Voorbeeld tentamen vragen.
3A) Prokaryaoten hebben maar 1 chromosoom niet omgeven door eiwitten en de replicatie begint maar op 1 plaats.
4A) Eukaryotische chromosomen zijn verpakt in nucleosomen (eiwitten)
7DE ) Anticodon = AGC sequentie schrijf je altijd van 5' naar 3' (denk daaraan)
8E) Eerst transcriptie dan splicing (vind nog plaats in de kern) dan translatie
23A) sex-linked (dan ligt het op X of Y chromosoom)
Autosomaal is op alle chromosomen.
Sex linked dominant dan op Y chromosoom dus 100 %
Sex linkde recessief dan op X chromosoom maar moeder is geen drager
Autosomaal recessief dan moet zowel de moeder als de vader drager zijn geweest
Autosomaal dominant dan was de vader van Woody drager en heeft Woody 50 % kans om ziek te worden.
Driefactorkruising
Drie phenotypes
Sc: scute = het ontbreken van borstels
SC (wild type), hier voor de eenvoud als + weergegeven.
Ec: echinus = ruw oogopperblak
EC als + weergegeven
Cv: cross-veinless = dwars aders in vleugels ontbreken
CV als + weergegeven
Ze zijn alledrie recessief
In dit voorbeeld willen we de genetische afstand tussen deze drie genen te weten komen die kennelijk tot een koppelings-groep behoren. (ze liggen alle drie op het zelfde chromosoom)
1) De mutaties zijn recessief ( de meeste mutaties gedragen zich recessief)
2) In dit geval neem je een homozygoot wild type die je eerst met een homozygoot mutant kruis de nakomeling is in dit voorbeeld een vrouwtje
Plaatje 1 blz 62
De I en II zijn de plaatsen waar crossing over kan plaatsvinden.
Om de genetische afstand tussen deze genen te bepalen, kruis je zo'n heterozygoot recessieve driefactor mutant terug met een mhomozygoot recessieve ouder
Dan is het fenotype van de nakomelingen het genotype van de moeder.
Welke mogelijke recombinaties kunnen nu optreden ?
Hoe verder ze van elkaar liggen hoe groter de kans is op een recombinatie