muhl. Agnes is woedend en de buren ook omdat ze denken dat Agnes het huis niet aan hen wil verkopen, Agnes wil Port na Ba echter helemaal niet kwijt. De kinderen willen echter wel iets doen en op een regenachtige dag gaan ze het favoriete spel van de Stams doen dat Mevrouw-Jansen-gaat-naar-de-markt heet. Tijdens het spel valt Agnes op dat Christine het spel lijkt op te lossen: ze lijkt de ideale Mevrouw Jansen te zijn, Agnes weet immers de naam van Chris niet: ze heet Christine Jansen. Tijdens het spel belt er iemand aan: een politie beambte. Hij zoekt naar de twee vermiste kinderen. Gelukkig herkent hij de in jurkje rondhuppelende Tommie niet en ook Christine is voor hem onherkenbaar door schmink. Tijdens het kinderspel haalt Tommie het grote geweer van een van haar broers van de haak en gaat er mee spelen. Het is geladen. Als de politie beambte weg is neemt Agnes hem het geweer af en legt het onder haar bed. Agnes denkt terug aan de vroege tijden. Ze denkt bijvoorbeeld terug aan een boot die ze Agnes I noemden en die vastliep in het meer... Tijdens een nacht kunnen de kinderen niet slapen en gaan naar de kamer van Agnes waar ze per ongeluk het glazen oog van Agnes laten vallen en wat onder het bed rolt. Christine gaat er na op zoek en vind het verborgen geweer. Ze denkt over Agnes dat ze een heel dappere oude vrouw is omdat ze hen wil beschermen tegen de rest door een geweer onder haar bed te leggen. Ze gaan slapen...
Een taxateur komt het huis inspecteren en Agnes is pas op. Haat oog is weg en ze lijdt hem door het huis waarbij ze telkens haar hand voor haar lege oogkas houd. De twee kinderen zitten in hun kamer en zitten te wachten. Agnes is inmiddels al buiten en praat met de man die inmiddels heeft gezien dat Agnes maar een oog heeft. De taxateur heeft inmiddels gezegd dat hij haar niet weg zal laten gaan omdat hij het onredelijk vind om een oude vrouw uit haar vakantie huisje te verjagen wat bovendien in een zeer slechte staat is. Op dat moment zijn Tommie en Chris naar beneden gekomen met het geweer en Chris denkt dat ze de man zo kan laten schrikken dat hij nooit meer terug komt. Ze richt het geweer en schiet de man niet slecht bedoelend neer, het geweer was immers geladen. De taxateur die Agnes de fuchsia-man noemt omdat hij als hobby het kweken van fuchsia's heeft, valt op Agnes die een beroerte krijgt. De kinderen denken dat ze de held zijn en dat ze door het vernielen van Agnes' huis kunnen verhelpen dat het wordt gekocht. Agnes komt bij en loopt steunend naar huis (ze is waarschijnlijk ook geraakt) waar ze de enorme puinhoop aantreft.
Ze stuurt de kinderen naar hun ouders terug, ze weet inmiddels waar die zitten want dat las ze in de krant. De kinderen gaan weg en liften naar het hotel waar hun ouders verblijven onder het motto van een verrassing. Daar worden ze herkend door een van de mensen van het hotel die er meteen een bewaker bij roept. De kinderen weten te vluchten, recht in de armen van de net aanlopende Sonja en Jaap. Ze worden blij onthaald.
In Port na Ba is Agnes inmiddels ontdekt door een van de buren. Als de herenigde Sonja, Christine en Tommie Agnes willen komen opzoeken is ze er natuurlijk niet en ze rijden weg, op zoek naar Waddo, Chris' broer die op Sky zou zitten...

Over de schrijver:

Renate Dorrestein werd op 25 januari 1954 in Amsterdam geboren. Haar vader was advocaat en haar moeder was voor het huwelijk onderwijzeres. Ze had een zus, een zusje en een broertje. Ze waren niet streng katholiek. In haar kinderjaren schreef ze al. Ze wou niet studeren en werd verslaggeefster voor 'Panorama'. Samen met Liesbeth Hendrikse begon ze in 1977 een journalistiek bureau. In 1981 wordt ze hoofdredacteur van het tijdschrift Mensen van Nu maar dat duurde niet lang. In dat jaar pleegde haar jongste zusje op 20-jarige leeftijd zelfmoord, dit heeft een diepe inpakt op haar. Tussen 1982 en 1987 is ze bij de redactie van Opzij en schrijft ze columns voor Viva, Bzzlletin en De Tijd. In 1985 richt ze samen met twee andere actieve schrijfsters de Anna Bijns Stichting die een jaarlijkse prijs toekent voor de 'vrouwelijke stem in de letteren'. Rond 1986 is ze voor bijna een jaar verbonden aan de University of Michigan. Daarna heeft ze zich volledig aan het schrijven gewijd.
In 1991 schrijft ze een biografie over zichzelf 'Heden ik', waarin ze ook haar ziekte, ME, beschrijft. Daarnaast richt ze het ME-fonds op dat onderzoek naar ME stimuleert.
Al haar boeken zijn doordrongen van het schuldgevoel over de dood van haar zusje, zegt Dorrestein. In 1988 schreef ze een autobiografie over dit schuldgevoel, 'Het perpetuum mobile van de liefde'. Ze is een feministe: ze heeft een 'nooit benarende woede over het feit dat mannen en vrouwen niet dezelfde soort levens kunnen leiden'. Ze schrijft volgens vaste patronen die ze de Wetten van Dorrestein noemt.
Ze schrijft volgens het principe van Gothic Novel dat vooral aan het einde van de 18e eeuw werd gebruikt. Ze houdt van fantasie, gruwelijkheden en gewelddadigheden, vandaar de thema's moord, incest, doodslag in families en onwaarschijnlijkheden die in 'Verborgen gebreken' voorkomen. Ze schrijft vooral met satire, spanning en vaart. Veel van haar werken kregen nominaties. Voor haar totale werk kreeg ze in 1993 een Annie Romein-prijs van het blad 'Opzij' waar ze in had gewerkt. In 1997 werd ze ook gevraagd voor het schrijven van het Boekenweekgeschenk 'Want dit is mijn lichaam'.

Werken: 'Buitenstaanders' (1983), 'Vreemde streken' (1984), 'Noorderzon' (1986), 'Een nacht om te vliegeren' (1987), 'Het hemelse gerecht' (1991), 'Ontaarde moeders' (1992), 'Een sterke man' (1994) en 'Verborgen gebreken' (1996)