Maarten ‘t Hart - Het woeden der gehele wereld

De Arbeiderspers, Amsterdam (1993)

Titelverklaring:

Woeden betekent volgens het woordenboek “razen en tieren”, wat waarschijnlijk in Alexanders hoofd gebeurt. Maarten ‘t Hart heeft de titel ontleend aan een lied van Gabriel Faure;

‘querelles du monde’.

De auteur:

Maarten ’t Hart wordt geboren op 25 november 1944 in Maassluis. Na de lagere school gaat hij naar de HBS en vervolgens studeert hij biologie in Leiden. Na het afronden van zijn studie krijgt hij een baan als etholoog aan de Leidse universiteit. In 1971 debuteert hij onder het pseudoniem Martin Hart met de roman Stenen voor een ransuil. In 1973 schrijft hij Ik had een wapenbroeder. In 1975 krijgt hij de Multatuliprijs voor zijn roman Het vrome volk. In 1978 volgt Een vlucht regenwulpen dat werd verfilmd in 1981. De aanleiding tot het schrijven van De kroongetuige (1982) stamt uit Maartens studententijd. Enkele medestudenten maakten een film getiteld ‘Moord in het museum’. De opnamen werden gemaakt in het Rijksmuseum voor Natuurlijke Historie (Leiden), waarover het gerucht ging dat er een lijk in een pot alcohol verborgen zou zijn geweest. Over dit gegeven besloot Maarten ooit een boek te schrijven. Maartens werk kenmerkt zich door autobiografische elementen. De gebeurtenissen spelen zich vaak af in een streng godsdienstig milieu, waaraan de hoofdfiguur moeilijk kan ontsnappen. Ook het thema ‘anders zijn’ (met name door homoseksualiteit) komt in veel van zijn romans en proza naar voren.

Overige werken:

Mammoet op zondag (1977), Laatste zomernacht (1977), De droomkoningin (1980), De ortolaan (boekenweekgeschenk in 1984), Het woeden der gehele wereld (1993), De nakomer (1996).

Literaire stroming:

Moderne Nederlandse literatuur.

Genre:

Het woeden der gehele wereld is een combinatie van drie soorten romans: het is een streekroman, een detectiveroman en een psychologische roman.

Samenvatting:

Alexander Goudveyl groeit op in een vissersplaatsje aan de Nieuwe Waterweg. Zijn ouders zijn in de oorlog van Rotterdam naar het vissersplaatsje verhuisd. Zijn vader verdient de kost als voddenkoopman en als handelaar in metalen. De familie wordt door de inwoners van het vissersplaatsje met de nek aangekeken. Dit komt voornamelijk omdat het kerkgenootschap waarbij de Goudveyls aangesloten waren, in hun nieuwe woonplaats ontbreekt (daarom zijn ze maar gereformeerd geworden). Alexander wordt erg gepest door zijn leeftijdsgenootjes (zij vermoorden hem zelfs bijna). Sindsdien denkt hij dat God hem blijkbaar wil doden. In het pakhuis van zijn vader staat een oude piano waarop hij zichzelf leert spelen. Vader Goudveyl wordt regelmatig gechanteerd door Vroombout. Als Alexander op een dag ergens aan het vissen is, komt Vroombout langs en vraagt Alexander voor een kwartje zijn geslacht te laten zien. Deze gebeurtenis herhaalt zich nog meerdere malen.

Tijdens de “Kruishoop-campagne” begeleidt Alexander op de piano de gezongen liederen. Vroombout wordt vermoord, terwijl Alexander gewoon doorspeelt. Als hij zich omdraait, ziet hij de moordenaar en ziet dat de man zich nu op hem richt. Alexander wordt later herhaaldelijk door inspecteur Graswinckel verhoord. De inspecteur zoekt een verband tussen de pedofiele neigingen van Vroombout en de moord. Dit onderzoek loopt al snel dood.

Alex raakt bevriend met Alice Keenids’ zoons: eerst met Herman, later met William. Alice is pianolerares en Alex krijgt les van haar; hij hoeft haar pas later te betalen.

Na de zomer gaat Alex naar het lyceum. Op een van zijn (trein)reizen hoort hij de apotheker Minderhout met een raadselachtige man praten. Onverwacht heeft zijn vader de ‘Bluthner’-piano verkocht. Alex mag van Minderhout op zijn vleugel spelen. Minderhout probeert Alex over het politieonderzoek naar de moord op Vroombout uit te horen.

Alice reageert verdacht op een aantal foto’s die rechercheur Douvetrap haar laat zien.

Alex muciseert met William, Alice Keenids’ jongste zoon, en praten samen over de verdenkingen die zij hebben over Williams’ moeder en Minderhout.

Alex wordt verliefd op Janny, het vriendinnetje van Herman. Mede door haar verhalen over de vluchtboot, vraagt hij aan Varenkamp wie er allemaal precies op die boot zaten.

Minderhout heeft indertijd de (vlucht)logger geregeld voor hoogleraar farmacie Edersheim en zijn vrouw. Yvonne probeert Alex te verleiden, wat haar uiteindelijk ook lukt. Ze ‘ontknaapt’ hem.

Alex bezoekt weduwe Vroombout als pianostemmer. De vrouw praat over haar zoons,

Arend en Willem. Ze zegt dat de vluchtelingen haar jongste zoon Arend hebben vermoord, omdat ze voor de vluchtpoging niet betaald zouden hebben.

Na de dood van zijn ouders ontdekt Alex dat hij rijk is. Ook vindt hij het bewijs dat Arend Vroombout geld van zijn vader had geleend dat nooit was terugbetaald.

Als hij zijn pianolessen gaat betalen aan Alice, wordt ze woedend wanneer de moord ter sprake komt.

Alex trouwt met Joanna. Aaron Oberstein is niet op de bruiloft aanwezig. Joanna zegt dat hij het verlies van zijn eerste vrouw nooit heeft kunnen verwerken en eigenlijk om niemand geeft.

In het laatste deel van het verhaal (‘Sirius’) heeft Alex een onaangename ontmoeting met zijn schoonvader. Alex verdenkt hem van de moord op Vroombout. De waarheid komt naar boven als ze samen een eindje gaan wandelen. Oberstein vertelt dat hij wel getuige was maar niet de moordenaar, en Alex beseft dat zijn vader of moeder de dader moet zijn geweest.

Er wordt verder over het onderwerp gezwegen en Aaron stelt Alex voor om een opera te componeren, met Joanna in de hoofdrol en hijzelf als dirigent.

Tijd en tijdvolgorde:

Het verhaal wordt chronologisch verteld. Het speelt zich af in een tijdbestek van 20 ŕ 30 jaar.

Een cruciaal moment in het boek is de moord op politieagent Vroombout, op 22 december 1956. Aan het einde van het boek is Alexander al geruime tijd getrouwd met Joanna.

Plaats/ruimte:

Het verhaal speelt zich af in een vissersplaatsje aan de Nieuwe Waterweg (waarschijnlijk Maassluis). Tijdens Alexanders studie woont hij in Leiden.

De ruimte speelt een minder belangrijke rol in dit boek. In de proloog weet de lezer al dat het in dit verhaal over een ‘vreemde wereld’ gaat,  de wereld van Alexanders jeugd.

Karakterbeschrijving en -ontwikkeling:

De hoofdpersoon is erg zuinig en bekrompen opgevoed. Zijn ouders interesseren zich niet voor zijn liefde voor muziek. Hij groeit min of meer in een isolement op, omdat hij een buitenbeentje is. Hij wordt ook erg gepest door zijn leeftijdsgenoten. Hij kiest voor de muziek in plaats van voor de farmacie en wordt steeds zelfstandiger tijdens zijn studie. Hij wordt componist. Hij is een rond karakter.

 

De ouders van de ik-figuur zijn vlakke karakters. Met uitzondering van Minderhout zijn de overige figuren ook vlakke karakters. Minderhout is ruimdenkend en heeft een brede interesse. Hij steunt Alexander. Er wordt veel over Minderhout geroddeld, vooral met betrekking tot zijn affectie voor meisjes.

Onderlinge relaties:

Graswinkel en Douvetrap:

Dit zijn twee politieinspecteurs.

Herman en William:

Dit zijn de zoons van de Engelse vrouw Alice Keemds.

Hester:

Dit is de dochter van de hoogleraar farmacie Edersheim (die bevriend is met Simon Minderhout).

Joanna:

Dit is de dochter van dirigent Aaron Oberstein en halfzuster van Alexander. Oberstein blijkt de vader van Alexander te zijn.

Geloofwaardigheid van het verhaal:

….

Thematiek:

De hoofdpersoon is op zoek naar zijn eigen identiteit. Muziek wordt zijn houvast; het is belangrijker dan filosofie en belangrijker dan God. Tijdens zijn zoektocht naar de dader van de moord op een politieman, ontdekt hij zijn eigen afkomst..

Motto:

Geen.

Taalgebruik:

Het verhaal is gemakkelijk te lezen. Soms gebruikt de schrijver woorden uit het dialect, zoals bijvoorbeeld “hittepitje”, “juut” en “gassi”. De ik-figuur gebruikt zinnetjes die hij als een soort commentariërende verteller vertelt, zoals bijvoorbeeld “Maar laat ik niet op de zaken vooruitlopen.”

Opdracht:

Geen.

Vertelsituatie:

Ik-vertelsituatie en een auctoriale vertelinstantie.

Perspectief:

Ik- en hij perspectief.

Verhaalopbouw:

Deze roman bestaat uit drie delen. De hoofdpersoon neemt je als lezer bij de hand en voert je door het verhaal. Er zijn veel uitweidingen die niet direct met het plot te maken hebben. Het duurt ook vrij lang voordat in het verhaal de detective-achtige spanning is opgebouwd.

Eigen mening:

….