Hugo Claus – Het verdriet van België

De Bezige Bij, Amsterdam (1983)

Titelverklaring:

Louis wordt door zijn oma betrapt als hij geld steelt van tante Violet. Zij zegt daarop: “Het verdriet van België, dat zijt gij.”. Louis schrijft een novelle genaamd “Het verdriet”. Op advies van de jury (die de novelle beoordeelt) wordt deze titel veranderd in “Het verdriet van België”.

De auteur:

Hugo Maurice Julien Claus wordt geboren op 5 april 1929 in Brugge, België. Al kort na zijn geboorte raakt zijn moeder opnieuw in verwachting. Om haar rust te geven wordt hij, als hij 1 ½ jaar is, opgenomen in een pensionaat. Vanaf zijn vierde levensjaar verblijft hij bij de Zusters van Liefde in Aalbeke. In 1940 keert hij weer terug naar zijn ouderlijk huis, maar zes jaar later vertrekt hij weer. Claus verblijft enige tijd in Parijs, waar hij kennis maakt met het surrealisme en het existentialisme. In 1947 debuteert hij met de gedichtenbundel Kleine reeks. Terug in Vlaanderen ontmoet hij Elly Overzier, met wie hij in 1950 weer naar Parijs vertrekt. In datzelfde jaar wordt hij lid van Cobra en wijdt hij zich aan literatuur, schilderkunst en toneel. Zijn roman De Metsiers wordt zijn eerste echte succes. Van 1953 tot 1955 verblijft hij in Italië, waar Elly in enkele films acteert. In 1955 trouwen zij. In de jaren die daarop volgen laat de veelzijdige Claus veel van zich horen. Hij schrijft romans, verhalen, gedichten en toneelstukken. Ook geniet hij bekendheid als filmregisseur, scenarioschrijver en beeldend kunstenaar. In 1970 krijgt hij een relatie met de Nederlandse actrice Kitty Courbois. Drie jaar later gaat hij met de actrice Sylvia Kristel samenwonen in Parijs. De relatie wordt in 1978 beëindigd en Claus keert terug naar Gent. In 1983 schrijft hij de populaire roman Het verdriet van België, dat in 1994 verfilmd wordt door Claude Goretta. Op 12 juni 1993 trouwt hij met Veerle de Wit. In zijn carrière ontvangt hij meer dan 40 literaire prijzen, waaronder de Vlaamse Staatsprijs voor Toneelletterkunde, de Constantijn Huygensprijs en de Prijs der Nederlandse Letteren.

Selectie van zijn werk:

Kleine reeks (1947), De Metsiers (1950), De koele minnaar (1956), Suiker (1958), De dans van de reiger (1962, verfilmd in 1996), De vijanden (1967), Vrijdag - in vijf scènes (1969, verfilming in 1981met Claus zelf als regisseur), Het graf van Pernath (1978), Het verdriet van België (1983, verfilmd in 1994), Serenade (1984), Sonnetten (1988), Een zachte vernieling (1988), Belladonna (1994), De Geruchten (1996).

Literaire stroming:

De roman behoort tot de stroming van de experimentele proza.

Genre:

Het verdriet van België is een veelzijdige roman.  Deze roman bevat namelijk elementen uit verschillende soorten romans.

Ontwikkelingsroman:

Het behandelt de persoonlijke ontwikkeling van de hoofdfiguur Louis.

Sociale roman:

De roman gaat daarnaast in op het uiteenvallen van het gezin en de invloed van de katholieke kerk op het dagelijkse leven van de Vlamingen.

Oorlogsroman:

De oorlog speelt een grote rol in de belevingswereld van de verhaalfiguren. Iedereen ervaart de oorlog op een andere manier. 

Samenvatting:

Louis Seynaeve is een jongen van elf jaar. Hij groeit op in het nonneninternaat te Haarbeke, genaamd het Gesticht. Samen met Dondeyne, Byttebier en Vlieghe vormt hij de vier apostelen. Later wordt de club versterkt met Goossens.  De club beheert een aantal ‘verboden boeken’. Vader en opa Seynaeve komen Louis bezoeken. Ze vertellen hem dat zijn moeder van de trap gevallen is. Ze blijkt echter zwanger te zijn en is naar het ziekenhuis gebracht om daar te bevallen.

De paasvakantie mag Louis thuis, bij zijn familie in Walle, doorbrengen. Louis wordt ontvangen met een beeldje van een Duitse jongen met een hakenkruis. Samen met zijn vader brengt hij een bezoek aan Bomama, de moeder van zijn vader. Op zondag gaan ze naar een voetbalwedstrijd om te kijken naar Nonkel Florent, die reservekeeper is van Walle Sport. Hij blijkt vertrokken te zijn naar een andere club, genaamd Walle Stade. Vader is teleurgesteld, omdat hij Walle Stade een club vindt voor armoedzaaiers. Louis bezoekt met zijn moeder een voorstelling, ‘het pakket van de soldaat’ geheten. De moraal ‘toujours sourire’ (altijd blijven lachen) spreekt hem bijzonder aan.

Als Louis terug is in het Gesticht, geeft hij te kennen dat hij de leider van de vijf apostelen wil worden. Hij krijgt echter niet de steun van de anderen. Louis brengt een bezoek aan Zuster Sint Gerolf. Ze zit vastgebonden op een stoel en Louis steelt één van haar loden bikkels. De volgende dag vertelt hij Vlieghe een verhaal over de ‘gouden’ bikkel. De bikkel is een gewricht van het gestorven kind van de Zuster. Vlieghe gelooft hem niet. Opa en Tante Nora komen in het Gesticht langs om te vertellen dat Louis’ broertje dood geboren is. Daarop nemen ze hem mee naar de familie van zijn moeder in Bastegem.

Louis maakt kennis met Raf de Bock, die zijn vakantievriend wordt. Samen besluipen ze het kasteel van madame Laura, een hoer. Oma Meerke vertelt over haar overleden man, opa Basiel. Nonkel Omer komt thuis en neemt Louis mee naar Holst. Daar treffen zij madame Laura, op wie Holst al vanaf zijn veertiende verliefd is. Louis moet weer terug naar het Gesticht en krijgt van Raf een herinnering mee; een slip van madame Laura. Nonkel Armand geeft deze echter aan Louis’ moeder.

Terug in het Gesticht gedraagt Louis zich erg opstandig. Hij voelt zich door zijn moeder verlaten en vertelt Vlieghe dat hij meer om hem geeft, dan om zijn moeder. Vlieghe vindt het maar onzin. Louis zegt aan Dondeyne dat Vlieghe maar beter niet geboren had kunnen worden. Vlieghe is boos en beledigt Louis’ moeder. Louis weet de anderen te overtuigen dat Vlieghe een spion is. Hij wordt met zijn blote billen in een mand gedrukt, waarop Louis hem een bikkel tussen zijn billen stopt. Louis gaat met zijn moeder weer mee naar huis, omdat de oorlog steeds dichterbij komt.

Louis’ familie is grotendeels Duitsgezind. Als vader zijn auto kwijtraakt kan zelfs de politieman - en grote vriend - Theo van Paemel, hem niet helpen. Er is namelijk een groot dossier van vader waarin vermeld staat dat hij Duitse sympathieën koestert. Nonkel Firmin en Tante Berenice nemen afscheid van de familie, omdat ze willen vluchten naar Frankrijk. Zodra de oorlog uitbreekt vlucht Louis’ vader in een brandweerauto richting Frankrijk. Louis is opgelucht dat de Duitsers België binnenvallen. Hij heeft het gevoel dat hij nu ècht onder de Germanen is en denkt dat de oorlog zelfs goed is voor Vlaanderen.

Louis bezoekt het college Flandria en maakt daar kennis met priester De Kei. De priester schenkt bijzonder veel aandacht aan Louis. Louis en Maurice de Potter worden boezemvrienden. Samen bezoeken ze de ‘Vlaamse Kop’ Marnix de Puydt. Louis besluit dat hij ook schrijver wil worden. Na drie weken keert vader weer terug. Zijn drukkerij loopt slecht en hij kan niet meer aan papier komen. Moeder gaat, als secretaresse van Herr Lausengier, werken bij de ERLA-fabriek. Maurice krijgt intussen een onfortuinlijk ongeluk. Hij valt met zijn oog op de punt van een hek en overlijdt. Bij zijn begrafenis scheldt Louis de priester uit. Hij riskeert daarmee een schorsing. Samen met vader bezoekt hij het hoofd van de school. De schorsing gaat echter niet door, omdat Louis’ moeder kan voorkomen dat de neef van de priester in Duitsland te werk wordt gesteld.

Louis besluit zich aan te melden bij de NSJV (Nationaal Socialistische Jeugd Vlaanderen), de jeugdafdeling van het fascistische Vlaamsch Nationaal Verbond. Hij leest veel en schrijft bestaande teksten over. Als hij op een dag op wacht staat voor de Flandria, ziet hij zijn moeder lopen met haar baas. Ze doet net alsof ze haar zoon niet ziet. Later wordt hun geheime verhouding steeds duidelijker. Vader en de Kei zijn boos op Louis’ lidmaatschap van de NSJV. Tijdens een uitstapje van de NSJV ontmoet Louis de dochter van de apotheker, Simone Paelinck. Na een schermwedstrijdje van de NSJV wordt Louis onder de douche geplaagd. Hij bezoekt de vergaderingen niet meer en een tijdje later valt hij flauw. Bij de ERLA-fabriek wordt hij onderzocht door een dokter. Als deze hem vraagt zijn broek naar beneden te doen, voelt hij zich vernederd. Hij besluit wraak te nemen. Hij onthult thuis alles over de verhouding van moeder met Lausengier, waarop zijn ouders grote ruzie krijgen.

Het Gesticht is vernield door een bombardement. Veel zusters en kinderen komen om het leven. Zuster Sint Gerolf heeft de aanval overleefd en wordt ondergebracht bij Bomama. Ze snoept van Nonkel Roberts gehakt en sterft aan een voedselvergiftiging. Louis wordt met de Kinderlandverschickung een maand naar Duitsland gestuurd. Hij verblijft daar in een gastgezin en houdt iedere dag in zijn dagboek bij. Bij terugkomst wordt hij door zijn moeder afgehaald. Lausengier blijkt overgeplaatst te zijn naar het Oostfront en moeder is ontroostbaar.

Het gaat steeds slechter met Louis. Hij haalt slechte cijfers op school en moet het schooljaar over doen. In de liefde zit het ook niet mee. Simone Paelinck, de apothekersdochter blijkt verliefd te zijn op een ander. Louis zet zijn vriendschap met Raf de Bock, Holst, Jules Verdonk en Konrad voort. Hij steelt geld van tante Violet en een boek van Holst.

Louis keert terug naar zijn familie in Walle. Hij bezoekt een Franse film in de bioscoop. Daar treft hij tevens zijn vader aan - en dat terwijl hij de film afkeurde! Holst komt langs en belooft Louis dat hij voor meer boeken zal zorgen. Louis en zijn vader gaan naar Madame Laura, in Brussel. Ze vertelt dat ze met Holst gaat trouwen en geeft hun stiekem een grote hoeveelheid boeken mee. Louis verslindt het ene boek na het andere. Na het lezen van deze expressionistische en joodse boeken, stelt Louis langzaam maar zeker zijn mening over de Duitsers bij. Hij brengt ook een aantal van zijn boeken naar tante Nora, die hem verleidt en inwijdt in de liefde.

De opa van Louis trekt in bij zijn dochter, tante Mona. Hij heeft een schuldbekentenis van 100.000 frank getekend op naam van Louis’ vader. Het huis van Louis’ familie moet echter verkocht worden. Louis ontmoet plotseling Vlieghe weer, die lid is geworden van de NSJV. De oorlog loopt ten einde en de geallieerden komen steeds dichterbij. Louis’ familie wordt door Theo van Paemel geadviseerd onder te duiken. Louis neemt afscheid van Bekka (een vriendin van hem) en gaat met haar naar bed. Vader duikt onder en moeder gaat naar villa ‘Kernamout’. Louis duikt onder in het Gesticht in Waffelgem. Na een bezoek van de Witte Brigade (=het verzet) vlucht hij naar zijn opa en tante Mona. Later vertrekt hij met zijn moeder naar oma Meerke in Bastegem. De villa staat echter bekend als Duitsgezind en om de Poolse invasie te voorkomen, barricadeert Nonkel Armand het huis. Louis en Raf gaan langs bij Holst. Madame Laura is verdwenen. Later blijkt dat ze door haar man Holst is vermoord. In die tijd trekt Louis veel op met de Amerikanen en schrijft hij een verhaal voor Het Laatste Nieuws, genaamd Het Verdriet. Zijn vader wordt opgepakt en gevangen gezet. Als de vader van Louis’ vader overlijdt, weigert hij als gevangene naar de begrafenis te komen.

Louis wordt verleid door Michèle, weduwe van de dokter. Bij thuiskomst hoort hij zijn moeder voorlezen uit zijn verhalenschrift. Louis begint te huilen bij deze belachelijke voordracht, verscheurt het schrift en begint opnieuw. Hij schrijft over zijn verblijf in het Gesticht van Haarbeke. Louis’ moeder weet haar man weer vrij te krijgen. Vader betuigt spijt over zijn jodenhaat. Hij wil naar Argentinië, want in België kan hij alleen maar met meer verdriet te maken krijgen. Louis verneemt van Vlieghes vader, dat Vlieghe zelfmoord heeft gepleegd. Hij had bij een hoer een geslachtsziekte opgelopen en geprobeerd zichzelf te opereren. Louis krijgt een afscheidsbrief van Vlieghe, waarin deze schrijft dat hij altijd van Louis heeft gehouden.

De novelle “Het Verdriet” wordt door Het Laatste Nieuws afgewezen, maar wordt doorgespeeld aan het tijdschrift Mercurius. Zij nemen het werk wel op. Louis is nu eindelijk ook de Vlaamse kop geworden, die hij altijd al wilde zijn.

Tijd en tijdvolgorde:

De gebeurtenissen vinden plaats in de periode 1938-1947. Ze worden chronologisch verteld, waarbij hoofdzakelijk gebruik is gemaakt van de verleden tijd. Af en toe zijn passages in de tegenwoordige tijd geschreven. De chronologie wordt afgewisseld door enkele flash-backs.

 

Deel 1 begint in april 1938 en eindigt eind 1939. De vertelde tijd in deel 1 is dus ongeveer 1 ½ jaar. Deel 2 begint half maart 1940. Het verhaal eindigt ongeveer aan het eind van 1947. De vertelde tijd in deel 2 is dus ruim 7 ½ jaar. De totale vertelde tijd komt daarmee op zo’n 9 jaar.

Plaats/ruimte:

De gebeurtenissen vinden plaats in Zuidwest-Vlaanderen. Dit zijn de plaatsen Haarbeke (nonnenklooster), Walle (ouderlijk huis, college Flandria, café Groeninghe en drukkersbedrijf vader) en Bastegem (villa ‘Zonnewende’, woonplaats van Raf de Bock en Jules en kasteel van Madame Laura).

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

In het verhaal komen ruim vijftig verhaalfiguren voor. Ze worden niet allemaal even duidelijk beschreven en in dit onderdeel beperken we ons tot een beschrijving van de drie belangrijkste personages.

Louis Seynaeve:

Louis is de hoofdfiguur in deze roman. Het verhaal begint als hij elf jaar is. Hij is op zoek naar zijn eigen identiteit en het duurt een aantal jaren voordat hij deze vindt. Zijn besluit om schrijver te worden, zorgt ervoor dat hij iedere gewenste identiteit aan kan nemen. Hij is een leugenaar en gedraagt zich arrogant. Zijn sexuele gevoelens heeft hij altijd moeten onderdrukken, maar uiteindelijk gaat hij zich zekerder voelen bij een vrouw. Louis is een rond karakter.

Staf Seynaeve:

Staf is de vader van Louis. Hij is getrouwd met Constance Bossuyt en heeft een eigen drukkerij. Staf heeft fascistische ideeën en is sterk Duitsgezind. Later krijgt hij spijt van zijn anti-joodse gevoelens. Evenals zijn zoon, is Staf een grote leugenaar. Problemen worden op een ander afgewenteld of weggegeten. Hij is een rond karakter.

Constance Seynaeve-Bossuyt:

Constance is getrouwd met Staf en samen hebben zij één zoon, Louis. Ze is een mooie vrouw, die een verhouding krijgt met haar baas, Herr Lausengier, en later met de apotheker Paelinck. Als haar man gevangen genomen wordt, doet ze alles wat ze kan om hem weer vrij te krijgen. Ze is een rond karakter.

Onderlinge relaties:

In het onderstaande schema zijn de familierelaties van Louis weergegeven:

Familie Seynaeve

Familie Bossuyt

Opa Hubert (Peter) en oma Bomama

Opa Basiel (overleden) en Oma Meerke

Vader Staf

Moeder Constance

Tante Hélène en Eric

Nonkel Armand en Angelique

Tante Nora, Nonkel Leon en Nicole

Nonkel Omer en Thérèse

Tante Mona, Nonkel Ward en Cécile

Tante Violet en Gerhardt

Nonkel Florent

Tante Berenice en Nonkel Firmin

Nonkel Robert en Monique

De volgende verhaalfiguren spelen een grote rol in het leven van Louis:

Vlieghe, Priester de Kei, Holst, Maurice de Potter, Zuster Sint Gerolf, Konrad, Raf de Bock, Michèle.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

In Het verdriet van België komen een groot aantal thema’s en motieven aan de orde. Hieronder zullen de belangrijkste behandeld worden:

Identiteit:

Louis’ leven bestaat voor een groot deel uit leugens en fantasieën. Alleen door te fantaseren en te liegen kan Louis zich thuis en in het Gesticht staande houden. Hij twijfelt over zijn plaats in het leven. Heeft hij die wel? In het klooster meet hij zich de identiteit van apostel aan en als lid van de NSJV is hij soldaat. Louis besluit schrijver te worden. Als schrijver kan hij zich iedere gewenste identiteit aanmeten en de werkelijkheid naar zijn hand zetten.

Katholicisme:

Louis groeit op in het nonnenklooster. De invloed van het katholieke geloof op zijn verdere ontwikkeling is enorm. Hij wordt in het ongewisse gelaten over sexualiteit en groeit op in grote verwarring. Als hij bij een medisch onderzoek zijn geslachtsdelen moet ontbloten, voelt hij zich vernederd omdat zijn ‘grote geheim’ nu ontdekt is. Homo-gevoelens zijn eveneens taboe.

Oorlog:

De invloed van de oorlog wordt met name beschreven aan de hand van persoonlijke ervaringen. Zo is de landing van de geallieerden in Normandië slecht voor de vleeshandel van Nonkel Robert.

Familie:

Louis heeft een grote familie. Van vaders kant zijn er vijf ooms en tantes met enkele aangetrouwde familieleden. Moeder heeft nog vier broers en zussen en een aantal aangetrouwde familieleden. De familie heeft geen hechte band en veel huwelijken stranden. Eigenlijk zijn ze allemaal individuen, die alleen maar aan zichzelf denken en geen rekening houden met anderen.

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Claus is een Vlaamse schrijver. In zijn verhalen komen dan ook regelmatig Vlaamse woorden en uitdrukkingen voor, zoals “Zo noemt ge mij niet als ge onder uw kameraden zijt.”.

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Claus combineert in Het verdriet van België meerdere vertelsituaties. In de roman vinden we hoofdzakelijk de personale vertelsituatie, waarbij Louis het personaal medium is. Af en toe wordt gebruik gemaakt van de ik-vertelsituatie. Dat blijkt o.a. uit zinnen waarin zowel in de hij-vorm als in de ik-vorm gesproken wordt. Ook kan de auctoriale verteller en de auctoriale vertelinstantie herkend worden.

Perspectief:

Hij-perspectief en ik-perspectief.

Verhaalopbouw:

De roman is opgesplitst in twee delen.

Deel 1 (‘Het verdriet’) bevat 27 genummerde hoofdstukken, ieder met een titelnaam.

Deel 2 (‘Van België’) is niet in hoofdstukken opgedeeld. De teksten worden hier gescheiden door regels wit.

Eigen mening:

….