| VRAAG 1 |
Men plaatst 15 aselect gekozen slakken in
een aquarium met zuurstofarm water en kijkt of ze omhoog (h) dan wel
naar beneden (b) gaan.
| slak |
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
11 |
12 |
13 |
14 |
15 |
| richting |
h |
b |
h |
h |
h |
b |
h |
h |
b |
h |
h |
h |
h |
h |
h | We willen weten of slakken in
zuurstofarm water een voorkeur hebben voor één van beide richtingen.
Welke van onderstaande toetsen kunt u hiervoor gebruiken?
|
|
|
| VRAAG 2 |
Vervolg van de vorige opgave. Daar zagen
we dat 12 slakken omhoog gingen en 3 slakken naar beneden. Bepaal de
waarde van de chi-kwadraat toetsingsgrootheid als we een verhouding
1:1 willen toetsen.
|
|
|
| VRAAG 3 |
Hoe luidt de conclusie bij de vorige
opgave?
|
|
|
| VRAAG 4 |
Bij kruising van twee erwtenrassen met
gele ronde en groene gerimpelde zaden vond men onderstaande
frequenties voor de vier resulterende fenotypen.
| Rond&Geel |
Gerimpeld&Geel |
Rond&Groen |
Gerimpeld&Groen |
| 315 |
101 |
108 |
32 | Deze gegevens
worden door twee onderzoekers op verschillende wijze geanalyseerd.
* Onderzoeker A gaat na of de gevonden frequenties te verenigen
zijn met de verhouding 9 : 3 : 3 : 1, en gebruikt daartoe een
chi-kwadraattoets voor verschillen. * Onderzoeker B plaatst de
gevonden frequenties in een 2 maal 2-tabel zoals hieronder is
weergegeven en voert een chi-kwadraattoets voor onafhankelijkheid
uit.
| |
Rond |
Gerimpeld |
| Geel |
315 |
101 |
| Groen |
108 |
32 | Met welke van de
onderstaande beweringen bent u het eens?
|
|
|
| VRAAG 5 |
In een genetica-experiment wordt gekeken
naar de kenmerken oogkleur (Rood of Wit) en vleugelvorm (Normaal of
Gekreukeld) bij de fruitvlieg Drosophila melanogaster.
Een onderzoeker
toetst de hypothese dat de aantallen zich verhouden als 9:3:3:1.
Deze hypothese berust op het idee dat oogkleur en vleugelvorm
onafhankelijk overerven, en dat rood en wit zowel als normaal en
gekreukeld voorkomen in de verhouding 3:1. Hij gebruikt daar de
chi-kwadraattoets voor aanpassing voor. Bepaal de kritiek waarde
van deze toets, als alpha = 5%.
|
|
|
| VRAAG 6 |
Vervolg vorige opgave. We moeten een
chi-kwadraattoets van aanpassing uitvoeren, om te zien of de
getallen afkomstig zijn van een 9:3:3:1 verdeling. De data werden
gegeven door
Bepaal de verwachte
aantallen
|
|
|
| VRAAG 7 |
Vervolg vorige opgave. De waarde van
de toetsingsgrootheid blijkt te zijn 15.14 (Ga na!). De nulhypothese
moet dus worden verworpen. Welke biologische conclusie kan er nu
(afgezien van de onbetrouwbaarheid) worden getrokken?
|
|
|
| VRAAG 8 |
Een van de eerdere opgaven ging over
slakken die in een aquarium waren geplaats met zuurstofarm water.
Die data zijn afkomstig uit een groter experiment. Daarin waren 30
slakken aselect in twee gelijke groepen verdeeld. Groep I werd
geplaatst in O2-arm water en groep II in O2-rijk water. Men keek
vervolgens of de slakken omhoog (h) dan wel naar beneden (b) gingen.
| O2-rijk |
h |
b |
h |
b |
b |
b |
h |
h |
b |
b |
h |
h |
b |
h |
h |
| O2-arm |
h |
b |
h |
h |
h |
b |
h |
h |
b |
h |
h |
h |
h |
h |
h | Met welke toets kan men
onderzoeken of slakken in zuurstofrijk water zich anders gedragen
dan slakken in zuurstofarm water?
|
|
|
| VRAAG 9 |
Vervolg van de vorige opgave. Wat is de
kritieke waarde (bij alfa = 5%) van de chi-kwadraat toets bij de
slakkendata?
|
|
|
| VRAAG 10 |
De Jacobsvlinder (Tyria jacobaea) legt
haar eieren op het Jacobskruid (Senecio jacobaea). In een onderzoek
naar het leggedrag van deze vlinder heeft men in een duingebied 250
planten geinspecteerd en bij iedere plant bepaald hoeveel eieren
erop afgezet zijn. De resultaten waren als volgt:
| Aantal legsels per plant |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 (of meer) |
totaal |
| Aantal planten |
94 |
135 |
19 |
2 |
0 |
250 | De onderzoekers
vragen zich af of het al aanwezig zijn van een ei het leggedrag van
de vlinders beinvloedt. Welke kansverdeling zou de variabele Z
"het aantal legsels per plant" volgen als vlinders volstrekt random
hun eitjes afzetten?
|
|
|
| VRAAG 11 |
Vervolg van de vorige opgave. De
onderzoekers gaan toetsen of de waargenomen aantallen legsels
beschreven kunnen worden met een Poissonverdeling. Daarvoor moeten
zij eerst de best-passende Poissonverdeling zoeken bij de data. Die
wordt gegeven door de Poissonverdeling, waarvan de parameter labda
gelijk is aan het gemiddelde aantal legsels per plant. Hoe groot is
dat gemiddelde?
| Aantal legsels per plant |
0 |
1 |
2 |
3 |
4 (of meer) |
totaal |
| Aantal planten |
94 |
135 |
19 |
2 |
0 |
250 |
|
|
|
| VRAAG 12 |
Vervolg van de vorige opgaven. Bij de data
vonden we een gemiddelde van 0.716 legsels per plant. Bereken de
verwachte aantallen als we uitgaan van een Poissonverdeling met
labda = 0.716. (in totaal waren er 250 planten)
|
|
| VRAAG 13 |
Vervolg van de vorige opgaven. Na
berekening van de verwachte aantallen moeten we de chi-kwadraat
toetsingsgrootheid berekenen. Eerst moeten we echter kijken of de
verwachte aantallen niet te klein zijn. Het getal 1.55 is duidelijk
te klein. Daarom voegen we de klassen '3' en '4 of meer' samen tot
de klasse '3 of meer'. Dat levert de volgende tabel
| Aantal legsels per plant |
0 |
1 |
2 |
3 (of meer) |
totaal |
| Aantal planten |
94 |
135 |
19 |
2 |
250 |
| Verwachte aantallen |
122.18 |
87.48 |
31.32 |
9.02 |
250 |
De waarde van
de toetsingsgrootheid is 42.6 (Ga na!). Wat is het bijbehorende
aantal vrijheidsgraden?
|
|
|
| VRAAG 14 |
Vervolg van de vorige opgaven. Het is
duidelijk dat de nulhypothese moet worden verworpen. Wat kunt u nu
concluderen?
|
|
|