| VRAAG 1 |
Welke van de onderstaande begrippen is
gedefinieerd als 'de kans dat we de nulhypothese niet verwerpen
terwijl de alternatieve hypothese waar is':
|
|
|
| VRAAG 2 |
Als men bij een bepaalde toets het
kritieke gebied vergroot, wat gebeurt er dan met de
onbetrouwbaarheid en het onderscheidingsvermogen?
|
|
|
| VRAAG 3 |
Iemand toetst de zuiverheid van een
muntstuk door er 7 maal mee te werpen. Hij neemt zich voor, het
muntstuk als onzuiver te beschouwen als hij 7 keer munt of 7 keer
kruis gooit. Hoe groot is de kans dat hij het munststuk als
onzuiver zal beschouwen, als de munt in werkelijkheid zuiver is?
|
|
|
| VRAAG 4 |
We kijken nogmaals naar het vorige
probleem. Iemand toetst de zuiverheid van een muntstuk door er 7
maal mee te werpen. Hij neemt zich voor, het muntstuk als onzuiver
te beschouwen als hij 7 keer munt of 7 keer kruis gooit. Kunt u
iets zeggen over de kans dat hij het munststuk als onzuiver zal
beschouwen, als de munt in werkelijkheid onzuiver is?
|
|
|
| VRAAG 5 |
In een laboratorium worden veel proeven
gedaan met muizen. Van een bepaalde stam muizen is bekend dat het
gewicht van een muis bij een leeftijd van 60 dagen gelijk is aan 72
gram. In een experiment wordt gekeken of een nieuw ontwikkeld stofje
de groei van muizen bevorderd. Twaalf muizen vanaf hun geboorte
worden blootgesteld aan het stofje en na 60 dagen worden ze gewogen.
De resulaten zijn:
| 75.9
| 79.2
| 72.9
| 77.9
| 72.6
| 68.3
| 75.3
| 72.5
| 77.7
| 80.5
| 67.7
| 71.6 | We willen weten of
het stofje de groei bevordert. Dat gaan we uitzoeken via een
t-toets. Hoe luiden de nulhypothese en de alternatieve
hypothese?
|
|
|
| VRAAG 6 |
Vervolg van de vorige opgave. De resulaten
waren:
| 75.9
| 79.2
| 72.9
| 77.9
| 72.6
| 68.3
| 75.3
| 72.5
| 77.7
| 80.5
| 67.7
| 71.6 | Bereken de waarde van
de toetsingsgrootheid bij de (een-steekproef) t-toets met H0: mu =
72.
|
|
|
| VRAAG 7 |
Bij de vorige vraag moet u nog de kritiek
waarde bepalen. Het ging daar om een eenzijdige toetsing, met 12
waarnemingen. Bepaal de kritiek waarde bij alpha = 5%(bijvoorbeeld
via EXCEL, functie TINV, zie Statistiek en EXCEL). Wat is het
antwoord?
|
|
|
| VRAAG 8 |
Vervolg vorige vraag. We vonden een waarde
van de toetsingsgrootheid 1.976 een een kritieke waarde 1.796
Hoe luidt de conclusie van de toets?
|
|
|