Marina Bongers, afdeling ecologie, Vrije Universiteit (VU)
Auteurs: Clara Kurniawan 1234277, Monique Corbin 1205412, Daniel Cremers 1235532,
Laura Boszhard 1260006
Docent: Drs. P. de Haas
Aantal woorden: 1438
Met een groep van vier mensen hebben wij een interview afgenomen met Marina
Bongers. Ze is afgestudeerd in de richting milieuhygiëne aan de Universiteit
van Wageningen Momenteel is ze een assistente in opleiding(AIO) aan de VU en
werkt nu aan MIXTOX. Dit is een grootschalig onderzoek naar de effecten van
de combinatie van toxische stoffen op bodemorganismen.
Ze is er sinds 1997 mee bezig en over een paar maanden is het onderzoek voltooid.
Wij waren natuurlijk benieuwd naar haar werk en hoe het er eigenlijk aan toe
gaat als wetenschapper. Daarom hebben we haar een paar vragen gesteld. De samenvatting
van dat uiterst boeiende gesprek hebben wij hieronder weergegeven.
Het interview:
Wetenschap is een manier om precies uit te zoeken hoe iets werkt. Maar er zijn
veel beschrijvingen van dat begrip en het is niet echt duidelijk wat het nu
wel en niet is. Pseudo-wetenschappen vind ik bijvoorbeeld vaak niet echt pseudo-wetenschappen.
De onderzoeksvragen die daar worden gesteld zijn vaak gewoon moeilijk te testen.
Bovendien kan je als je ook een beetje kritisch kijkt, zien dat er tussen wat
echte wetenschap genoemd wordt ook heel veel "pseudo-wetenschap" zit.
Er zijn natuurlijk wel uitzonderingen in de pseudo-wetenschappen. Daarbij heb
ik echt het gevoel dat ze er niets aan willen doen om het uit te zoeken en dan
kan je het niet echt wetenschap noemen.
Wat ik bijvoorbeeld erg vind is de manier waarop onderzoek gedaan wordt in de
bedrijven. Daar krijgen de wetenschappers maar een korte tijd om met een resultaat
te komen. Ze krijgen bijvoorbeeld maar drie maanden, terwijl wij gewoon vier
jaar krijgen. Als zij met een resultaat komen, zijn zij er meestal niet zeker
van. Wij kunnen in geval van twijfel nog wat testen doen. Daarom vind ik dat
hun mannier van wetenschap niet echt een voorbeeld kan zijn van hoe het echt
moet.
Zelf doe ik onderzoek naar het effect van combinaties van toxische stoffen
op organismen die in de bodem leven. Het organisme dat ik voor mijn onderzoek
gebruik is het springstaartje. Dit organisme zorgt voor de afbraak van schimmels
en ander organisch materiaal in de bodem. Het heeft dus een tamelijk belangrijke
functie in het ecologische systeem van de bodem.
In ons onderzoek kweken we het springstaartje door het te voeden met Dr. Oetker
(bakmeel). Daar planten ze zich razendsnel in voort. Als ze zich dan genoeg
hebben vermenigvuldigd, stoppen wij ze in aarde die we van tevoren hebben behandeld
met toxische stoffen. Na een tijd (als de volgende generatie er al is), stoppen
wij de aarde in een potje en gieten er water bij. De springstaarten komen dan
aan de wateroppervlakte, omdat ze een waterafstotende huid hebben. Van de springstaarten
maken wij dan vervolgens een gedetailleerde foto en dan is het tellen geblazen
met een kolonieteller die je ook gebruikt voor bacteriën.
Als je me vraagt hoe ik alles heb opgezet, moet ik je helaas mededelen dat het
hele project al van te voren vast stond. De oprichters hebben het voorstel geschreven,
bepaald welke stoffen gebruikt zouden worden, wat de dosis van die stoffen moest
zijn en welke combinaties van stoffen er gemaakt moesten worden. Ik kon er dus
zelf niet veel aan veranderen, maar ik kreeg wel invloed door de manier waarop
ik het experiment heb uitgevoerd.
Kant en klare modellen heb ik voor mijn onderzoek niet. Het is de bedoeling
dat uit mijn onderzoek een model ontstaat. We gaan namelijk uit van een bepaald
model dat alleen maar geldt voor een enkele toxische stof. Dat model werkt niet
bij het mengen van toxische stoffen en daarom proberen we door onderzoek een
nieuw model te krijgen dat wel geschikt is. Ons onderzoek is dus een combinatie
van inductie en deductie, omdat we een theorie hebben, gegevens verkrijgen en
een nieuwe theorie produceren.
Objectiviteit is nu niet echt een probleem, hoewel ik moet zeggen dat ik wel
eens niet objectief bezig was, omdat ik uitging van een daling in het aantal
nakomelingen bij het toevoegen van chemische stoffen. Dit blijkt niet altijd
het geval te zijn, soms zijn er zelfs meer nakomelingen bij een combinatie van
stoffen.
Zo zie je maar dat het altijd anders uit kan pakken dan je ervan verwacht.
Ik vind dat je voor je onderzoek gewoon levende beestjes mag gebruiken, hoor.
Maar ik moet wel zeggen dat ik het wel af en toe heel sneu vind voor die beestjes
als ze lijden in die giftige mengsels. Toch heeft dit geen invloed op mijn experiment,
want ik weet dat ze in de vrije natuur ook niet zo lang te leven hebben.
Bij het kiezen van een leuk onderwerp om aan te werken heb ik het geluk gehad dat precies dat wat ik het leukste vind vrij was. Er was dus geen sprake van een beperking in de vrijheid om te onderzoeken wat ik wou. Het ligt natuurlijk anders als de post die je uit hebt gekozen niet meer beschikbaar is (je moet er namelijk naar solliciteren). Dan heb je de keuze om iets anders te gaan doen en daar minder plezier aan te beleven, of zelf een voorstel voor een onderzoek in te dienen. Bij dat laatste loop je echter wel het risico dat ze het onderzoek niet interessant genoeg vinden en dat ze het afwijzen. Er is dus indirect wel een klein beetje druk op je beslissing, maar het is niet zo dat je helemaal geen keus hebt!
Mijn onderzoek doe ik in een samenwerkingsverband met andere teams in andere
landen (het is een EU samenwerkingsverband). Het Amsterdamse team bestaat uit
zes stafleden, vier analisten en twaalf aio's. Dan is er ook nog net zo een
groep in Wageningen. Iedereen heeft zijn eigen specialisatie en alle onderzoeken
samen vormen dan het uiteindelijke resultaat (dus ik doe onderzoek met springstaarten
en een ander teamlid doet dan weer onderzoek met een ander organisme. Op die
manier vullen wij elkaar aan.) Er zijn, zoals ik al zei, ook groepen in andere
EU landen. We hebben een groep in Zweden en in Engeland. Het is in zijn geheel
dus een heel groot project.
Resultaten die ik krijg uit het onderzoek deel ik met mijn collega's en ook
met andere wetenschappers. Van de gegevens die ik vrijgeef wil ik dan ook de
garantie dat mijn naam in het artikel vermeld staat. Het is echter wel van belang
niet te specifiek in te gaan op het onderzoek. Specifieke resultaten krijgen
vakgenoten pas te zien in mijn artikel.
Ik hoop dat de resultaten die ik verkrijg zullen zorgen voor het bijstellen
van de toxiciteitnormen die nu bestaan. Wel ben ik bang dat ze kunnen worden
gebruikt om bepaalde combinaties van toxische stoffen te kunnen rechtvaardigen
doordat ze de bodemorganismen niet schaden. Ze hoopt in ieder geval dat haar
onderzoekresultaten niet gebruikt worden om zware milieuverontreiniging te gedogen.
Het publiceren van mijn artikel heeft nu bij mij de hoofdprioriteit. Ik heb
een stapel gegevens die ik kan gebruiken, maar dat neemt niet weg dat het bijzonder
moeilijk is. Ik heb nog geen ervaring met publicaties. Ik ben er wel zeker van
dat ik het, als het artikel af is, in een niet al te groot tijdschrift zoals
"Environmental Polution" plaats. Dan heb ik namelijk veel kans dat
het er in komt en dat het wordt gelezen door het juiste publiek. Er zijn namelijk
tijdschriften die over ecologische onderwerpen gaan.
Het plaatsen van een artikel in een tijdschrift als Nature is iets wat niet
voor mij weggelegd is. Ten eerste is het onderwerp niet boeiend genoeg. Er zijn
enkele teams die er al jaren aan werken en het is dan ook niet echt nieuw.
Ten tweede is het lastig om door de dikke lagen van beoordelingen en kritiek
te komen. Om een voorbeeld hiervan te geven: een van mijn collega's is afgewezen
vanwege het gebruik van een proeforganisme dat de deskundigen niet beviel. Nu
is ze bezig te bewijzen dat dit organisme wel geschikt is, maar dat kan nog
wel even voortslepen.
Het geld dat ik nodig heb komt niet vanuit de bedrijven. Die hebben er namelijk
geen interesse voor. De enige geldschieter is de EU. Die hebben het project
opgezet en zorgen ook voor de financiën.
De keuze om in Nederland mijn onderzoek uit te voeren heb ik heel nauwkeurig
overwogen. De faciliteiten en kennis zijn hier gewoon veel beter dan waar dan
ook. Nederland staat op het hoogste niveau van ecologische studies. Daarom blijf
ik maar lekker hier.