VRAAG 1
In een experiment is gekeken naar de invloed van temperatuur op de loopsnelheid van een loopkever (Notiophilus biguttatis). De onderzoeker vermoedt dat de loopsnelheid lineair toeneemt bij het stijgen van de temperatuur (tussen 5 en 25 graden Celsius). Hij heeft 16 kevers random verdeeld over 4 groepen van 4. De groepen zijn enkele uren blootgesteld aan een temperatuur van respectievelijk 5, 10, 15 en 20 graden Celsius. Aan het eind van de periode heeft hij de loopsnelheid gemeten (in cm/sec)

temp 5 5 5 5 10 10 10 10 15 15 15 15 20 20 20 20
rate 3.7 4.5 6.1 5.6 2.8 6.3 4.8 6.2 3.4 5.8 5.4 7.3 4.4 3.9 3.0 5.7

Welke toets of techniek sluit het beste aan bij de vraagstelling?
ANTWOORD
Correlatie.
Regressie.
ANOVA
Gepaarde t- toets.
VRAAG 2
Vervolg vorige opgave. Een regressieanalyse via EXCEL geeft de volgende output:

THE REGRESSION EQUATION IS
Loopsnelheid = 3.04 + 0.152 Temperatuur
Predictor Coef Stdev t-ratio P
Constant 3.0375 0.6270 4.8443 0.0003
Temperatuur 0.1515 0.0458 3.3884 0.0052
s = 1.0239     R-sq = 43.9%      R-sq(adj) = 39.9%

ANALYSIS OF VARIANCE
SOURCE DF SS MS F P
Regression 1 11.4761 11.4761 10.9458 0.0052
Error 14 14.6783 1.0484    
Total 15 26.1544      

Welke conclusie is nu gerechtvaardigd?
ANTWOORD
Loopkevers lopen significant harder bij hogere temperatuur (alpha = 0.05), uitgaande van een rechtlijnig verband. Dat is zo omdat de P-waarde van het getal 3.0375 kleiner is dan alpha.
Loopkevers lopen significant harder bij hogere temperatuur (alpha = 0.05), uitgaande van een rechtlijnig verband. Dat is zo omdat de P-waarde van het getal 0.1515 kleiner is dan alpha.
De loopsnelheid van loopkevers, als functie van de temperatuur, wordt beschreven door de vergelijking: 'Loopsnelheid = 3.04 + 0.152 Temperatuur', (alpha = 0.05). < /FONT >
De loopsnelheid van loopkevers, als functie van de temperatuur, wordt beschreven door een rechtlijnig verband (alpha = 0.05).
VRAAG 3
Vervolg op de vorige vraag. In de regressietabel staat dat s = 1.0239
Wat is de betekenis van s?
ANTWOORD
s is de standaarddeviatie van de 16 loopsnelheden.
s is de standaarddeviatie van de temperatuur.
s is de standaarddeviatie van de ruis om de regressielijn.
s is de gemiddelde loopsnelheid.
VRAAG 4
De systolische bloeddruk SB (in mm Hg) en het bloedverlies BV (in ml) tijdens een operatie werden bij 12 patiënten bepaald. Men wil weten of er een verband bestaat tussen SB en BV.

patiënt 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12
SB 93 90 127 104 110 106 88 90 80 108 91 105
BV 274 170 352 317 171 150 245 120 190 288 205 150

Welke toets of techniek kunt het beste gebruiken bij deze data.
ANTWOORD
Een gepaarde t-toets.
Regressie.
Correlatie.
Een 2-steekproef t-toets.
VRAAG 5
Bij de vorige vraag bleek een correlatietoets gedaan te moeten worden. De correlatiecoëfficient kan berekend worden via EXCEL. De uitkomst is 0.453. Is er sprake van een significante correlatie (alpha = 0.05)?
ANTWOORD
Nee, want 0.453 is kleiner dan de kritieke waarde 0.5324.
Nee, want 0.453 is kleiner dan de kritieke waarde 0.5529.
Nee, want 0.453 is kleiner dan de kritieke waarde 0.5760.
Ja, want 0.453 is kleiner dan de kritieke waarde is 0.5760.
VRAAG 6
De gierzwaluw is een van de laatste zomervogels die in Nederland arriveert, meestal rond koninginnedag. In de rubriek `Alledaagse Wetenschap' van de NRC verscheen op 24-05-97 een overzicht van de eerste waarnemingen van de gierzwaluw in Amsterdam gedurende 25 jaar.

1973 3 mei 1980 29 apr 1987 24 apr 1994 27 apr
1974 10 mei 1981 29 apr 1988 27 apr 1995 23 apr
1975 5 mei 1982 ? 1989 ? 1996 20 apr
1976 5 mei 1983 ? 1990 ? 1997 25 apr
1977 29 apr 1984 ? 1991 25 apr    
1978 ? 1985 2 mei 1992 30 apr    
1979 5 mei 1986 2 mei 1993 23 apr    


In verband met 'global warming' verwacht men dat zomervogels steeds
eerder uit hun overwinteringsgebieden zullen gaan terugkeren.
De vraag is of die verwachte trend nu reeds waarneembaar is.
Met welke techniek zou u deze vraag het beste kunnen beantwoorden?
ANTWOORD
Correlatie
Regressie
ANOVA
T-toets
VRAAG 7
Vervolg van vorige vraag. Is hier sprake van een eenzijdige of een tweezijdige toetsing?
ANTWOORD
Tweezijdige toetsing, want je wilt weten of de richtingscoëfficiënt van de regressielijn van 0 verschilt.
Eenzijdige toetsing, want je wilt weten of de richtingscoëfficiënt van de regressielijn groter is dan 0.
Eenzijdige toetsing, want je wilt weten of de richtingscoëfficiënt van de regressielijn kleiner is dan 0.
Je kunt helemaal geen onderscheid maken tussen eenzijdig en tweezijdig toetsen bij regressie.
VRAAG 8
Vervolg van de vorige opgave. In de tabel ontbreken voor een flink aantal jaren gegevens.
Hoe beïnvloedt dit bij de regressieanalyse de fout van de eerste soort en de fout van de tweede soort, bij een alfa van 5%?
ANTWOORD
Door het ontbreken van de jaartallen wordt de kans op de fout van de eerste soort groter en van de tweede soort kleiner.
Door het ontbreken van de jaartallen wordt de kans op de fout van de eerste soort kleiner en van de tweede soort groter.
Door het ontbreken van de jaartallen blijft de kans op de fout van de eerste soort gelijk en wordt de kans op de fout van de tweede soort kleiner.
Door het ontbreken van de jaartallen blijft de kans op de fout van de eerste soort gelijk en wordt de kans op de fout van de tweede soort groter.