Module 11 | | | Cremers, DLJ | 2-2-2001 |
|
| VRAAG 12 |
| Bij vier verwante soorten zijn de toestanden van drie kenmerken vastgesteld. Elk kenmerk kan in twee toestanden voorkomen (bijvoorbeeld a en a’) en de voorouderlijke toestand is a b c (onder in de boom aangegeven). Welk van de weergegeven bomen is het meest parsimoon? |
|
|
|
| HINT: |
| Goed. In boom C worden de kenmerktoestanden van de soorten verklaard op basis van slechts drie mutaties. |
|
|
|